Het dramatische oorlogsjaar 1943 (2): Het bombardement van Etterbeek, Elsene en Evere

Zeventig jaar geleden was het 1943, een gemakkelijke som. Maar niet iedereen beseft dat dat jaar voor Brussel misschien wel het zwaarste was van de twintigste eeuw. Geweld en tegengeweld –al dan niet politiek- liep zodanig uit de hand dat kardinaal Van Roey het in de lente van 1943 nodig vond om de bevolking aan te manen tot kalmte. In de herfst van 1943 was de kardinaal al toe aan een nieuwe smeekbede. Toen vroeg hij de geallieerden om op te houden met het bombarderen van steden. Het grootste bombardement in België trof op 5 april Mortsel. Op 7 september was het de beurt aan Brussel.

'C ollateral damage' noemt men dat. In Mortsel hadden de bommen een wapenfabriek moeten treffen, maar vernietigden ze een woonwijk met inbegrip van enkele scholen. In Brussel hielden enkele RAF-piloten het militaire oefenterrein van Elsene voor de luchthaven van Evere. In Evere moesten ze het Duitse luchtafweergeschut vernietigen. In de kazerne van Etterbeek en de omliggende straten van Elsene sneuvelden daarentegen niet alleen een honderdtal Duitse militairen, maar ook meer dan tweehonderd - volgens sommige bronnen meer dan driehonderd - burgers nadat een enorme zwerm B-17 Vliegende Forten meer dan honderd bommen van elk 250 kilo boven Brussel losten.

Heilig Kruiskerk
Wat een mooie nazomerdag had moeten worden, veranderde zo in een dag van groot onheil voor de Brusselse bevolking. "De alarmsirenes begonnen om halftien te luiden. De schoolkinderen zaten net in de klas, de werkdag was amper begonnen. Iets voor tienen was een enorme explosie te horen," vertelt Chantal Kesteloot van Soma, het bij het Zuidstation gelegen Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij.
Door het vele historische materiaal dat over deze gebeurtenis bestaat, kan ze over die dramatische dag vertellen alsof ze er zelf bij was: "De kazernes en het station van Etterbeek werden zwaar beschadigd. Ook de luchthaven van Evere werd gebombardeerd. Het hart van de bommenregen situeerde zich in de Kroonlaan en de Generaal Jacqueslaan. Tientallen huizen werden totaal vernield, honderden zwaar beschadigd. De straatbedekking was op sommige plaatsen zo verwoest dat de hulpdiensten bijna niet ter plaatse konden geraken. De Duitsers smeerden het gebeuren breed uit over de gecensureerde kranten en illustreerden alles uitgebreid met foto's. 'Kijk eens wat die Anglo-Amerikaanse terroristen doen,' was hun boodschap."

"Op 10 september werden de slachtoffers begraven. Honderdtwintig doden werden die dag samen ten grave gedragen. De Heilige-Kruiskerk op het Heilig Kruisplein, waar nu het Flageyplein is, was veel te klein voor de mensenmassa die kwam opdagen. De bezetter probeerde de gebeurtenis uit te buiten ten nadele van de geallieerden. Maar op de foto's zie je heel goed dat de mensen zich ophouden in drie duidelijk gescheiden groepen: de Duitsers, de Belgische autoriteiten, en de burgerbevolking met de familie van de slachtoffers."

Nemo
Met enkele klikken op haar computer haalt Chantal Kesteloot uit het beeldarchief van Soma enkele indrukwekkende foto's tevoorschijn van een drie wagens brede, eindeloze stoet zwarte rouwkoetsen.

De nazi's hadden de wind niet meer mee in 1943. Onder andere de stoutmoedige beschieting van het Gestapo-hoofdkwartier door Jean de Selys Longchamp was een brutale klap in hun gezicht geweest. Daarom probeerden ze de bombardementen van de geallieerden te gebruiken om hun eigen blazoen op te poetsen. De Duitse propaganda verspreidde dramatische affiches van vrouwen met dode kinderen in hun armen. De commentaar erbij moest nog eens extra duidelijk maken dat de geallieerden verantwoordelijk waren voor de bombardementen. Maar ondanks alle leed bezweek de bevolking niet voor de retoriek van de nazi's.

Het bekendste slachtoffer van het bombardement op de kazerne van Etterbeek was baron Jean Greindl - schuilnaam Nemo - die daar in het grootste geheim gevangen zat als hoofd van de verzetsgroep Komeet en al sinds het voorjaar door de Duitsers ter dood was veroordeeld. De verzetsgroep Komeet was nota bene gespecialiseerd in het redden van neergeschoten RAF-piloten. Brigitte d'Oultremont, voorzitster van de vereniging van de leden en sympathisanten van Komeet, kent het verhaal in detail door verhalen van familie en kennissen. "Jean Greindl had daar niet mogen zitten, want dat was een militaire plaats, terwijl hij een burgergevangene was. Maar helaas zat hij daar toch toen de kazerne door de Amerikanen werd gebombardeerd. Omdat deze situatie eigenlijk niet volgens de regels was, heeft de familie het gedaan gekregen dat zijn lichaam werd vrijgegeven." Behalve Jean Greindl waren er nog een dertigtal politieke gevangenen die op onregelmatige manier in de kazerne van Etterbeek en in het bombardement sneuvelden.

Er is geen enkel monument dat de slachtoffers van het bombardement van Etterbeek en Evere herdenkt. Alleen de dood van Jean Greindl wordt op een gedenkplaat aan de ingang van de oude kazerne van Etterbeek in herinnering gebracht. Pas in 2009 publiceerde Elsenaar Albert Guyaux zijn herinneringen aan het bombardement dat hij als schoolkind van dichtbij meemaakte. "Dit blijft eigenlijk een moeilijk dossier," legt Chantal Kesteloot uit, "omdat het een geallieerd bombardement was. Pas vrij recent wordt er onderzoek gedaan naar dit thema."

Voor wie meer wilt lezen, zijn er deze boeken:
* Albert Guyaux, Le bombardement d'Ixelles & d'Evere, le 7 septembre 1943, Bruxelles, 2003
* Chantal Kesteloot, Brussel 1940-1944, Steden in oorlog, Brussel, Meulenhoff/Manteau/cegesoma, 2009

Oorlogsjaar 1943

Zeventig jaar geleden was het 1943, een eenvoudige rekensom. Maar voor Brussel was het misschien wel het zwaarste jaar van de twintigste eeuw. Brussel Deze Week staat de komende maanden stil bij enkele herdenkingsplechtigheden die illustreren dat de dramatische gebeurtenissen uit 1943 nog lang niet vergeten zijn.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?