Lidewij Nuitten, televisiemaakster: Amélie Poulain in Brussel

© Marc Gysens

Ze had al vaak op haar balkon staan mijmeren over de levens achter de raampjes van de huizen in haar straat. Besloot op een dag de honderden familienamen van de deurbellen af te schrijven, vastberaden om elke buur achter de façades te leren kennen. Maak kennis met de Brusselse Amélie Poulain.

‘M eneer, neem mij niet kwalijk. Mag ik even van uw tijd? Neen, ik kom geen stofzuigers verkopen.” Zo begint het lied Meneer dat Lidewij Nuitten enkele jaren geleden schreef. Ze was toen nog student journalistiek aan de Erasmushogeschool, liep stage bij Brussel Deze Week, en pendelde nog met regelmaat naar haar geboortestad Lier. Sinds ruim een jaar heeft ze zich genesteld in een lichtrijk appartement in de schaduw van het Josaphatpark.

De songtekst van toen lijkt wel een voorbode van waar Lidewij als televisiereporter vandaag mee bezig is. Voor het in Vlaanderen populaire programma Iedereen beroemd maakt ze wekelijks een aflevering van ‘Mijn straat’. Zijnde: een portret van een straat in Schaarbeek, die ze om privacyredenen niet bij naam wil noemen.

Aan haar voordeur hangt dezer dagen een geplastificeerde affiche. ‘ Rencontrer les voisins’ staat erop, gevolgd door een simpele smiley. Met nog: ‘Elke maandag: 19.40, chaine één. Iedereen beroemd.’

Lidewij’s salon is momenteel haar werkruimte. Haar balkon kijkt uit over de hele straat. Zodra de jonge Brusselse haar deur uitstapt, gaat ook haar camera op haar schouder mee. Een microfoon en andere attributen zweven dan als een harnas rond haar hoofd, waardoor het frêle meisje lijkt te transformeren in een vrouwelijke Robocop.

Maar zelfs als zachtaardige cyborg raakt Lidewij vlot voorbij menig deurdrempel. “Het lijkt wel of iemand een spray over me heen heeft gespoten, die ervoor zorgt dat iedereen me zomaar binnenlaat in zijn living. Veel buren lijken die intimiderende camera zelfs niet te zien. Ze kijken me aan alsof ik informeer naar hoe laat het is. In plaats daarvan vraag ik: ‘Mag ik met u kennismaken, en mag ik bij u binnenkomen?’”

Misschien zijn het haar grote, groene vertrouwenwekkende ogen, of haar valse verlegenheid, die zo ontwapenend werken. Lidewij: “Ik ben van nature iemand die graag de anonimiteit opzoekt. Als ik de deur uit ga, wil ik liever niet te veel mensen tegen het lijf lopen. Ken je dat gevoel? Ik wil met mijn marginale sweater naar de winkel kunnen gaan zonder opgemerkt te worden of me ervoor te hoeven generen.”

Maar op een dag vond ze dus de Amélie Poulain in zichzelf en nam ze zich voor naar iedere Brusselaar te glimlachen. “Dat mislukte natuurlijk. Probeer maar eens te glimlachen naar iedereen die bij je op de tram zit.” Zo kwam het dat ze besliste haar actieterrein te beperken tot haar straat.

Kruidenier
Lidewij vatte haar burenqueeste aan net voor de zomer. Ze begon bij Mohammed, de kruidenier op de hoek. “Mijn ervaring als tv-reporter heeft me geleerd dat ik moet beginnen bij de persoon van wie ik denk dat hij veel mensen kent.”
“Ik wist toen zijn naam nog niet. Mohammed was wel één van de weinige personen op wie ik toen een gezicht kon plakken. Schaamtelijk eigenlijk, want ik woonde hier al een jaar.”

Die zet bleek een schot in de roos. “Nadat ik hem mijn project had uitgelegd, zei hij: ‘Oké. Jij komt in de vooravond terug naar hier, dan komen de kinderen van school en is het hier het drukst. Dan introduceer ik je bij wie in de straat woont. Dat was een goddelijke start,” glimlacht ze.

De volgorde waarin ze nu buur na buur ontmoet, laat ze van het toeval afhangen. Het gaat erom elkaar door een speling van het lot te kruisen. Zo botste ze al snel op straatveegster ‘Madame Pluche’, en ontdekte ze dat Audrey op drie weken tijd goed bevriend is geraakt met Omar. “In het begin dacht ik dat ik de anonimiteit van de straat eens zou ontrafelen, maar ik besefte dat de buurt al best goed aaneenhangt.”

Wie haar cameralens in het vizier krijgt, benadert Lidewij met enkele routinevragen - Kent u de buren? Hoe lang woont u hier al? Vindt u het hier aangenaam wonen? Lidewij staat er versteld van hoe openhartig de meeste buren antwoorden. “Het is geen eenrichtingsverkeer. Ik ben ook hun buur, dus zijn mensen ook geïnteresseerd in mij. Het wordt snel een gesprek en mensen beschouwen me verrassend snel als een vriendin.”

Op enkele meters van haar bed raapt Lidewij stilaan ook verhalen op over minder leuke zaken, zoals eenzaamheid. “Ik heb bijvoorbeeld al een ouder koppel leren kennen. Ze zijn een beetje op de sukkel, en missen een kleinkind in hun leven. Ik bedacht dat ik een beetje die rol van kleindochter kan vervullen door er af en toe eens binnen te springen. Maar ik moet realistisch zijn. Ik kan niet elke buur helpen. Als mijn buren elkaar meer zullen helpen door mijn project, dan is mijn opzet meer dan geslaagd.”
 


De straat, een aaneenschakeling van mooie art-decopanden en appartementsblokken, is veel rijker aan verhalen dan ze vooraf dacht. “Als televisiemaker baken je een territorium af. Ik dacht: als de straat op is, is ze op. Dan zijn er geen verhalen meer. Maar in Brussel wonen erg veel mensen dichtbij elkaar. Mijn straat is zo divers qua leeftijd, nationaliteit, studenten versus oude mensen, rijk en arm. Sommigen wonen alleen in een groot, statig herenhuis, ernaast leven grote gezinnen opeengepakt in een klein appartement.”

Daardoor kunnen mensen die het programma bekijken ook elkaars verschillen zien. “Ik vind het enorm spannend om te zien wat mijn buren ervan vinden. Het zijn mijn buren, hé. Ik wil het contact zo goed mogelijk houden.”

Klein geluk
Lidewij besefte wel dat dit burenproject op termijn haar geliefde anonimiteitswolk voorgoed zou doen verdampen. “Ik had er wat schrik voor, uiteraard. Ik kon onmogelijk elke dag contact zoeken met mijn buren, maar tegelijkertijd ophouden vriendelijk te wanneer mijn camera niet meer loopt, en wanneer ik in mijn lelijke sweater naar de supermarkt slof.”

Uiteindelijk blijkt het minder moeilijk vol te houden dan gedacht. En vervelend is het al helemaal niet. “Er gaat een wereld voor je open. Het klinkt cliché, maar ik heb het gevoel dat ik er een beter mens van word. Een glimlach op straat is iets kleins, maar het doet wel veel. Het is gewoon een goede start van de dag, voor je naar het werk vertrekt. Als ik een tram wil halen, moet ik voortaan wel tien minuten extra tijd rekenen, voor de korte babbeltjes links en rechts.”

Van haar buren ontvangt ze intussen ook de eerste feedback. Ze lijken vooral blij te zijn dat ze via Lidewij’s reporterwerk elkaar beter leren kennen, voorbij de oppervlakkige ‘goeiedag’.

Het lijkt wel een buurtproject, waar Lidewij vooraf niet eens erg hoge verwachtingen bij had geformuleerd. Ze weet dat de cafébaas het programma elke maandagavond zal opzetten, waardoor het in de straat kan uitgroeien tot een vaste afspraak in menig living en dus ook in het buurtcafé.

“Het is fijn dat ik iets doe dat maatschappelijk relevant is. Ik ben blij dat het goed lukt en dat het meer is dan leuke televisie maken. Weet je, bij wie ik ook binnenkom en of ik er al dan niet bruikbaar televisiemateriaal sprokkel; ik heb wél een nieuwe buur leren kennen. Dat op zich is super zinvol.”

Lidewij is alleszins nog even zoet met dit project. Op basis van de 500 familienamen die ze afschreef van alle deurbellen, vermoed ze dat ze zo’n 800 buren heeft, van wie ze er tot nog toe een veertigtal heeft ontmoet. Eens de herfst en de winter mensen weer in hun huizen zullen jagen, hoopt ze dat ze met dezelfde warmte zal worden ontvangen. Ze kijkt ook uit naar hoe de dynamiek zal veranderen, want veel buren hebben er intussen lucht van gekregen.

Er is geen einddatum voor dit project. “Ik hoop dat ik mag verderwerken tot ik mijn hele straat ken.”

‘Mijn straat’, elke maandagavond in Iedereen beroemd, om 19.40 op Eén.

BDW in gesprek met ...

Brussel Deze Week ontmoet iedere week een interessante Brusselaar voor een boeiend gesprek.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?