Honderd jaar KMI: De ring van Ukkel

In 1913 werd de meteorologische dienst van de Sterrenwacht een autonoom nationaal-wetenschappelijk instituut. Vandaag bestaat het KMI dus honderd jaar. De klimaatwetenschap is dan wel erg veranderd, de Ringlaan in Ukkel blijft nog altijd een begrip.

O p 31 juli 1913 splitste de Koninklijke Sterrenwacht van de meteorologische dienst en werd die laatste als KMI volledig onafhankelijk. 

Dat wil niet zeggen dat er voorheen geen weerwaarnemingen waren. Al van in 1833 worden er dagelijks meteorologische waarnemingen verricht in ons land. Eerst vanuit de Sterrenwacht in Sint-Joost (op het Queteletplein, genoemd naar astronoom Joseph Quetelet), en van in 1889 in Ukkel en aan de hand van een meetnet in heel het land. Op het einde van de 19de eeuw wordt de meteorologie gesplitst van de sterrenkunde en krijgt de dienst een eigen directeur, om in 1913 dan definitief gesplitst te worden. Vanwaar die samenhang tussen astronomie en meteorologie? Marc Christiaens van het KMI legt uit: “Eigenlijk is dat puur toeval en hangt dat van de grillen van de geschiedenis af. Er was bijvoorbeeld al heel vroeg een sterrenwacht in ons land, maar die had onvoldoende geld om dure telescopen te kopen, en dus werd dat geld maar geïnvesteerd in thermometers en in een meetnetwerk over het land om het weer waar te nemen. In de meeste landen is de meteorologie op zeer praktische wijze geëvolueerd uit andere wetenschappen. Dat heeft niet zozeer met wetenschappen te maken, maar vaak ook met persoonlijkheden.”

Hoewel de moderne meteorologie vandaag vooral elektronisch is, blijven traditionele metingen echter nog tot de dagelijkse praktijk horen. Zo zijn er op het terrein van het KMI in Ukkel bijvoorbeeld nog altijd verschillende thermometerhutten, pluviometers en  een heliograaf die de zonneschijn meet met behulp van een ouderwets systeem. Christiaens: “De zon schijnt door een glazen bol waardoor het licht een gat brandt in een blad papier. Zo kunnen we bepalen hoe lang de zon per dag geschenen heeft.”

Ook zijn er in België ongeveer 200 verschillende meetstations, vaak in handen van vrijwilligers. Die metingen dienen om een zo accuraat mogelijk beeld te krijgen van het reële weer op een bepaalde plaats, zegt Christiaens. “Een voorspelling gebeurt aan de hand van gegevens uit meetstations, uit radars, uit bliksemdetectiesystemen, satellieten, weermodellen, zeeboeien, observaties van op zeeschepen, en ook door onze ballonoplatingen drie keer per week. Die ballonnen zijn gevuld met helium en vliegen tot op een hoogte van 30 kilometer om de temperatuur en atmosferische toestand op grote hoogte te meten. Dan ontploffen ze en vallen ze met een parachute terug naar aarde.”

Aan het gebruik van weerballonnen is trouwens een grappige anekdote verbonden. Christiaens: “Er hangt een kaartje aan met de vriendelijke vermaning om de ballon naar ons op te sturen. Dan krijg je 25 euro. Er zijn mensen die er daarom een sport van maken om via radiogolven de ballon te volgen en te kijken waar ze gaat neerkomen.”

De immense hoeveelheid gegevens die het KMI zo elke dag voortdurend verzamelt, worden uurlijks naar Toulouse gestuurd. Daar komen ook de gegevens van alle andere landen samen en die worden dan teruggestuurd. Hieruit maakt het KMI dan een samenvattende kaart met alle waarnemingen van Europa. Deze dienen dan als basis voor de eigenlijke weersvoorspelling.

Hoe gesofisticeerd het weer vandaag opgevolgd wordt, blijkt wanneer Christiaens de voorspellingsruimte laat zien. Vier mannen zitten er stil naar computerschermen te kijken. Per bureau zijn er minstens vier schermen. Daarop flikkeren kaarten en gegevens. Wanneer we vragen welk weer er in het vooruitzicht is, krijgen we direct een kundig antwoord: “zwaar herfstweer volgende week maandag,” klinkt het. Ondertussen hebben u en wij de najaarsstorm van 28 oktober overleefd.

Dynamo
Naast het dagelijkse voorspellen is er ook het onderzoeksgedeelte. Het KMI beschikt over een baanbrekend geofysisch centrum in het Naamse Dourbes. Geofysica is de leer die de gevolgen van de fysica op de aarde onderzoekt. Christiaens: “In Dourbes voeren we bijvoorbeeld onderzoek naar het aardmagnetisch veld, een beschermlaag tegen schadelijke kosmische straling die ontstaat door de draaiing van de aarde, vergelijkbaar met een dynamo. Dat magnetisch veld wijst ons ook het noorden aan. Maar het magnetische noorden ligt niet vast en daarom moeten we – gezien alle moderne gps-apparatuur – dagelijks onderzoeken hoe het magnetische veld er aan toe is. Daarnaast is er nog het onderzoek naar de ionosfeer, het gebied dat belangrijk is voor onze satellietcommunicatie.”

Maar de constante stroom gegevens naar het buitenland en de moderne technologie hebben geen invloed op het ‘basiskamp’ van het KMI, de Ringlaan in Ukkel. “Mensen hebben het nog altijd over ‘Ukkel’ als begrip,” zegt Christiaens. “En dat zal zo blijven. Ook met de buurt hebben we goede relaties. Tijdens de opendeurdagen hebben we toch onze vaste buurtbewoners die altijd langs komen. Mensen gebruiken de erg groene Ringlaan ook als park, om te joggen bijvoorbeeld.”

Hoe het KMI werkt kan u tijdens de opendeurdagen zien. Omdat het KMI dit jaar honderd jaar bestaat, viel het normaal tweejaarlijkse evenement uitzonderlijk dit jaar, in mei. In oktober 2014 zal het opnieuw zijn deuren openen.

 

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?