'Mijn leven stond in het teken van boksen'

Een wereldtitel, twee finales voor de Europese titel en tien Belgische titels: de erelijst van Patrick Vungbo (40) mag gezien worden. De Anderlechtenaar bokste tijdens zijn vijftienjarige carrière grote kampen in binnen- en buitenland. Nu heeft hij een taverne in Evere, maar hij deelt nog graag een uppercut uit: "Ik ga in Congo een boksschool opzetten en zal er ook wat humanitair werk doen."

"Ik ben op mijn achttiende begonnen met boksen. Dat is vrij laat," zegt Patrick Vungbo. "Ik heb zes maanden intensief getraind, en na negen maanden vocht ik mijn eerste kamp. Een jaar later was ik Belgisch kampioen bij de beginnelingen, het jaar erna bij de amateurs. Toen ik twintig was, was ik al pro. Het is dus vrij snel gegaan voor mij."

Een oom van Vungbo, zelf een professionele bokser, stelde hem voor om eens in de ring te gaan staan. Vungbo ging mee naar een bokszaal in Anderlecht, en hij is er niet meer weggegaan. Het lichtgewicht had een 'speciaal' karakter toen hij jong was; hij vocht af en toe. Het boksen was voor hem gemaakt, en hij wou er dan ook zo ver mogelijk in geraken. "Mijn leven stond vanaf toen in het teken van het boksen. Ik ging bijna elke morgen lopen, trainde zes dagen op de zeven. Ik was heel gedreven."

Vungbo had een eigen boksstijl: hij was vrij defensief en technisch. Hij berekende zijn slagen en kon hard toeslaan met zijn tegenaanvallen. Dat zorgde ervoor dat hij vrij weinig blessures heeft gehad. Een paar blauwe ogen, maar nooit iets gebroken. "Het is een mythe dat boksers psychologische problemen krijgen na hun carrière. Misschien de boksers die veel incasseren en verschillende keren KO worden geslagen. Wat vooral pijn deed, waren de kopstoten en elleboogstoten in het geniep, die de mensen niet zien. Natuurlijk komen de slagen hard aan, maar ik ondervind er nu geen hinder meer van."

Apotheose
Dat Vungbo talent had, werd snel duidelijk. Na een paar Belgische titels begon hij grotere kampen te vechten. Zijn hoogtepunt was de wereldtitel bij de World Boxing Foundation (WBF). Volgens de bokser keken ongeveer anderhalf miljoen mensen naar de kamp op televisie. Hij won in Izegem van de Engelsman Pat Barrett en beleefde het mooiste moment uit zijn carrière. "Het was een jongensdroom die uitkwam, de apotheo­se van mijn carrière. Mijn tegenstander was zeer goed, ik was zeker geen favoriet. Die ontlading na weken voorbereiding was fantastisch. Nadien was er commentaar dat het 'maar' een WBF-titel was omdat het een kleinere federatie is, maar dat is belachelijk. Het was heel moeilijk om er als Belg aan deel te nemen, maar ik heb het toch gedaan. Mijn tegenstander was mondiaal geklasseerd, het was niet niemand."

Congo
Naast zijn wereldtitel vocht Vungbo twee keer voor de Europese titel, maar hij stootte telkens op sterkere tegenstanders. "Ik ben onder andere in Italië, Frankrijk en Rusland geweest. Op sommige van die toernooien kwamen boksers die in het wereldklassement tussen de twintigste en vijftigste plaats stonden. Maar in het buitenland winnen was moeilijk. Ze bevoordeelden altijd hun eigen boksers. In België niet, de arbitrage was hier objectiever."

Vungbo kon op het einde van zijn carrière gemakkelijk een zaal vullen. Hij was door velen geliefd, maar daarvoor heeft hij wel moeten knokken. "Mijn eerste professionele wedstrijd was tegen een Vlaming, een opkomende talent. Het was in Izegem. In de zaal zaten vierduizend mensen, van wie tweehonderd voor mij. Ik heb die jongen in de derde ronde KO geslagen. Iedereen ontgoocheld. Maar ik heb sinds die kamp respect gekregen, en dat heb ik nooit verloren. Tijdens mijn tweede gevecht in Izegem had ik al meer waardering."
Met zijn carrière heeft de Anderlechtenaar zijn brood verdiend, maar rijk is hij er niet van geworden. Als bokser had hij geen maandloon, maar werd hij betaald per prestatie. "Je hebt elke twee à drie maanden een kamp. Van dat geld moet je dan leven. Als je naar het buitenland gaat of grotere kampen bokst, verdien je meer. Maar niet in die mate dat je rijk wordt. Je hebt dan ook een vrij korte carrière. Je moet erg hoog gaan om veel te verdienen."

Vungbo heeft geen spijt over zijn carrière. "Het enige wat ik jammer vind, is dat het zo'n business is. Toen ik met boksen begon, dacht ik dat je op eigen kracht zo ver moest zien te geraken. Maar het is een business, en je moet in die business geraken om hogerop te komen. Je moet connecties hebben. Ik vind ook dat de Belgische boks zijn waarde verliest. Er komen veranderingen in de Belgische bokswereld, maar te traag. De oude garde is nog te veel aan de macht."

Vungbo denkt dat hij misschien verder was geraakt als hij zich door professionals had omringd. Maar hij had een goede ploeg om zich heen, en heeft zeker geen spijt dat hij met hen heeft gewerkt. In 2000 stopte Vungbo met zijn carrière, maar hij bleef niet stilzitten. Hij heeft nu een eigen taverne in Evere - Le Jame's -, geeft soms boksles, becommenta­rieert bokswedstrijden op Belgacom TV en heeft daarnaast nog een aantal projecten lopen. Een daarvan is in Congo: "Ik ga daar een boksclub oprichten en ze laten samenwerken met de boksclub in Anderlecht. Je hebt daar niks. Ik ga dan ook boksmateriaal laten overvliegen. En daarnaast ga ik er ook humanitair werk doen. Wie weet staat er wel een talentvolle jongen op. Ik zie het wel zitten om een poulain te trainen."

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook