Jeanine Lambrecht ontsluit ijskelders

In België stoot men nog regelmatig op nieuwe ijskelders. Maar geen een kan tippen aan de monumentale ijskelders die de VUB ontdekte toen ze in 1980 een voormalige garage langs de Waversesteenweg kocht. Kunsthistorica Jeanine Lambrecht (VUB) vertelt over de soms aartsmoeilijke restauratie.

Nu er weer sprake is van een échte winter, is het gemakkelijker om je voor te stellen hoe vroeger ijs werd gekapt uit de Brusselse vijvers om in ijskelders te worden opgeslagen. Dat ijs diende vooral als luxeproduct, om dranken te koelen of sorbets te maken.

In de negentiende eeuw was het aangroeiende fabrieksproletariaat voor zijn voedsel aangewezen op de markt. De grote voedselvoorraden moesten dus beschermd worden tegen bederf. Het arbeidsintensieve oogsten van natuurijs was hiervoor te duur, maar artificieel ijs, geproduceerd in ijsfabrieken, maakte van ijs een democratischer product. Alleen de grootste Brusselse glaciers konden zich machines veroorloven. Joannes Philippus Sommereyns, die in 1875 Les Glacières Royales gesticht had, was zo'n ijsmaker. De ijskelders van Les Glacières Royales in Oudergem zijn, samen met die van Sint-Gillis, de enige overgebleven monumentale ijskelders in België. En alleen die van Oudergem zijn in hun oorspronkelijke staat bewaard. Dat komt omdat ze begin twintigste eeuw in onbruik raakten en daardoor niet aangepast werden aan nieuwe industriële koeltechnieken.

Kruitkelder
Jeanine Lambrecht vertelt honderduit over een uniek stukje VUB-geschiedenis. "Iedereen die getuige was van die spectaculaire ontdekking, raakte geïntrigeerd door de ongewoon grote kelders. Stel je voor: om en bij de tien meter diep, tien meter breed en twee keer dertig meter lang, want het gaat om twee achter elkaar liggende kelders. Net een ondergrondse kathedraal. Niemand had zo onmiddellijk een idee waartoe die kelders ooit gediend hadden. Vreemd hoe kort het collectief geheugen soms is. Er deden wel allerlei speculaties de ronde. Zo werd er aan een kruitkelder gedacht, een ondergrondse opslagplaats voor munitie. De kelders liggen nu eenmaal binnen het voormalige militaire hoofdkwartier langs de Generaal Jacqueslaan (de vroegere 'Boulevard Militaire') met onder andere het Oefenplein, nu de VUB-campus. Het is uiteindelijk de VUB-historicus Arnout Wouters geweest die via gedreven archiefonderzoek de oorspronkelijke functie als ijskelder kon achterhalen. Ere wie ere toekomt."

Toch kunt u in het Brusselse niet over ijskelders beginnen of u hoort de naam van Jeanine Lambrecht vallen. Waarom werden de ijskelders van Oudergem haar zorgenkindje? "In 1995 vroeg rector Els Witte me om me mee te ontfermen over de site Koninklijke Jacht, waarop de ijskelders liggen. Toen heb ik ze voor het eerst kunnen bezoeken, en ze hebben me niet meer losgelaten. Vanaf dan heb ik me ingezet om dit monument, dat sinds 1993 beschermd is, uit de vergetelheid te halen."

Doopzaal
Klopt het verhaal dat studenten na feestjes hun afval in de ijskelders dumpten, waardoor het er zo vol lag dat je bij het betreden het plafond kon raken? De professor verdedigt het jonge volkje. "Niet alles op de rug van de studenten schuiven, alstublieft! Toen de ijskelders begin twintigste eeuw niet langer werden gebruikt, werden ze al tot de helft gevuld met aarde. Tussen de twee wereldoorlogen werden er champignons in gekweekt. In de bovenbouw, de voormalige ijsfabriek, was toen een kolen- en houthandel gevestigd. In 1946 werd die bovenbouw gesloopt voor de bouw van de garage Vander Plaetsen, en het puin werd in de ijskelders gedumpt, boven op die laag aarde. Via de ventilatiegaten in het gewelf heeft ook de garagist er ten slotte jarenlang, van 1946 tot 1979, afval in gedumpt - zo ging dat toen. Na de aankoop van de site door de VUB hebben de studenten de voormalige garage als doopzaal gebruikt, ook voor cantussen en andere studentikoze evenementen. Dat het daarbij leuk was om ook de ijskelders te gebruiken, ligt voor de hand. Een tapijt van kroonkurken en lege bierflesjes: het was eraan te zien."

De VUB-ijskelders liggen vandaag op Oudergems grondgebied, maar toen ze in 1874 gebouwd werden door de Elsense metselaar-ondernemer Sommereyns, was het daar nog Elsene. Het was maar een van de elementen die het archiefonderzoek hebben bemoeilijkt. Van de ijsfabriek zelf zijn ook al weinig sporen. "Er zijn wel nog plannen en oude foto's die ons een idee kunnen geven over de ijsfabriek. Ze zullen getoond worden in het documentatiecentrum dat ingepland is in een nieuwbouwproject. Er zal een beeld gegeven worden van de koeltechnieken van weleer: over het oogsten en bewaren van sneeuw en natuurijs wereldwijd, alles over 'onze' ijskelders, maar ook over ander Belgische en internationale ijskelders, en over de opkomst van de ijsindustrie."

De ijskelders zelf zijn bovendien intact. "Ze bestaan elk uit drie traveeën, waarvan de vloeren trechtervormig aflopen naar een 'verzinkput', waar het smeltwater van het ijs in de ondergrond kon afvloeien." En de vreemde ijzeren staven? "Dat zijn de overblijfselen, de 'benen', van een soort goederenlift, een type dat rond 1900 in zwang was."

Met uitzondering van de nieuwe bovenbouw is de restauratie al flink opgeschoten, zegt Lambrecht, die het restauratieproject leidt. "In 1998 zijn de ijskelders leeggemaakt via de verluchtingsgaten in het gewelf, een aartsmoeilijke klus; later volgde het reinigen van de bakstenen wanden, gewelven en vloeren, wat dankzij ingenieur-architect Ine Wouters (VUB) in samenwerking met het Europees Centrum voor Restauratietechnieken (ECR) gebeurde zonder de kalkmortel te beschadigen. Omdat uit proefboringen bleek dat de muren niet overal even dik zijn, moest het nieuwbouwproject worden aangepast."

"Dat de metselaar-ondernemer Sommereyns ingenieus was, blijkt uit de vijf lagen bakstenen die gootjes vormen, het drainagesysteem tegen opstijgend vocht."

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?