Op bezoek bij cohousingproject L'Échappée: samenhuizen naar Deens model

© Bart Dewaele

Delen is het nieuwe hebben, ook bij de zoektocht naar duurzame huisvesting in de stad. De gemeenschappelijke woonvormen zitten in de lift, maar is dat cohousen ook het nieuwe wonen voor een breed publiek? En hoe laat je dit samenleven harmonieus verlopen? Bij L’Échappée, een nieuwe cohousing in Laken naar Deens model, zochten we uit hoe het kan.

Ook op een koude zaterdagochtend in november gonst het van de bedrijvigheid op en rond de ruime gemeenschappelijke tuin van L’Échappée. Negenentwintig volwassenen en vijftien kinderen hebben beslist in de buurt van Thurn & Taxis samen een toekomst op te bouwen in Brussel. L’Échappée is hun ultieme droom: een gloednieuw sociaal en ecologisch woonproject, samen opgebouwd vanaf nul op een oud industrieterrein.

In de ruime gemeenschappelijke tuin trapt een vader een balletje met de kinderen, groeten en kussen buren elkaar joviaal en wordt er druk gepolst naar de laatste nieuwtjes. Rondom zijn de voorbije jaren achttien appartementen opgetrokken, in lage energiebouw, waarvan het gros intussen al bewoond is. Door een diverse groep van verschillende generaties, koppels en alleenstaanden, met en zonder kinderen.

Door de gemeenschappelijke tuin loopt ook Matthieu Lietaert, op zoek naar de gemeenschappelijke stofzuiger. Lietaert is de aanstoker, uit zijn koker komt het beginidee. Hij bezocht een vijftiental cohousingprojecten in het buitenland, en draaide er een documentaire over.

Deense type
“L’Échappée is gebaseerd op het Deense type,” legt hij uit. “Omdat het een gemeenschappelijke keuken heeft, en dat is het centrum van de Deense cohabitat. Bij de Denen is het begonnen in ’72, toen architect Bodil Graae een artikel schreef met als titel ‘Elk kind moet honderd ouders hebben’. Dat trok toen veel aandacht, omdat de communes van de jaren zestig overal zowat uiteengespat waren, en de bewoners allen naar de stad waren getrokken om elk hun eigen leven uit te bouwen. Hij kwam met iets tussen beide in. Een woonproject waar ieder zijn eigen keuken en leefruimte heeft, maar ook een gemeenschappelijke keuken. Samen koken en eten smeedt de groep en maakt haar hechter.”

“Dat doen wij ook, al heb je in een Deense cohousing elke dag een gemeenschappelijke maaltijd, met een beurtrol onder de volwassenen. Wij beginnen met een keer om de tien dagen tot twee weken. Verplicht is het niet. Je kan er ook voor kiezen niet deel te nemen aan de maaltijd, of het eten mee te nemen naar je privéruimte, omdat je te moe bent of gewoon geen zin hebt. Je moet wel eens om de maand mee koken voor de anderen, dat is verplicht.”

Nu de privéflats bijna allemaal af zijn, beginnen binnenkort de werkzaamheden aan de gemeenschappelijke keuken, die een extra lange tafel krijgt. Verder komt er ook nog een moestuin op het dak, helemaal rondom, geïnspireerd op de Dakakker in Rotterdam. Maar ook een atelier, een grote fietsenstalling, een gezamenlijke wasplaats, een gastenkamer, en een gemeenschappelijk salon, en veel gemeenschappelijk materiaal delen de bewoners van L’Échappée binnenkort. Ann De Cannière is één van hen. Zij leidt ons rond langs de gemeenschappelijke ruimtes.

“Wat werkt is als je gemeenschappelijke ruimtes groot genoeg zijn en je heel veel verschillende manieren van gebruik mogelijk maakt,” zegt De Cannière. “We hebben ze ook ingepland op een centrale plek, waar iedereen toch moet voorbijkomen. Als je ’s avonds van het werk komt en je fiets parkeert, zie je meteen dat er leven is in de zaal, en dan spring je makkelijk nog even binnen om te praten en iets te drinken. Dat zal werken, het was ook echt de keuze.”

De kracht van de overtuiging hebben de cohousers van L’Échappée onmiskenbaar. Maar wat is de sleutel voor geslaagd harmonieus samenleven in zo’n woonproject? “Dialoog,” zegt Matthieu Lietaert beslist. “Dat hebben we de voorbije zes jaar wel geleerd. Als iemand niet akkoord gaat, zegt hij dat. En iedereen durft dat, intussen, niet akkoord te gaan. De anderen luisteren, en we zoeken samen een oplossing. Actief luisteren noemen we dat, l’écoute active. Dat hebben we intussen bereikt. We beslissen niet meerderheid tegen minderheid. We zijn samen een groep, en gaan samen vooruit. Dat is de sleutel.”

Charter
“Samenleven in een cohousing kan in principe voor veel mensen een optie zijn, zolang je maar beseft dat jij de waarheid niet hebt gevonden, alleen maar een deel van de waarheid,” oordeelt Lietaert. Hij leerde veel van zijn eerste poging om een cohousing op te zetten, in Italië. Na anderhalf jaar onderhandelen, spatte de groep daar plots uiteen, in enkele uren tijd. De stad of het platteland, huren of kopen, de visies liepen te ver uiteen.

Het leerde Lietaert om te werken met een charter, waarin je de grote lijnen van het project uiteenzet, en de waarden waar de woongroep achter staat. Dat kan dienen als kompas. In het handvest van L’Échappée lezen we onder meer dat ze ecologisch willen bouwen en leven, conflicten vreedzaam en luisterend willen oplossen, en dat het fundamenteel is dat iedereen actief deelneemt aan het project en zich verantwoordelijk opstelt. Bovendien beloven ze zich open te stellen voor hun Lakense buurt.

“Onze gemeenschappelijke zaal heeft ook een deur aan de straatkant,” zegt Ann De Cannière. “Ook de buurt zal er gebruik van kunnen maken, of wij zullen iets organiseren waarbij we de buren uitnodigen.” Ze willen duidelijk tot elke prijs vermijden dat ze een gated community worden. Zelfs met de beste bedoelingen bestaat dat risico bij elke cohousing, geeft Lietaert toe.

Gesloten of superopen eiland?
“We zullen een eiland zijn, zeker, maar tot op welke hoogte? Dat is altijd de vraag. Een gesloten eiland, of superopen? Ook daar zal het belangrijk zijn om uit te proberen, te dialogeren, te zien wat ons bevalt. In onze groep zijn er zovelen met de overtuiging om ons te openen naar de buurt dat het zal lukken, daar ben ik van overtuigd.” Zo samenleven, met elkaar en de buurt, is hun manier om de anonimiteit van de stad te doorbreken, zeggen ze.

“Als moeder van jonge kinderen zie ik deze woongroep ook als een soort minimaatschappij waar de kinderen de tussenschaal leren tussen de cocon van het gezin en de wereld buiten,” zegt De Cannière. “Leren dat de dingen besproken moeten worden, dat elk gezin zo zijn regels heeft en dat we met elkaar moeten rekening houden. Dat iedereen zich leert uitdrukken ook, en aandacht heeft om iedereen aan het woord te laten. Dat hebben we tijdens dit hele proces al gedaan, en zeker voor beslissingen die zo’n impact hebben op langere termijn, is dat de moeite waard.”Thomas Verbeke

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?