Halfway Home, een fotobiografie van de kanaalzone

In de kanaalzone woont een vijfde van de stadsinwoners. Het is er dichtbevolkt, er is weinig groen en nieuwkomers of migranten van de tweede of derde generatie knokken er niet zelden voor bestaanszekerheid. “Het is geen fijne plek. Maar wel een noodzakelijke.” Fotograaf Kurt Deruyter peilt met zijn Hasselblad-camera onder het oppervlak van de transitwijken in Brussel.

E nkele dagen per week struint Deruyter langs het kanaal, van Anderlecht tot Laken. ‘Het is begonnen met een opdracht voor Festival Kanal 2010. Door er portretten van jongeren te maken, betrapte ik mezelf op vooroordelen. Ik merkte dat ik alles wat ik zelf dacht over deze zone, in de vuilbak mocht kieperen. Ik had probleemjongeren in kansarmoede verwacht, maar botste op gasten die studeerden en vier à vijf talen spreken. Het begon mij te dagen dat intellectuelen steeds naar de kanaalzone kijken via de problemen.” Het bredere plaatje tonen, werd zijn missie.

Marsmannetje
Deruyter is niet het type fotograaf dat onvoorbereid tewerk gaat. Naast het veldwerk ploegt hij zich door academische lectuur over zijn sujet, en zoekt hij urbanisten, antropologen, geografen en sociologen op. Zo gaf een artikel van antropoloog Paul Blondeel hem inzicht. “Eigen marsmannetjes eerst gaat over hoe een antropoloog moet proberen neer te dalen, als vanuit een ruimteschip. Je moet alle bagage achterlaten om je onderzoeksobject te observeren.” Is dat niet schier onmogelijk? “Neen. Als je tenminste bereid bent om bij een gesprek goed te luisteren, en geen bevestiging te zoeken van een op voorhand gevormd oordeel.” Zo trekt Kurt Deruyter de straat op, hengelend naar gesprekken, korte of lange, ontwapenende of soms wrijvende. Sommige mensen komt hij keer op keer tegen.

Stadsbiograaf
Deruyter werkt aan vijf fotoboeken over de kanaalzone. Maar eigenlijk is het werk nooit af. “Ik hou van het concept ‘biografie’. Zelfs al sterft iemand, zijn of haar biografie is nooit af. Kijk naar Napoleon, over wie nog steeds biografieën verschijnen. Zo geldt dat ook voor een stad. Er komen telkens nieuwe elementen bovendrijven.”

Dat zijn fotoproject lang gerekt wordt in de tijd, heeft voor Deruyter nog een ander doel. “Ik wil op de nagel blijven kloppen. De kanaalbuurt is een onderbelicht stuk van onze stad, ze verdient meer aandacht en onderzoek. Alle problemen waar we het over hebben, kan je, zonder te stigmatiseren, relateren aan het feit dat het transitplekken zijn, sociale stijgingsplekken, aankomstwijken.”

Dat is niet van de ene op de andere dag gekomen, benadrukt hij. “Rond het Zuidstation zie je ook veruiterlijkingen van Spaanstalige en Portugese gemeenschappen. Het zijn overblijfselen van de internationale rol die Kuregem altijd heeft gespeeld. Ik neem dat mee.”

Aankomstwijken
Kurt Deruyter wil begrijpen hoe migranten aankomen in Brussel, en vervolgens verkennen, consolideren, investeren, uitbreiden en tot slot integreren. “Dikwijls komen mensen hier aan met veel hoop. Snel worden ze geconfronteerd met de soms harde realiteit, en het besef dat ze niet zomaar terug kunnen, bijvoorbeeld omdat papieren verkrijgen moeilijk blijkt te zijn. Daarna volgt wat ik noem ‘de investeringsfase’. Ze hebben een job te pakken. Ze moeten nog steeds ‘knokken’, maar zitten niet meer vast. Wat doen ze dan? Trouwen, en zich settelen. Het idee om terug te keren taant. Velen 'bougeren' dan ook snel naar andere wijken in Brussel, of naar Vlaanderen of Wallonië. Je moet de aankomstwijken zien als plekken waar mensen het allernoodzakelijkste vinden om hun eerste stappen te zetten in onze maatschappij. De kanaalzone is geen plek waar je wilt blijven hangen.”

Wat met de jongeren van de tweede of derde generatie die er geboren en getogen zijn? “Zij zitten niet echt in de aankomstdynamiek maar worden wel geconfronteerd met de aankomstwijk. Het is deze generatie die opstaat en meer aandacht eist, en terecht. Ze hangen tussen land van herkomst en land van aankomst en hebben er zelf niet voor gekozen. Ze hebben in dit wat afgescheiden stadsdeel hun leven uitgebouwd, maar slagen er om allerlei redenen niet in om de kanaalzone te verlaten. Ze krijgen relatief weinig kansen, botsen tegen een maatschappelijk plafond aan, of voelen zich niet aanvaard ook al hebben ze een diploma of een job. Anderzijds, we moeten ze ook niet allemaal als slachtoffers beschouwen. Sommigen hebben er ook een beetje hun plekje en doen er ‘zaakjes’. Over die ‘coming of age’ gaat mijn vierde boek.”

Bottom up
Kurt Deruyter vraagt zich af waarom we er niet in slagen om ons correct te informeren over de aankomstwijken rond het kanaal, noch om er juist over te communiceren. In zijn zoektocht naar antwoorden botste hij op onderzoek van de Zweedse arts Hans Rosling. “Rosling ondervroeg zijn universiteitsstudenten in Uppsala over globalisering en demografie. Zo vroeg hij hen hoeveel kinderen een vrouw in Bangladesh gemiddeld krijgt. Wat bleek? Zijn studenten scoorden ‘slechter dan chimpansees’, zo zei hij, want de apen zouden tenminste 25 procent halen op de multiple choice test. Ze scoorden ook slechter dan een doorsnee van de gemiddelde bevolking. Roslings conclusie: we laten ons leiden door onze vooroordelen. Volgens mij speelt dat mee bij de kanaalzone.”

Onze maatschappij mist sondes die voortdurend meten wat er gebeurt, concludeert Deruyter. Onderzoek is moeilijk in een wijk waar chaos, tijdelijkheid en onzekerheid regeert, beseft hij. Maar “doordat onze samenleving almaar complexer wordt, zijn we die sondes aan het verliezen. Sociale organisaties trekken zich noodgedwongen terug en zetten almaar meer in op tweedelijnswerk, en minder op eerstelijnswerk. Antropologen? Ik kom er geen tegen tijdens mijn wandelingen. Ook geen andere fotografen, trouwens.”

Kurt Deruyter
Kurt Deruyter is kunstfotograaf. Al tien jaar werkt hij rond stedelijkheid. “Ik  beschouw een kunstenaar als iemand die zich goed documenteert en een onderzoeksvraag formuleert, en die vervolgens plastisch uitwerkt. Dat gaat verder dan de klassieke reportagefotografie.” Enkele jaren geleden maakte Deruyter een fotogids van de Marollen, het boek ‘Dichtung und Wahrheit’ in 2011 en FestivalKanal 2012 (ICONS). Sinds vier jaar werkt hij aan Halfway Home, een uitvoerig fotoproject rond de kanaalzone. Halfway Home wordt gefinancierd door het Fonds Pascal Decroos en via Growfunding/BXL.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?