Langs wegen van steen: Waterloosesteenweg

Vier weken na elkaar ondernemen we een voetreis door Brussel, telkens van aan de Grote tot aan de Kleine Brusselse Ring. De weg is lang, maar een gids hebben we niet nodig, want we lopen respectievelijk de steenwegen op Gent, Leuven, Waterloo en Bergen af. Vandaag het reisverslag van de Waterloosesteenweg.

Wikipedia geeft aan dat er in de wereld meer dan vijftig plaatsen zijn die Waterloo heten. Daarmee laat de Waalse gemeente het Israëlische Nazareth (met maar negen alternatieve vermeldingen) in populariteit ver achter zich. Uiteraard is maar één Waterloo ook echt Napoleons Waterloo, en wij hebben er lang moeite mee gehad te geloven dat die mythische plaats in België kon liggen. Maar er loopt vanuit Brussel een steenweg naartoe, dus het moet wel waar zijn.

W e lazen ergens dat langs het traject van de huidige Waterloosesteenweg tijdens en na de slag in 1815 gewonden van het slagveld naar Brussel werden geëvacueerd. Die hadden dan een lange weg af te leggen, een weg die zachtjes op en neer en van links naar rechts kronkelt door Sint-Genesius-Rode, Ukkel, Elsene en Sint-Gillis.
Een echt drukke verkeersweg kunnen we de steenweg niet meer noemen, maar er wordt in Waterloo dan ook al een tijdje niet meer gevochten. Tenzij door gekostumeerde hobbyclubs, geoefend in het aanschouwelijk voorstellen van vergeten bloedvergieten. Zij maken daarvoor reclame langs de steenweg.
De Waterloosesteenweg wordt vandaag weleens genoemd in de discussies over die corridor die Wallonië met Brussel zou moeten verbinden op de plaats waar het stukje Vlaanderen rond Brussel op zijn smalst is. Leuk om te weten in dat verband is dat dezelfde steenweg in vroeger tijden al la chaussée des Wallons werd genoemd, omdat Waalse arbeiders langs daar naar Brussel trokken om werk te zoeken.

Kastelenroute

Maar genoeg over het verleden. Na de Gentse- en de Leuvensesteenweg dreigde deze reeks immers een beetje uit te draaien op een wekelijkse nostalgische trip naar vroeger - toen het allemaal beter was. In het geval van de Waterloosesteenweg kunnen we het zuchten zonder meer achterwege laten en ons zelfs de vraag stellen of deze steenweg naar het zuiden er ooit beter aan toe is geweest dan vandaag.

Op een paar dipjes van enkele honderden meters na heeft 'de Waterloose' bijna over de hele lengte iets te bieden. De Gentse- en Leuvensesteenweg zouden we de dagtoerist niet aanbevelen, maar de Waterloose evolueert vanaf de gewestgrens van een geasfalteerd bospad, over een indrukwekkende kastelenroute, tot een aanvankelijk mondaine winkelstraat, die naar het einde toe nadrukkelijk mediterrane trekjes gaat vertonen.
Constanten zijn hier niet de autogarages en pittatenten, maar de tennisclubs, de toonzalen voor tuinmeubilair en de restaurants met terras. Al zijn de eerste nederzettingen op onze tocht toch nog respectievelijk een tankstation en een autodealer. Die laatste verschaft de 4x4's waarmee zijn klanten moeiteloos het Zoniënwoud en de vlakte van Waterloo zouden kunnen doorkruisen als het toch ooit nog eens oorlog zou worden.

Welkom bij Wellington

Aan de opulente rijkdom in zuidelijk Brussel zitten dus ook schaduwkanten. Als we even voorbij de monstertrucks de terreinen van de tennis- en hockeyclub Wellington naderen, meldt een boom met een plaatje ons in het Frans dat niet-leden hier de toegang verboden is. Dat is niet erg vriendelijk, en bovendien doet deze handelwijze de vraag rijzen hoe je aan een lidkaart kunt komen van een club waarvan je de terreinen niet mag betreden zolang je nog niet over zo'n lidkaart beschikt.
Uiteraard werpen we toch nog even een blik op wat de toekomst van het Belgische hockey zou kunnen zijn. Maar vooral intrigerend daar is de in onbruik geraakte oude toegangspoort in steen uit 1930, die laat zien dat hier ooit de Cercle Sportif van de werknemers van Shell gevestigd was. Zelfs de sint-jakobsschelp, het logo van de oliegigant, is in bas-reliëf afgebeeld.
Een eind verderop, aan de rechterkant van de steenweg die dan al een tijdje de bebouwde kom bereikt heeft, wordt de toegang tot de Racinglaan overspannen door een soortgelijke stenen poort van Royal Racing Club de Bruxelles - ook al een tennis- en hockeyclub.

Tuinmannen op dreef
Maar eerst nog die eerste kilometer afwerken langswaar zich aan de rechterkant het Zoniënwoud uitstrekt. Het is bepaald vreemd - maar niet geheel onprettig - om van op een invalsweg naar de hoofdstad over brandnetels, vlierbessen, omgevallen beuken, lonkende bosnimfen en vers gedumpte lijken op een bedje van moerasspirea te berichten. Er is wel wat zwerfvuil over de rand van de stad in de eerste meters boskant gespat, maar de Waterloosesteenweg is zeker geen open riool die een spoor van vuilnis door de voorstad trekt. Integendeel: hij ademt zuurstof, waarmee ook de zijstraten worden bevoorraad.

Nog in het Zoniënwoud leidt het groene Grasdellepad volgens het Waalse fietsnetwerk Rando-Vélo recht naar Namen. Voorts is er hier zelden sprake van paden, straten of wegen, en des te meer van dreven en lanen, de adellijke titels onder de straatnamen. In het begin waren we al een zijstraatje tegengekomen dat onomwonden Drève Pittoresque/Schilderachtige Dreef gedoopt is, en straks passeren we ook nog onder meer de Schoonverblijflaan.
Die zijdreven en -lanen zijn aanlokkelijk, maar vaak loop je er toch maar tegen een netjes bijgeknipte haag aan te schuren waarmee de villabewoners pottenkijkers ontmoedigen. Soms zijn er in zo'n dreef zelfs geen parkeerplaatsen omdat iedereen toch over een riante oprijlaan beschikt.
Dat brengt ons bij een personage dat typisch is voor deze streken en tot de verbeelding spreekt: de tuinman. Hij is meestal nog jong of ziet er toch zo uit, en maait in onderbenutte tuinen het gras in een donkerblauw polohemdje. Dat hij daarvoor werkelijk alle tijd van de wereld heeft, weet hij op professionele wijze te verbergen. Het biertje van een alleen achtergebleven vrouw des huizes slaat hij steevast af, maar als ze anderszins vrijgevig wil zijn of haar hart wil uitstorten, dan is dat hem niet gelaten. En zo vormen de tuinmannen die hier met groene bestelwagens door de wijken circuleren, een sociale klasse op zich, met één been in de volle grond en het andere tussen de lakens van de beau monde. Althans, dat nemen wij ten behoeve van de spankracht van ons verslag even aan.

We beschikken daarnaast ook over straffe verhalen die zich afspelen op het mooie en uitgestrekte domein van het Institut Royal des Sourds et Aveugles (Irsa), maar daarover zwijgen we. Niets gehoord, niets gezien.
Op de hoek tegenover de ingangspoort van het Irsa ligt onze eerste pleisterplaats: café-restaurant Au Rallye des Autos op nummer 1500. Vroeger was hier een biljartclub gevestigd en het interieur met oude bierreclames, oude foto's van de steenweg, miniatuurracewagens en antieke olievaatjes is bewaard gebleven. Oesterbar en terras zijn nieuw.

Hyde Park

Vanaf hier volgen de boetieks en speciaalzaken elkaar op. Moon Keydax, Wood Fashion, Miles & Miles, Marcolini, Le Pain Quotidien - ze hebben allemaal hun filiaal op het stuk richting Fort Jaco, waar op 29 en 30 augustus de braderie, en op 31 augustus een brocante georganiseerd wordt.
Nog frappanter is dat ordinaire winkelketens er ook automatisch exclusiever uitzien omdat hier geen lelijke panden beschikbaar zijn waarin ze zich kunnen vestigen. Zo kun je de lokale GB Express bewonderen om zijn architectuur, beschikt tankstation Octa+ over een wel heel bijzondere luifel, en opereert een handelaar in mobiele telefoons op nummer 1389 vanuit een riante vrijstaande villa.
De Fort Jacolaan kun je inslaan om een kijkje te gaan nemen bij de hippodroom van Bosvoorde, maar dat doen wij niet. Wel gaan we even binnen in de Galerie du Fort Jaco, die grotendeels leeg staat, en in La Grande Épicerie Fort Jaco, die wel blaakt van gezondheid. Zo'n supermarkt die niet tot een grote keten behoort, zie je nog zelden, maar deze exclusieve tent heeft duidelijk haar doelpubliek. Hier komen alleen de betere merken in de rekken te liggen, en aan de manier waarop ze zich op hun paasbest aan de kieskeurige voorbijganger tonen, zie je dat ze zich van hun standing bewust zijn.
Nog exclusiever is Patisserie Biasetto, die pas sinds maart op nummer 1201 zit, vlak bij het treinstation Diesdelle, dat nu ingrijpend wordt gemoderniseerd. Luigi Biasetto is een geboren en getogen Brusselaar die naar zijn geboorteland terugkeerde om in Padua een zaak op te zetten die in een jaar of tien uitgroeide tot de Wittamer van de regio Veneto. Hij won in 1997 de wereldbeker Patisserie en koos voor zijn eerste filiaal in het buitenland niet de Brusselse Grote Markt, maar deze steenweg.
Friterie Eugène is gesloten, dus beginnen we zonder oponthoud aan een klimmetje tussen herenhuizen die we ook onder de hoogbouw zouden kunnen klasseren. Wat verder ligt de redactie van The Bulletin (op nummer 1038), en daartegenover de statige Europese School waar volgens de waarschuwing de waakhonden los lopen op het terrein. Het hoofdgebouw van de school is niet het enige opmerkelijke monument in de omtrek. Cité du Dragon is het zoveelste restaurant met oosterse keuken, maar is met zijn Pekinese dimensies ongetwijfeld het grootste.
In de Groene Jagerswijk zitten al een paar eeuwen geen groene jagers meer, maar de charmante negentiende-eeuwse werkmanshuisjes die gebouwd werden op het voormalige jachtdomein, zijn nog altijd bewoond. De ambassade van Senegal is niet onaanzienlijk, maar Hyde Park Uccle op nummer 965, voorbij het kruispunt met de De Frélaan, spant wel de kroon in opzichtigheid: hier waan je je inderdaad in de betere wijken van Londen. Daarnaast torent ook nog Villa de la Tourelle uit, waarna het Ter Kamerenbos aan de rechterkant alle aandacht opeist, ook van de klanten van de brede Brasserie Georges op het kruispunt met de Churchilllaan. Een goede plaats om in Ter Kameren aan een jogging te beginnen, lijkt ons overigens de Adonislaan.

Mediterraan

Eens daar voorbij kom je terecht in de microkosmos van de Bascule, waarna de steenweg afbuigt om haar natuurlijke bedding aan de Vleurgatsesteenweg over te laten en zelf nog een paar andere grote lanen te kruisen.
Als je L'Amusée de Miniox passeert - de woordspelige verfwinkel op nummer 643 die reproducties van Gauguin, Van Gogh en Vermeer op de gevel afficheert -, vraag je je even af of de steenweg dat wel had moeten doen, dat afbuigen. Maar ook nu volgen nog op zowat elke hoek trendy cafés en restaurants met intrigerende namen als Raconte-Moi des Salades, of qG daartegenover. We werpen nog even een blik op de Waterloo­galerij met de prachtige residentiële appartementen achterin en gaan dan even zitten in de lunchzaak Volver op nummer 509, een hybridisch optrekje dat ingericht is in een stijl die de Spaanse cineast Almodóvar zou bevallen, maar dat evengoed panini en San Pellegrino op de menukaart heeft staan. We zitten hier inderdaad op de grens met de Méditerranée die verder vertegenwoordigd wordt door het Griekse restaurant Nea Genia, de Italiaanse delicatessen van La Locanda degli Amici, of La Maison Berbère op het kruispunt met de Brugmann­laan en de Charleroisesteenweg.
Art-nouveauliefhebbers moeten hier opletten, want vlakbij, in de Amerikaansestraat, ligt het Hortamuseum, terwijl je verderop in metrostation Horta wat overgebleven smeedijzerwerk en glas-in-lood van het Volkshuis en het Aubecq-huis aantreft. De laatste zijstraat van de Waterloosesteenweg zal trouwens de Vanderschrickstraat zijn, die helemaal opgetrokken is in art nouveau.

Het resterende stukje tot aan de Bareel dat we eerst nog moeten afleggen, is minder aantrekkelijk, maar biedt door het spectaculaire reliëf wel uitzicht op verre groene heuvelruggen. We houden ook nog even halt voor het antiquariaat Images op 368, waar heel wat boeken over Brussel in de etalage liggen, voor we op de Bareel aankomen waar we verbroederen met de reizigers van de Alsembergsesteenweg en ons laven bij het standbeeld van de waterdraagster zonder emmers.
De afzink voorbij het levendige Sint-Gillisvoorplein tussen de Portugezen, Egyptenaren, Grieken en Polen kent u. Aan de Hallepoort, die we er eerlijk gezegd middeleeuwser uit vonden zien toen ze nog vuil was, staat niemand ons aan de ophaalbrug op te wachten. Wel stopt een wagen met Franse nummerplaat om ons de weg naar Bergen te vragen. Die wijzen wij u volgende week.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?