Henri Vernes, een leven met Bob Morane: ‘Een engel­bewaarder op elke schouder’

© Marc Gysens
“In 1953 bracht een vriend me in contact met Jean-Jacques Schellens van de Éditions Gérard. Schellens was op zoek naar een nieuwe actieheld voor Marabout Junior, een reeks avonturenromans voor de jeugd, en hij besloot me een kans te geven. Zo is de eerste Bob Morane er gekomen, op 16 december van datzelfde jaar: La vallée infernale. En sindsdien heb ik niet meer omgekeken.” Door de jaren zijn er liefst 215 Bob Morane-avonturen uit de pen van Henri Vernes gevloeid.

H ij zal in oktober de gezegende leeftijd van 93 jaar bereiken, Henri Vernes, die als Charles-Henri-Jean Dewisme het levenslicht zag in Aat. De handdruk is nog steeds stevig, de pen levend, de geest scherp. Daarvan getuigt onder meer zijn autobiografie, een turf van zowat vijfhonderd bladzijden, die binnenkort verschijnt bij Les Éditions Jourdan. Geschreven zonder dat er een computer aan te pas kwam, tot grote wanhoop van de uitgever. De titel? Heel simpel: Henri Vernes - Mémoires .
Vernes is nu bezig met de laatste correcties, maar voor onze afspraak legt hij graag even de pen opzij.

Van Doornik naar China
Het leven van avontuur begon al vroeg voor Charles Dewisme, zoon van een Henegouwse coiffeuse en een beenhouwer. Nog geen negentien jaar oud scheepte hij in voor China - volgens de overlevering nadat hij kennis had gemaakt met Madame Lou, een Kantonese schone. Maar dat wil hij allemaal niet met zoveel woorden gezegd hebben. "Laten we het erop houden dat het me allemaal te saai was daar in Doornik, dat de wijde wereld lonkte. Ingescheept in Marseille met valse papieren, op de pakketboot Roussel. Port Said, Djibouti, Colombo, Singapore, Saigon, Hongkong, Kanton en Sjanghai, waar het wemelde van de internationale activiteit. Het waren opwindende maanden."

"Kort na mijn terugkeer in België ben ik getrouwd met Gilberte, de dochter van een Antwerpse diamantair. Antwerpen was een bruisende stad; de oude haven vol leven, het toen nog ongerepte Sint-Anna op de Linkeroever, als de duinen aan onze kust. Maar langer dan een jaar heb ik het niet uitgehouden daar in Antwerpen, ook niet in mijn huwelijk. Dus ben ik teruggekeerd naar Doornik, waar ik na een tijdje werd gerekruteerd door de inlichtingendienst van de Weerstand. Twee jaar lang heb ik informatie doorgespeeld aan Londen, maar toen de nazi's eind 1943 mijn overste oppakten, werd de grond me te heet onder de voeten. Het was niet de eerste en niet de laatste keer dat ik me in de nesten zou werken, maar gelukkig ben ik geboren onder een goed gesternte. Het bewijs? Ik ben er nog steeds. Dat is mijn verdienste niet. Gewoon geluk gehad."

Als een schrijnwerker
Na de bevrijding vestigde Dewisme zich in Parijs, waar hij als journalist werkte voor Nord-Matin en Nord-Sud en voor het Amerikaanse persagentschap Overseas News.
"Ondertussen was ik boeken beginnen te schrijven. Stationsromans onder pseudoniemen als Cal.W. Bogard, Pat Richmond, Lew Shannon, Jacques Colombo... Het was een mooie periode, en Parijs een prachtige stad, waar ik veel vrienden maakte. Maar uiteindelijk begon België weer te trekken en heb ik me in Brussel gevestigd. Definitief. Waarom Brussel? Omdat al wat van belang is, in de hoofdstad zit. Hier is het allemaal te doen, hier is het zoveel makkelijker om contacten te leggen met de juiste mensen. Zo heb ik ook Jean-Jacques Schellens leren kennen en is Bob Morane geboren. Geen grote literatuur, wel een succes."

Succes ? Dat is een bescheiden manier om te zeggen dat er zowat vijftien miljoen Bob Moranes over de toonbank zijn gegaan. De gewezen RAF-piloot met de staalgrijze ogen, die als een Don Quichote samen met zijn Schotse kompaan Bill Ballantine overal ter wereld de mensheid beschermde tegen boosdoeners, is echt wel een fenomeen geweest, bij liefst acht uitgeverijen. En in La Canne à Sucre - de Brusselse place to be voor wie gek is op rum - staat sedert 2008 een levensgroot bronzen standbeeld van de legendarische boekenheld, die ook zijn weg heeft gevonden naar stripalbums en televisie.

"Ik moest zes boeken per jaar afleveren. Een om de twee maanden. Er kwam heel wat discipline bij kijken: gelukkig maar dat schrijven me heel vlot afging en dat ik altijd veel verbeelding heb gehad, anders had ik het niet volgehouden. Kunst was het niet, het was een beroep. Ik schreef boeken zoals een goede schrijnwerker zijn meubels vervaardigt; mijn favoriete roman was die die juist af was."

"Bob Morane heeft me vele mooie vriendschappen opgebracht. Burgemeester Freddy Thielemans: een Bob Morane-lezer en een vriend. Charles Picqué: een Bob Morane-lezer en een vriend. Morane heeft echt wel mijn leven getekend, en dat was een rijk leven. Door hem heb ik een groot deel van de wereld kunnen ontdekken. Je ne bougeais pas mal, quoi . Al waren mijn belevenissen natuurlijk veel minder opwindend dan die van mijn geesteskind. Ik heb eigenlijk maar van één ding spijt: dat ik geen Amerikaan ben. Dan was ik nu multi­miljardair geweest. Spijt ook - een beetje - dat er nooit echt een Bob Morane-film gekomen is. Er zijn wel plannen geweest, maar steeds weer stak er iets stokken in de wielen. Zoals de laatste keer, toen er een groot project met Universal Studios in de steigers stond. Ze wilden in China draaien, maar de Aziatische griep heeft het verhinderd. Spijtig, want mijn Bob-verhalen zijn erg cinematografisch. Meer nog dan bijvoorbeeld die van Kuifje, en die hebben het witte doek wél gehaald. Maar echt spijt? Neen! Natuurlijk dat ik in mijn leven stommiteiten heb uitgehaald. 'Als ik het maar had geweten!' Maar wie dat niet kan zeggen, die heeft ook niet geleefd. Spijt, wat stelt het voor? Een mens is wie hij is. Alles bij elkaar genomen heb ik zeker niet te klagen gehad. En niemand kan de klok terugdraaien."

Heimwee
Al meer dan een halve eeuw woont Vernes nu in Brussel. "Het is een aangename stad, waar ik zo mijn vaste gewoonten heb. Struinen op de rommelmarkt van het Vossenplein, snuisteren bij de antiquairs van de Zavel of in tweedehandsboekhandels. Ik heb hier bovendien de kans gekregen heel veel vrienden te maken, al zijn die van mijn generatie helaas allemaal al overleden."

"Ik heb een hart voor Brussel, maar dat heb ik ook voor andere Belgische steden. Voor Gent bijvoorbeeld, de stad van mijn goede vriend wijlen Jean Ray. Ook Brugge vind ik magnifiek. Zo kreeg ik ooit een telefoon van een vriendin uit Washington. Of ik haar nichtje, Caroline, die op rondreis door Europa was, Brugge eens kon laten zien. Waarop ik samen met Caroline de kanaaltjes van Brugge af ben gevaren. Ze zei: 'Neem jij foto's voor mij, ik heb niet de moed om het zelf te doen, want deze stad is nog mooier dan Venetië!'"

"Toch is het voor mij al die jaren Brussel gebleven, al heb ik de stad door de jaren spijtig genoeg zien veranderen. Fysiek, maar ook... nieuwe mensen, nieuwe gewoonten. Minder bruisend, minder fascinerend. Ik denk met heimwee terug aan het Brussel van voor de grote kaalslag, het Brussel van het labyrint van kronkelige straatjes."

"Brussel heeft met de jaren ook veel te lijden gehad van politieke aanvallen. Al dat gedoe over taal en taalwetgeving! Ga terug naar de tweetaligheid van de administratie in het hele land, en veel van de problemen zouden opgelost zijn. Maar ja, dat zou de politiek niet goed uitkomen. Politici hebben nu eenmaal graag dat het niet goed gaat, anders kunnen ze hun tactische steekspelletjes niet bovenhalen en zouden ze weinig omhanden hebben."

"Misschien, misschien dat we ooit weer tot onze zinnen komen. Eendracht maakt macht, wat velen ook mogen beweren. Gelukkig maar dat we Belgen zijn, dat we de bommen niet bovenhalen. Gelukkig maar dat een Belg - of hij nu Waal, Vlaming of Brusselaar is - zich niet tot de revolutie geroepen voelt zolang hij zijn pintje et son plattekeis heeft."

BDW in gesprek met ...

Brussel Deze Week ontmoet iedere week een interessante Brusselaar voor een boeiend gesprek.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook