Huiswerkklassen zitten overvol

Niet enkel voor een plaatsje op school, ook voor naschoolse huiswerkbegeleiding zijn er nu al lange wachtlijsten in Brussel. Meer dan 220 verenigingen helpen kinderen bij hun huiswerk, en de vraag overstijgt het aanbod. “De wil om te slagen is enorm.”

Om 10 uur staan er al een tiental ouders aan te schuiven aan de lokalen van vzw D’broej, in de Vermicellistraat in Molenbeek. D’broej organiseert naschoolse begeleiding voor 60 kinderen van het lager en secundair onderwijs, in het Nederlands en het Frans, drie dagen per week.

Een plaatsje vinden in een Brusselse school is voor heel wat ouders al geen sinecure, maar ook voor naschoolse huiswerkklassen is er meer vraag dan aanbod.

“Ik sta al twee jaar op de wachtlijst”, vertelt een moeder van drie. Ze vindt het steeds moeilijker om haar kinderen zelf te helpen bij het huiswerk. "Ik heb niet gestudeerd, en de kinderen leren nu dingen die we in onze tijd niet zagen.”

Ook Amina staat in de rij om een plaats voor haar negenjarige dochter te bemachtigen. “Ik kom pas na zessen thuis, en moet daarna nog koken. Eind vorig jaar gingen de resultaten van mijn dochter plots in vrije val. Dat moet onmiddellijk beteren, want eens ze achterstand oploopt, is het te laat.”

PISA maakt bang
D’broej, eigenlijk vooral een vereniging voor jeugdwerking, organiseert al sinds de jaren 80 huiswerkbegeleiding. Kinderen kunnen er studeren, ouders kunnen er terecht met vragen over het schoolsysteem, problemen met taal enzovoort. D'broej kan de vraag amper bijhouden. “Aan Nederlandstalige kant zijn we in Molenbeek dan ook de enige organisatie die dit aanbiedt”, zegt coördinator Yann Conrath.

Aan Franstalige kant is huiswerkbegeleiding helemaal ingeburgerd. Maar liefst 220 verenigingen van allerlei pluimage bieden in Brussel huiswerkklassen aan, waarvan de helft erkend door de Franse gemeenschap.

Ook die klassen zijn allemaal verzadigd, zegt Véronique Marissal van de Franstalige Federatie voor Huiswerkhulp. Dat heeft rechtstreeks te maken met de kwaliteit van het onderwijs, denkt ze. “De PISA-enquêtes tonen aan dat ons schoolsysteem ongelijkheid reproduceert. Ouders horen die berichten in de media en worden bang. De wil om te zorgen dat hun kind slaagt, is enorm.”

Tegelijk zijn veel ouders niet in staat om hun kind zelf te begeleiden. “Denk aan ouders die ’s avonds werken, medisch personeel, bus- en tramchauffeurs. Of ouders wier kind naar het Nederlandstalig onderwijs gaat. Voor hen is er echt heel weinig hulp.”

Tweetalig
D'broej ziet inderdaad heel wat ouders met kinderen in het Nederlandstalig onderwijs die op zoek zijn naar begeleiding. “Wat is hier de bedoeling van?” vraagt een vader die in de rij staat. Hij toont een informatiefiche die zijn zoon meekreeg, met vragen over het beroep van de ouders en mogelijke allergieën. “Kunt u mij zeggen wat hier allemaal staat?”

“Ouders denken soms: we brengen hen naar een Nederlandstalige school, want dan worden ze tweetalig en de kwaliteit is er goed", zegt Conrath.

"Maar zo simpel is het niet als de taal thuis verder op geen enkele manier beleefd wordt. Onze jongeren in het Nederlandstalige ASO lijken oké en studeren hard in de huiswerkklas, en vervolgens zijn hun punten rampzalig. De vele uren die ze in hun studie stoppen, renderen niet. Dat is ontmoedigend. We hebben een jongen van vijftien in een eliteschool die faliekant buist, maar van wie de leraren zeggen: ‘Als zijn Nederlands beter was, dan zou hij erdoor vliegen’.”

Problemen op school oplossen
Kan de huiswerkklas, drie avonden per week anderhalf uur, zulke problemen oplossen? “Het is dweilen met de kraan open", zegt Conrath. "We proberen hen te leren leren, schoolmoeheid te bestrijden, en ouders ondersteunen zodat ze het schoolsysteem leren kennen en de kinderen niet zomaar naar het BuSO sturen."

“Er is ook weinig ondersteuning, want de VGC en (voormalig minister van Onderwijs) Pascal Smet zijn gekant tegen huiswerk, omdat dat de kloof tussen kansrijke en kansarme kinderen vergroot.”

“Nu, als de scholen huiswerk afschaffen, is dat voor ons prima. Maar tot die tijd blijft de vraag zo groot dat we er onze handen niet van kunnen aftrekken. Er zijn nu zelfs Franstalige organisaties die huiswerkbegeleiding in het Nederlands organiseren. Omdat er aan onze kant geen beleid of visie is.”

Piet Vervaeke, directeur van het Onderwijscentrum Brussel, nuanceert. "Wij zijn niet tegen huiswerk op zich, het kan nuttig zijn voor bijvoorbeeld zelfsturing of als brug tussen thuis en school. Maar het is een illusie te denken dat de problemen van kinderen via naschoolse begeleiding opgelost kunnen worden", zegt hij.

"Ouders hoeven ook helemaal niet inhoudelijk te helpen, enkel stimuleren en interesse tonen. Als ze dat om een of andere reden niet kunnen, kunnen vrijetijdsorganisaties gerust een stille ruimte voorzien. Maar het is niet de bedoeling dat ze inhoudelijk gaan helpen en bijspijkeren. Want daardoor blijven problemen soms ook langer verborgen voor de leerkracht."

"We vinden dat scholen de problemen moeten aanpakken binnen hun reguliere aanbod. Het is dus een bewuste keuze om aan Nederlandstalige kant huiswerkbegeleiding niet te subsidiëren."

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?