Hoe de steenbakkers naar Brussel kwamen

Schrik niet als u nu zondag een ware volksverhuizing op het kanaal ziet. Dan wordt de migratie van veertig arbeidersgezinnen uit Steendorp aan de Schelde nog eens overgedaan. In september 1865 kwamen zij per trekschuit via de Rupel en de Brusselse kanalen naar Lot. Daar gingen ze massaal wonen in de Carré en werken in weverij Scheppers.

Mijn verre wieg staat in Steendorp," zegt Paul Blyweert. "Met driehonderd Waaslanders waren ze, onder wie mijn overgrootouders, die hun steenbakkersverleden achter zich lieten."

Voor Paul Blyweert begon het allemaal in 1959: "Mijn vader kwam op een dag zwaaiend met Het Laatste Nieuws binnen: 'We hebben een honderdjarige in de familie, Bake Blyweert uit Steendorp!' Maar zoals dat gaat, kreeg ik pas op latere leeftijd interesse voor mijn familieverleden, en pakte de draad pas na veertig jaar weer op."

Amelberga (Bake) Blyweert bleek met haar familie in de Carré van Lot gewoond te hebben, maar na het overlijden van haar vader aan cholera was ze naar Steendorp teruggekeerd. Enkele families hielden het al na een paar dagen voor bekeken, en verhuisden naar Willebroek, of naar Brussel, waar ze verfransten.
"Maar hoe wisten ze dat er in Lot werk voor hen zou zijn? Die arme steenbakkersknechten hebben het zeker niet gelezen op affiches of in annonces, die konden niet eens lezen. We denken dat dat via ronselaars is gegaan," zegt Blyweert. "Waarom ze juist daar geronseld werden, heeft waarschijnlijk met de militaire geschiedenis te maken. In 1848 werd besloten een nieuwe omwalling en een fortengordel rond Antwerpen te bouwen. In Bazel, waar Steendorp toen bij hoorde, werden voor dat gigantische werk arbeiders uit heel de streek aangetrokken. De baksteengemeente werd niet voor niets Steendorp genoemd. Bij het opleveren van de forten in 1865 zat al dat werkvolk ineens zonder werk."

Gelokt door de belofte van zeker werk: was het dan ook goed werken in de fabriek? "Daarover zijn Joke Vandenbussche en ik het oneens," zegt Paul Blyweert. "Het was in elk geval een verbetering als je uit de steenbakkerijen kwam. Mijn moeder was er weefster, ik heb ze niet horen klagen."

Historica Joke Vandenbussche las in tal van archieven en rapporten een ander verhaal. Zo schrijft De Textielarbeider in 1900 over "de nog verachterde en slaafsche bevolking, die, alhoewel zij maar enkele kilometers van de hoofdstad verwijderd is, waar pracht en weelde wordt tentoongespreid, voor een onafgebroken arbeid van 66 uur per week in het fabriek, met moeite genoeg wint om al werkende niet van honger te sterven." Daarbovenop liepen de arbeidershuisjes van 4 bij 4,5 of 6,3 meter geregeld onder. Dat gebeurde als de Zenne voor de zoveelste keer een gebied van Vorst tot Lot in een meer had veranderd.

Brussels spoor
Geholpen door geuze, het enige bier dat Paul Blyweert naar binnen krijgt, werd het idee geboren: "We moeten die volksverhuizing eens overdoen."

"Honderdveertig jaar, dat is geen jubileumgetal, hè. Maar nu zijn er in de Carré nog maar een tiental afstammelingen over, binnen tien jaar is dat gedaan." De heemkundige genootschappen en de burgemeesters van Beersel (Lot) en Bazel, de dienst cultuur en de cultuurraad van Beersel sprongen mee op de kar. Marc Desmedt van het heemkundige genootschap van Beersel: "25 september valt in het traditionele kermisweekend. Wel, in Lot zál het kermis zijn. De vele afstammelingen en volkszanggroep Arjaun schepen in vanaf de steiger in Steendorp, net zoals honderdveertig jaar geleden."

Bij de aankomst om 15 uur zal zich dan een historische stoet richting de Carré vertrekken. Bijna driehonderd figuranten met stootkar en huisraad zullen de geschiedenis doen herleven. Het bedrijfsfotoboek uit 1881 en een maquette van de fabriek zullen tijdens het weekend in de Sint-Jozefskerk te bezichtigen zijn. Want behalve de grote spinnerij, die ook zonder de oneigenlijke bovenbouw (lofts) nog altijd het dorpscentrum domineert, en de fabrieksingang is er niet veel bewaard van de fabriek die in de jaren dertig haar deuren sloot. Het fabrieksverleden wordt er niet minder om gekoesterd, daar getuigt ook de leerwandeling voor schoolkinderen van. "Als we het erfgoed voor de toekomst willen bewaren, moeten we er de kinderen bij betrekken," zegt cultuurbeleidscoördinator Joke Vandenbussche.

"Op zoek naar nieuwe uitdagingen," zo beschrijft Vandenbussche de drijfveer van stichter François Scheppers om zijn Brusselse handelshuis in 1845 te verruilen voor een textielfabriek. Een modelfabriek werd het, dankzij het kanaal Brussel-Charleroi, de spoorlijn Brussel-Tubize, en de Zenne, waarin de weefsels gespoeld werden.
Scheppers werd voor zijn bijdrage aan de industriële ontwikkeling van België beloond met een lidmaatschap van de Kamer van Koophandel van Brussel en opneming in de Orde van Leopold I. Hij kon zich dus in 1853 de bouw van een neoklassiek herenhuis in de Leopoldwijk permitteren, waar volgens Vandenbussche verder alle eerste politici van het land woonden. Als Scheppers' fabriek in 1859 de S.A. de Loth wordt, zitten er in de raad van bestuur en het college van commissarissen veel Brusselse grote namen met een stek in de Leopoldwijk. Acclimatiseren moet dat geweest zijn om, na de werkdag doorgebracht te hebben in het arbeidersgehucht Lot, thuis te komen in de Brusselse Nijverheidsstraat. Op de plaats waar nu een kantorenblok van Petrofina staat, betrad François Scheppers er "un grand vestibule d'entrée précédé d'un perron et donnant accès aux différentes pièces ainsi à un escalier d'honneur, de quatre salons et d'une grande salle à manger faisant suite, office, vestiaire, escaliers de service."

:: Info: 02-359.16.16 (dienst cultuur van Beersel)

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?