‘Ook Brusselse bestuurscontext blokkeert jongeren op zoek naar werk’

© Saskia Vanderstichele

De jongerenwerkloosheid in Brussel blijft structureel hoog. Een deel van de verklaring ligt in de complexiteit van bestuurlijk Brussel, zegt directeur Patrick Manghelinckx van stadslabo JES.

Patrick Manghelinckx  BRUZZ ACTUA 1574
In 2013 lanceerde Europa de jongerengarantie, het ambitieuze plan om elke min-25-jarige die binnen de vier maanden nadat hij of zij de schoolbanken heeft verlaten, zonder werk, stage of opleiding komt te zitten, te helpen.”

“De opstart in Brussel – in september 2015 – verliep zeer moeilijk. Eén van de initiatieven – het Youth Employment Initiative - werd gefinancierd en geregisseerd door drie overheden: het Brusselse Actiris, de Vlaamse VDAB en het ESF (Europees Sociaal Fonds). Bij JES vonden we het initiatief waardevol, dus sprongen we op de kar. De drie overheden in Brussel laten samenwerken, bleek een immense uitdaging.”

“Ondanks goede bedoelingen botsten wij als partner op drie grote obstakels. Eerst en vooral werden spelregels gaandeweg gewijzigd. Actiris maakte de regels strenger. Zo kwamen jongeren die in theorie werden begeleid door Actiris aanvankelijk wél in aanmerking, maar bij de start van het project niet meer. Bovendien waren de registratie-instrumenten in die beginperiode nog niet beschikbaar. Uiteraard stuurden wij jongeren niet wandelen, maar het werk dat wij leverden, werd ook niet meer uitbetaald. Met andere woorden: het financiële risico werd bij de partner gelegd. Acht maanden later werd dat rechtgetrokken, maar het kwaad was geschied.”

“Daarnaast hanteerde de VDAB een lineaire aanpak. Wij moeten jongeren vinden en overtuigen om in een begeleidingstraject te stappen en een actieplan te maken. Zo eenvoudig werkt het niet. De tijd die JES doorgaans investeert om jongeren te zoeken en te overtuigen - te beginnen op de straat, in de jeugd- of sportclub – werd niet gehonoreerd noch gefinancierd.”

Bureaucratie
“Tot slot was er de bureaucratie. Drie overheden, drie registratiesystemen, die niet met elkaar communiceerden. Moet het gezegd dat te veel van onze tijd naar registratie ging? Dat hebben we gemeten: veertig procent van onze tijd werd erdoor opgeslokt.”

“JES houdt daardoor een financiële kater van zo’n 100.000 euro over aan het eerste werkjaar van de Brusselse jongerengarantie. Dat is onaanvaardbaar voor een organisatie die net veel tijd, energie en geduld pompt in kwetsbare jongeren naar de arbeidsmarkt leiden.”

“Heeft het dan allemaal niets opgeleverd? Uiteraard wel. In twintig maanden hebben we 407 jongeren bereikt die aan de criteria van NEET (Not in Employment, Education or Training) voldeden. Door de strengere criteria werden maar 206 dossiers opgestart. Met 153 jongeren (drie op de vier) werd een actieplan opgemaakt. Voor bijna de helft hebben onze begeleiders een job, opleiding of stage gevonden. 43 van de 153 jongeren hebben werk gevonden, maar het hadden er meer kunnen zijn.”

“Bij veel mensen in de genoemde instellingen merken we een oprechte bezorgdheid voor werkloze jongeren. Dat juichen we toe, maar ik val mijn grootvader – die altijd zei: bezint eer ge begint - bij: ‘Maak gebruik van bestaande expertise.’”

Lessen trekken
“Gelukkig worden er lessen getrokken en hebben de drie overheden onlangs beslist om geen gezamenlijke oproep meer te lanceren. Wel stemmen ze hun oproepen op elkaar af. En de methode van werken met NEET-jongeren wordt ook meer overgelaten aan de organisaties zelf. Een verbetering, want het vereenvoudigt de communicatie en verlicht de administratieve last.”

“Daarnaast: stage, stage, stage… Natuurlijk, maar mét vergoeding. Ook NEET-jongeren verlangen naar welverdiend geld. Neem een voorbeeld aan landen als Nederland, waar werkgevers worden aangezet een redelijke vergoeding te betalen aan stagiairs. Wetende dat schoolmoeë jongeren na hun hobbelige parcours meer slaagkans hebben als ze leren op de werkvloer, lijkt de keuze van Actiris voor stages ons een goede keuze, maar ze verdient opvolging en uitbreiding.”

“Tot slot pleiten we voor soepelheid op het vlak van taal. De VDAB biedt in Brussel Nederlandstalige beroepsperspectieven aan. Er is uiteraard niets mis met meer aandacht voor het Nederlands - en liefst ook het Engels - integendeel, maar de kloof tussen zeer kwetsbare jongeren en de verwachting om een Nederlandstalige opleiding te volgen, is zeer groot. Tachtig procent van de NEET-jongeren die wij bereiken zijn na pakweg zes maanden niet klaar voor een opleiding in het Nederlands. Bij de ambitie om die jongeren een perspectief te bieden, hoort veel realisme.”

Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?

Lees ook