Ismaël Saidi: ‘Mijn leerkrachten hebben mijn leven gered’

Hitauteur Ismaël Saidi brak door met de kaskraker Jihad (2014), een humoristische theatervoorstelling over drie Schaarbekenaren die naar Syrië trekken. Half januari gaat opvolger Géhenne in première, het tweede luik van zijn trilogie over radicalisering. Hij schreef dit jaar ook zijn eerste roman én een boekje dat de Koran uitlegt aan jongeren. “Onderwijs en cultuur, dat zijn de sleutels. Neem nu de taalkwestie: hoe kunnen we zeggen dat bevolkingsgroepen zich niet mogen afzonderen, als de bestuurders van dit land precies hetzelfde doen?”

Al 71.000 Franstalige Belgen kwamen kijken naar Jihad, dat Saidi (40) schreef nadat hij op Facebook de foto van een oud-klasgenoot in Syrië had gezien. In Nederland en Frankrijk toeren vaste gezelschappen al anderhalf jaar met de voorstelling en ook in Italië, Canada en Japan staan tournees op stapel.

“Opvolger Géhenne - een bijbelse naam voor ‘hel’ - gaat over een terrorist die een aanslag heeft gepleegd en daardoor in de gevangenis belandt,” vertelt de schrijver-regisseur-acteur in zijn kantoor op de Oude Graanmarkt. “Zelf zit hij sindsdien in een rolstoel. Hij weigert te praten met een imam en dus sturen ze een priester op hem af. Mijn vraag was: kun je iemand deradicaliseren of niet?”

Saidi schrijft in een razend tempo. Afgelopen oktober kwam zijn eerste roman uit, Rachel et Rosa, over een joodse en een moslima die samen een kamer in een bejaardentehuis moeten delen. “Ik dacht aan een uitspraak van Jacques Brel: ‘We hebben allemaal op dezelfde manier tandpijn.’”

Mentale foltering
“De rode draad in mijn werk is identiteit. De mogelijkheid om heel erg op elkaar te lijken, terwijl we toch heel verschillend zijn. Ik heb mijn identiteit moeten construeren, en ben daar zo lang mee bezig geweest dat ik niet anders kan dan erover schrijven. Ik ben een zoon van immigranten uit Marokko die eind jaren zestig naar België zijn gekomen. Ik ben geboren in een land dat in beginsel niet het mijne was. Ik was de zoon van moslims die naar een katholieke school ging, een tiener uit het getto die voortdurend door de politie werd gecontroleerd, en later zelf een flik."

“Vanwaar die obsessie met identiteit? Omdat ik nog altijd niet helemaal weet wat ik ben,” zegt Saidi. “Het heeft me een half leven gekost voor ik eruit was. Nu zeg ik dat ik een Belg 1.1 ben, een geüpdatete Belg. Ik wil graag dat mijn kinderen niet dezelfde mentale foltering moeten ondergaan. Maar ik heb de indruk dat het voor hen makkelijker is. Ze hebben vriendjes met allerlei achtergronden, ze maken geen onderscheid.”

“Toen ik een jaar of 15 was, was ik verliefd op een vriendinnetje, Gabrielle. Toen ik te weten kwam dat ze joods was, vroeg ik me af of het wel kon. Maar dankzij haar besefte ik dat dat allemaal onzin was. Op haar manier is zij een vaccin gebleken. Ik denk dat dat een groot geluk is geweest. In alles wat ik doe, probeer ik jongeren te bereiken, probeer ik het vaccin dat voor mij werkte, na te bootsen.” Midden februari verschijnt daarom een boekje dat hij samen met de bekende Franse islamoloog Rachid Benzine schreef: Finalement, il y a quoi dans le Coran? “We leggen de Koran uit, maar met veel humor, en aangepast taalgebruik voor jongeren.”

Saidi’s vader kwam als gastarbeider naar België, en werd later patron van zijn eigen taxibedrijf. “We waren thuis met vijf kinderen, ik ben de tweede. Buiten sprak iedereen Frans, thuis mochten we alleen Arabisch praten. Ik moest van harde schijf veranderen telkens als ik thuiskwam. De literatuur en de muziek, dat waren mijn toevluchtsoorden. Mijn vader nam me mee in zijn taxi naar boekhandel Pêle Mêle aan Lemonnier, waar je een boek kon kopen voor 5 Belgische frank en ik urenlang snuisterde. Ik was de enige thuis die ook mijn vaders liefde voor de film deelde, dus nam hij me op woensdagmiddag mee naar Cinema Ambassador aan de Beurs. Hij gaf de ouvreuse – die had je toen nog – 20 frank om achteraf buiten met mij te wachten tot hij me kwam oppikken.”

Ismael Saidi klein BRUZZ 1552
© Saskia Vanderstichele
Twee werelden
Secundair onderwijs volgde hij in twee scholen. “Eerst een Schaarbeekse ‘gettoschool’, na drie jaar heeft mijn vader me ingeschreven op het Koninklijk Atheneum in Sint-Lambrechts-Woluwe. Dat waren twee werelden die niets met elkaar te maken hebben. Eerst was ik omringd door mensen die op me leken, daarna was het net het omgekeerde. Dat was goed om je eigen cultuur onder de loep te nemen en niet alles voor waar aan te nemen.”

“Ik heb nog altijd contact met een leerkracht Latijn uit Schaarbeek. Zij zag dat er meer in mij zat. Ze nam me mee naar het theater, nam boeken voor me mee. Toen ik voor het eerst op het podium stond, was dat in een toneelstuk dat zij regisseerde. Die band kun je nooit meer doorknippen. Wat mij het leven heeft gered, waren mijn leerkrachten.”

Na het succes van Jihad schreef Saidi in 2015 met islamoloog Michaël Privot een manifest voor een Belgische islam. Met daarin ‘radicale voorstellen’, zoals een Belgische opleiding voor imams, en een gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de bestuursraden van moskeeën. “We wilden een godsdienst die past bij onze Belgische cultuur. Religie is iets wat je in de privacy van je eigen huis beleeft. Er is een identiteit die vóór de religieuze groep komt, en dat is de Belgische. Ik voel me een islamitische Belg, een moslim-Europeaan, duizend keer meer verwant met jou dan met een Indonesische of Malinese moslim. Maar de reactie was heel negatief.”

Een half jaar na dat moslimmanifest ontploften de bommen in Parijs, en later ook in Brussel. “Na de aanslagen veranderde de houding tegenover onze ideeën. Nu hoor ik dat bijna alles waar wij anderhalf jaar geleden voor pleitten ook wordt toegepast in de moskee.”

Getto
“Moslims troepten samen toen ze naar België kwamen. Dat is wat ik het getto noem, waar ik ook in opgroeide. De tweede generatie, die hier heeft gestudeerd en van wie de meerderheid middenklasse is, zou gerust ergens anders kunnen wonen. Maar er is ook het ‘morele getto’. Het is makkelijker om ‘onder ons’ te blijven.”

“Ik heb drie zonen van 17, 12 en 9. Het belangrijkste wat ik hen meegeef is om niemand te veroordelen, en altijd nieuwsgierig te zijn. Ik ben bijvoorbeeld een praktiserende Belgische moslim, maar dat is mijn keuze en ik verwacht niet dat ze me daar automatisch in volgen. Als mijn zoon atheïst of jood wil worden, is dat prima. Je moet leven in vrijheid, en daarbij anderen blijven respecteren.”

Saidi ziet helder wat we kunnen doen om iedereen dat respect aan te leren. “Onderwijs en cultuur, op elk vlak. Neem nu de taalkwestie: ik ben opgegroeid in een tijd waarin er absoluut geen contact was tussen Frans- en Nederlandstaligen in Brussel. Daarmee creëer je twee identiteiten in dezelfde stad. Dat houdt geen steek. Ik heb de Vlamingen ‘ontdekt’ toen ik politieagent werd, omdat de meerderheid van het korps Nederlandstalig was. Tevoren had ik veel vooroordelen.”

“Hoe kunnen we de sociale mix tussen bevolkingsgroepen aanmoedigen, en zeggen dat gemeenschappen zich niet mogen afzonderen, als de bestuurders van het land precies hetzelfde doen? Het land is communautair opgesplitst tussen twee gemeenschappen die hier altijd al waren. Waarvan het enige verschil de taal is.”

“Wat ik wil aanmoedigen, is dat Vlamingen en Franstaligen meer met elkaar gaan praten, elkaar ontmoeten. Dan krijg je zin elkaars taal te begrijpen. Maar dat gebeurt niet. Niet alleen de school is gescheiden, alles is geregionaliseerd en steeds meer apart.”
 

Het inzicht van 2016

“Er is geen verschil tussen de aanslagplegers, het zijn allemaal smeerlappen die mensen doden. Maar het verschil tussen de aanslagen in Brussel op 22 maart en die in Parijs was dat het mannen waren die hier woonden, in Schaarbeek. Mijn zoon van 17 nam die ochtend dezelfde metro als de aanslagplegers. Hij is uitgestapt in Schuman, één halte voor de metro in Maalbeek ontplofte. Ze hebben de metro doen exploderen die ze elke dag namen, ze zijn zeker dat ze mensen kenden die ze gedood hebben. De haat is heel ver gekomen. We kunnen niet meer gewoon toekijken en niets doen. Daarom wil ik blijven spelen voor jongeren, alleen via hen kunnen we de dingen veranderen.”

De eindejaarsinterviews van 2016

Naar goede gewoonte vraagt BRUZZ aan verschillende stemmen uit de stad om terug te blikken om 2016, dat op veel vlakken een bewogen jaar was. Blikten voor ons terug: actrice en regisseur Carly Wijs, professor Wijsbegeerte en cultuurfilosoof Lieven De Cauter, drijvende kracht achter Au Bord de l'eau Lotte Stoops, schrijver, regisseur en acteur Ismaël Saidi, magistraat bij het Brussels parket Ine Van Wymersch, intendant van Brussels Metropolitan Alain Deneef en directeur Europalia Kristine De Mulder.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?

Lees ook