Oorlogsfotograaf neemt afscheid van Molenbeek

© Ivan Put

Teun Voeten is oorlogsfotograaf en antropoloog, en woonde tot voor kort in Molenbeek. Hij trok er weg, omdat hij de verpaupering en de islamisering niet meer kon verdragen. “Het is een etnisch-religieuze enclave geworden van een zeer gesloten, bekrompen gemeenschap.”

Donderdagochtend, marktdag in Sint-Jans-Molenbeek. Het moet ondertussen al een cliché zijn, en komt waarschijnlijk voor in menige reportage over Molenbeek.

“Ja, eigenlijk wel best exotisch en zo. Gezellig,” weet Teun Voeten. Het moet zowat het enige positieve zijn dat Voeten over zijn voormalige woonplaats zegt. Wat volgt is dan ook geen liefdesverklaring aan Molenbeek, maar een vlijmscherpe aanklacht tegen een gemeente die steeds islamitischer wordt, en daardoor steeds intoleranter.

Voeten is al 25 jaar oorlogsfotograaf, en verdiende zijn sporen door in New York samen te wonen met daklozen, door het extreme geweld van Mexicaanse drugskartels in beeld te brengen en beelden te schieten in oorlogen in onder anderen Rwanda, Bosnië, Afghanistan, Liberië, Irak en Afghanistan.

Mon frère
Eh mon frère, combien ça coute?,” vraagt Voeten wanneer we halt houden bij een fruitkraam. Hij koopt een appel, om er nadien smakelijk in te bijten, terwijl hij voortgaat met zijn uitleg. “Tot 2005 was ik nog gematigd positief over Molenbeek. Ik zag de problemen, maar dacht dat sommige buurten in laag-Molenbeek er wel bovenop zouden komen, zoals in New York een buurt ook kan omslaan. Maar hier is er boven de sociaal-economische problematiek nog een politiek-religieuze dimensie bij gekomen.”

We komen aan bij het loftcomplex waar Voeten gewoond heeft. Ondertussen heeft hij nog een praatje gemaakt met een zwarte straatveger. Voeten heeft de gave de mensen aan te spreken en praatjes te beginnen, steevast beginnend met ‘Eh, mon frère’. De veger klaagt over het vuilnis, en over auto’s die eenrichtingsstraten verkeerd inrijden.

Voor het loftcomplex staat een verlaten canapé. De oorlogsfotograaf zet zich gemakkelijk en gaat verder met zijn betoog. “De Marokkanen van Molenbeek hebben een sterk parochiale cultuur. Laag-Molenbeek is een etnische enclave van een zeer gesloten gemeenschap. Daarop heeft zich een toenemend islamisme gevestigd, een onderstroom die steeds belangrijker wordt. Vrouwen krijgen de raad een hoofddoek te dragen, en als ze dat niet doen worden ze geïntimideerd.” Terwijl Voeten dit zegt lopen talloze vrouwen met hoofddoeken voorbij.

We gaan het loftcomplex binnen. Voeten begroet een ex-buurman, en leidt ons rond. Naar de parkeergarage, waar hij op een knopje duwt. Via de grote garagepoort komen we weer buiten. “Iedereen parkeerde hier zijn auto voor de ingang, en men was nooit gehaast om die te verplaatsen. Je mocht ook de poort niet laten openstaan, want dan was er gegarandeerd iets gestolen.”

Politiek correct met de paplepel
“Weet je, er is blank racisme. Uiteraard. Maar Marokkanen zijn ook maar mensen, en zij zijn dus ook racistisch. Waarom zouden ze dat niet kunnen zijn? Maar ik hoef u ook niet te vertellen dat de verstikkende politieke correctheid jarenlang heeft verhinderd dat je zoiets kon zeggen.”

We vragen waar die correctheid vandaan komt. Voeten is antropoloog van opleiding, en vertelt hoe hij politieke correctheid met de paplepel ingegeven kreeg. “De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche had gelijk. De moderne geseculariseerde mens heeft de Sklavenmoral van de christenen behouden en wentelt zich in zelfhaat en capitulatiedrang. Wij vinden dat wij schuld hebben aan al het leed van de wereld. We hebben op een kortzichtige manier onze eigen godsdienst weggegooid en denken dat we vrij zijn. Aan de andere kant heb je nu vijftig tot zestig procent van de Europese moslims – volgens een recente studie uit Berlijn – die een zeer conservatieve invulling van de islam volgen. De rest niet, dus, maar een groot deel onder hen is wel vatbaar voor het verwijt dat ze dan niet vroom genoeg zijn. Net zoals meneer pastoor vroeger mensen ‘raad’ kwam geven, en heel wat mensen plots in een vlaag beseften dat ze niet vroom genoeg waren.”

“De meeste moslims die ik in mijn leven heb ontmoet zijn wel lieve, goede mensen, maar zeer beïnvloedbaar voor godsdienstige verwijten.”
Voeten onthult dat hijzelf katholiek is. “Ik ben gelovig, maar dat is iets persoonlijks tussen mij en God. Ik zal daar nooit iemand anders mee lastigvallen.” (lees verder onder de foto)

Teun Voeten Molenbeek 2
© Ivan Put
Anti-imperialisme
“Ik ben een anti-imperialist,” zegt Voeten, als statement. “Ik vecht tegen Islam-imperialisme.”

Is hij ook tegen Amerikaans imperialisme? “Simpel,” zegt Voeten. “Amerika schendt ook mensenrechten. De wreedheden in de Iraakse Abu Graib-gevangenis zijn een goed voorbeeld. Maar in de VS kan je dat zeggen zonder gestraft te worden. Er wordt voordurend een open, eerlijk en hard debat gevoerd. Dat is typisch voor de Westerse cultuur: debat. Zelftwijfel om jezelf te verbeteren. Streven naar de waarheid, en, terwijl er verschillende interpretaties bestaan, interpretaties rangschikken volgens feitelijke toetsing.”

“Mensen hebben wel hun spiritualiteit nodig. Niets mis mee. Het probleem met moslims is vaak dat ze weters worden in plaats van gelovigen. Zij weten wat de waarheid is, en daarmee gedaan. In Molenbeek wonen veel weters.”

Arabische lente
Aan een sociaal woningencomplex houden we halt. De tuin ligt vol afval. Een oud dametje komt ons tegemoet. “Het afval wordt gewoon uit het raam gekieperd. Ik kan het weten, want ik woon hier al 24 jaar.” Voeten neemt een foto, iets wat hij trouwens tijdens de wandeling onophoudelijk doet.

“Islamitische Staat is als een bliksemafleider waar alle spanningen en frustraties samenkomen. We leven in een goor neoliberaal tijdperk, en mensen worden door het economische systeem aan de kant gezet. Ze worden steeds overbodiger, kijk maar naar de berichten over de nieuwe golf automatiseringen die op komst is. De strenge islam biedt buitengesloten jongeren een sterke identiteit en groepsgevoel, en daarbovenop een staat die je de kans geeft om iemand te zijn, om avontuur te beleven, om te ‘leven’ tout court. In 2012 had je nog een soort idealisme bij jongeren die naar Syrië trokken. Ze gingen tegen dictator Bashar Al-Assad vechten. Naïef, maar begrijpelijk. Maar nu is Islamitische Staat puur fascistoïde geworden. Iedereen die zich daar nu nog bij aansluit is medeplichtig aan oorlogsmisdaden.”

Voeten was drie keer in Syrië tijdens de oorlog. Terwijl we door de Ransfortstraat lopen, houden we halt bij een anoniem pand met geblindeerde ramen. “Hier is een van die obscure moskeetjes waar ik dezelfde mannen heb zien lopen als in Syrië: jihadi-dresscode.”

Terug op de markt zegt Voeten: “Ik heb in het begin nog in de Arabische lente geloofd, heel even. Op Tunesië na is die echter dood gebleven, die lente. Nu denk ik dat sommige culturen in de wereld misschien geen boodschap hebben aan democratie zoals wij die beleven.”

Vorming
We wandelen richting Ribaucourt. “Goh, dat is de eerste keer dat ik op het terras van dat theehuis een vrouw zie zitten,” zegt Voeten. “En dan nog zonder hoofddoek.”

Eerder telde de oorlogsfotograaf de hoofddoeken op straat. Het was de meerderheid.

“Het is alleen maar erger geworden,” voegt Voeten er aan toe.

In de Ribaucourtstraat. “Islamitische Staat is de ideologie van de haat in de praktijk gebracht. Daarom dat het ook zo succesvol is: er is een grondgebied, een land waar je de haat tegen ongelovigen zomaar in de praktijk kan brengen. Niet alleen jonge mannen, maar ook jonge vrouwen vinden het best geil daar. Men zegt dat ze maar met honderden zijn, de Belgische Syriëstrijders, en dat dat niet veel is. Maar tel daar de actieve sympathisanten bij op, de complotdenkers, de conservatieve moslims die IS misschien niet steunen, maar ook niet afvallen, en je bent al met veel.”

We vragen of er echt geen remedie is.

“Onderwijs, maar als ik dat zeg, word ik ook plots als linkse bien-pensant geklasseerd. Toch is dat nog iets waarin ik geloof. Filosofie, vorming. Tussen haakjes: ik ben nooit links geweest. Rechts trouwens ook niet.”

“We hebben hier nogal de neiging om dreigingen weg te rationaliseren. De bevolking is terecht bang voor IS, maar krijgt te horen dat de kans statistisch klein is dat je het leven laat in een aanslag. Dat kan wel zijn, maar angst is per definitie irrationeel, en het is zeer begrijpelijk dat mensen bang zijn. Als de elite dat weglacht of wegcijfert, dan gaan we er niet geraken. Eerlijk en open debat, waarbij de dingen benoemd worden. Dat hebben we nodig.”

Voeten is niet per definitie pessimistisch, of bang. Toch zegt hij dat hij tegenwoordig in Brussel oplet als er een gek uitziend individu met een rugzak de metro opstapt. 

Hij denkt na, en zegt: “Misschien zullen we wel het begrip ‘overwinning’ moeten herdefiniëren. In vroegere oorlogen won één van de partijen. De verliezer werd in de pan gehakt. Onvoorwaardelijke overgave. Nu heerst er een permanente strijd met een ongrijpbare, flexibele vijand die niet op een klassiek slagveld wordt uitgevochten. Totale overwinning, eliminatie van IS en haar gedachtegoed is onmogelijk. We moeten leren leven met een hoeveelheid geweld in onze samenleving, en dat geweld zal blijven.”
 

Molenbeek door de lens van Teun Voeten:

Molenbeek March 2015 02
© Teun Voeten
Molenbeek March 2015 03
© Teun Voeten
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?

Lees ook