interview

Paul Steinbrück: ‘Een openluchtzwembad is op en top sociaal’

Het openluchtzwembad is intussen gesloten, maar Paul Steinbrück heeft nog plannen: “Helemaal stoppen lijkt ons geen goed idee. We denken onder meer aan een sauna.”© Saskia Vanderstichele

Wie dacht dat openluchtzwembaden vooral een gril zijn voor Berlijnsnobs, was duidelijk niet in Flow aan het kanaal in Anderlecht. Dat zwembad slaagde er wonderwel in om zowel de lokale jeugd als de trendy stadsbewoner te bekoren. Medebezieler Paul Steinbrück van Pool is Cool maakt de balans op. “Niemand kan nog zeggen dat een openluchtzwembad te moeilijk is.”

Wie is Paul Steinbrück?

  • Geboren in Dresden, 41 jaar
  • Studies Ingenieur-architect in Dresden
  • Architect in Berlijn 2004-2008
  • Sinds 2008 in Brussel, woont in Sint-Joost
  • Architect bij 51N4E tot 2018
  • Medeoprichter Pool is Cool in 2014, fulltime actief voor de vzw sinds 2018

In lang vervlogen tijden, toen de dieren nog praatten en de Iphone 1 nog niet bestond, was er eens een staatssecretaris die kwam aanzetten met het idee van een Brussels openluchtzwembad. Onvoorstelbaar vond Pascal Smet (One.brussels/Vooruit) het dat een stad als Brussel dat niet kon aanbieden aan zijn vooral jonge bevolking.Als we achttien jaar later Flow binnenlopen aan de Pierre Marchantbrug in Anderlecht, begint het net te regenen en is het zo'n 18 °C. Toch is die jonge en diverse bevolking present. Aan het onthaal, maar vooral in het onverwarmde bekken, waar ze met zijn zevenen kabaal maken voor wel dertig. Bommetjes, geïmproviseerde zwemwedstrijden, een waterpistool. Een wat vermoeide Paul Steinbrück slaat het schouwspel glimlachend gade. Openluchtzwemmen, dat is vooral samenkomen met anderen.”

Hoe belandt een architect uit Dresden in Brussel?
Paul Steinbrück: Ik werkte in Berlijn en wou eens iets anders zien. In 2008 ben ik dan wat toevallig naar Brussel verhuisd, waar ik bij architectuurbureau 51N4E kon beginnen. Ik maakte vrienden, leerde mijn vriendin kennen en ben gebleven. Dat ik er niet over nagedacht heb om terug te keren, heeft waarschijnlijk te maken met mijn herinneringen uit de eerste zomer in 2009. Toen bestond Piknik Electronik nog: muziek en een bar in het park, op kleine schaal. Ik kende dat niet, dat je de openbare ruimte ook op die manier kan gebruiken en ik vond het fantastisch. Met vrienden zijn we toen ook begonnen met barbecues in de stad: boven het Dudenpark, op het Poelaertplein, aan het Rijksadministratief Centrum … Vaak op ruimtes die ooit met veel grandeur waren ontworpen, maar stedelijk niemandsland waren geworden. Eigenlijk mag dat niet. Maar het leuke aan Brussel is dat er vaak niemand iets van zegt, zelf al sta je daar voor het justitiepaleis te grillen. Wellicht heeft dat met de Brusselse structuren te maken. Als er negentien gemeentes zijn en je niet altijd weet in welke je je bevindt, dan weet de politie dat misschien ook soms niet. Er ontstaan tussenruimtes. Ook de schaal van Brussel vond ik interessant. Een keer door de stad in Berlijn kost je evenveel tijd als van Brussel naar Antwerpen treinen.

Is de stad in die jaren ten goede veranderd?
Steinbrück: Ja! Om te beginnen is het positief wat hier niét veranderd is. Berlijn is sinds 2008 grotendeels gecommercialiseerd, verkocht, gegentrificeerd en noem maar op. Dat is hier nog steeds niet het geval. Tegelijk is er veel kwaliteit bijgekomen. Kijk naar de centrale lanen: dat die heraanleg er relatief snel kwam, en dan nog na een actie van burgerlijke ongehoorzaamheid, dat is niet niets. Verder is het openbaar vervoer hier goed en qua fietsen gaat het ook vooruit.
Het frappeert me dat de dingen hier vaak bewegen nadat burgergroepen er zich mee gemoeid hebben. Dat geldt voor de An­spachlaan, voor Pool is Cool, maar ook bij de discussie rond de Josaphatsite. Natuurlijk heb je gemiste kansen als Thurn & Taxis, dat nooit aan één privéontwikkelaar verkocht had mogen worden ...

Paul Steinbrück (Pool is Cool/Flow)
© Saskia Vanderstichele
| Paul Steinbrück met twee habitués van het zwembad. De twee broers zakken regelmatig met de bus af uit Halle.

Staan burgerbewegingen hier sterker omdat de overheid zo versplinterd is?
Steinbrück: Misschien. Als burgerbeweging moet je je niet per se iets aantrekken van die gemeente­grenzen, je kan gewoon in het hele gewest actief worden.

Flow is het eerste openluchtzwembad in Brussel, maar niet het eerste idee voor openluchtzwemmen. Waarom is het deze keer wel gelukt?
Steinbrück: ​​​​​​​We zijn gecontacteerd door de gemeente Anderlecht, door Elke Roex (Vooruit) en Susanne Müller-Hübsch (Groen), die zwemmen op deze plek voorstelden. Verder hadden we al goede contacten met het Gewest en Leefmilieu Brussel opgebouwd. De geesten zijn in de loop van de jaren ook gerijpt. In de jaren 2000 werd het idee nog als een folie van Pascal Smet gezien, die het misschien ook iets te nadrukkelijk als zijn idee presenteerde. Tegelijk zijn we wel dankbaar dat hij het op de agenda zette. Vandaag is er meer draagvlak.

Het zwembad bevindt zich in Anderlecht naast het kanaal.
© Flow
| Het openluchtzwembad toen het nog in opbouw was: "Niemand van onze politieke partners vroeg ons (na het relletje over vrouwenzwemmen en boerkini's) om onze werkwijze te veranderen. Voor de rest overheerst gewoon een gevoel van blijdschap: het is ons gelukt!"

Bent u tevreden over het voorbije Flowseizoen?
Steinbrück: Ja! Omdat het gelukt is om het zwembad op te bouwen en te beheren zonder echte incidenten. En misschien nog het meest omdat we erin geslaagd zijn om een project te zijn voor zowel heel Brussel als voor de buurt. Het is niet te hip voor de wijk en niet te kleinschalig en lokaal voor andere stadsbewoners.

Het had inderdaad makkelijk een zwembad kunnen worden voor de trendy Brusselaar, die openluchtzwemmen wel chic vindt. Hoe hebben jullie dat gefikst, die mix?
Steinbrück: Door te beseffen dat we het niet alleen kunnen. We zijn op zoek gegaan naar partners, voor de bouw was dat bijvoorbeeld het decoratelier van Jozef Wouters, dat gewoon is met lokale actoren te werken. Bijna vijftig jongeren, vaak uit de buurt, hebben Jozef geholpen om de houten onderdelen van het zwembad in zijn atelier te fabriceren. Niet gewoon als job, maar ook met het perspectief dat ze samen aan het zwembad bouwden waar ze enkele maanden later zouden kunnen inspringen. Die jongeren hebben er hun familie en vrienden bij betrokken en het doorverteld.

Een tweede belangrijke partner was Art2Work, dat jongeren de mogelijkheid geeft om werkervaring op te doen, onder meer bij het beheer van het zwembad. Een deel van onze jonge medewerkers woont trouwens daar in die blokken (wijst naar het imposante socialewoningencomplex aan de Grondelsstraat), dat creëert een speciale band met deze plek.

Mijn collega Louisa Vermoere heeft ook zeker honderd organisaties aangeschreven om te vragen of ze hier in groep wilden komen zwemmen: speelpleinwerkingen, ouderenverenigingen, mensen met een beperking, enzovoort. Wie een keer in groepsverband was gekomen, kwam later vaak op eigen houtje terug.

Verder waren ook culturele organisaties als het Kunstenfestivaldesarts en Zinnema hier actief, dat gaf er nog eens een andere dimensie aan. Ten slotte denk ik dat de plek ook wel meespeelt, die nog maar weinig eigen identiteit heeft.

Is Flow niet gewoon veel te klein? Zeventien meter, waarvan dan nog een deel kinderzone. En als het mooi weer is, zwem je eigenlijk voortdurend tegen andere mensen.
Steinbrück: (Grijnst) Uiteraard, dat is de bedoeling! Iedereen moet hier een beetje geambeteerd zijn dat het te klein is. Zo beseffen mensen dat er eindelijk meer moet gebeuren voor het openluchtzwemmen. Neen, serieus: dat is het maximum dat we met onze middelen kunnen realiseren. En daarnaast kwamen de meeste mensen ook niet echt om te zwemmen, maar wel voor de verfrissing, om het zwembad eens te zien, om vrienden te ontmoeten.

Eind augustus stopten de zwem­activiteiten. Het zwembad wordt leeggemaakt. En nu?
Steinbrück: Als we de financiering opnieuw rondkrijgen, willen we volgend jaar eerder starten. Dit jaar was juni de warmste maand, het is jammer om dan niet open te zijn. We plannen dan ook een natuurlijk filtersysteem, dat kon dit jaar nog niet omdat de Brusselse wetgeving het nog niet toelaat. En tijdens de herfst en winter willen we hier ook activiteiten organiseren, helemaal stoppen lijkt ons geen goed idee. We denken onder meer aan een sauna, al staat nog niets vast.

Jullie wilden een vliegwiel zijn voor andere openluchtzwemprojecten. Is dat gelukt?
Steinbrück: Het is een beetje vroeg om te zeggen wat het gewicht is van Flow. Er beweegt natuurlijk al wel wat: de zwemvijver in Neerpede, het idee van een dakzwembad op Abattoir, en de intentie van de Stad Brussel, waar we niet veel meer van horen.

Schepen van Sport Benoit Hellings (Ecolo) legde uit dat de Stad andere katten te geselen had tijdens de Covidcrisis en dat er ook te weinig geld is. Is openluchtzwembaden bouwen in deze tijden geen luxevraag? We krijgen zelfs de overdekte zwembaden amper gerenoveerd.
Steinbrück: Als je die redenering doortrekt, kan je alle zwembaden beter sluiten zolang je niet genoeg sociale huisvesting hebt. Daarnaast zijn openluchtzwembaden op en top sociaal: ze zijn er niet in de eerste plaats voor mensen die anders wel naar de zee of op vakantie gaan. Ze zijn er voor wie die kans niet heeft (kijkt onwillekeurig naar de tieners in het bad, die het best naar hun zin hebben, als we op het geluidsvolume mogen afgaan).

Wat is eigenlijk de meerwaarde van openluchtzwemmen tegenover een overdekt zwembad? Uiteindelijk kan je zo'n bad maar een deel van het jaar gebruiken.
Steinbrück: De meeste overdekte zwembaden gebruik je functioneel, voor fitness of gezondheid. Hier komt het hele sociale gebeuren erbij. De meeste mensen zijn maar de helft van de tijd in het water, en zitten er de rest van de tijd rond en leren er anderen kennen. Door balspelen ontstaan plots merkwaardige nieuwe groepen. Openluchtzwemmen is een aanleiding om samen te komen. Daarnaast kan je in een openluchtzwembad ook aan sport doen.

Daarnet vroegen we of Flow nu gewogen heeft op nieuwe projecten voor openluchtzwemmen. Is dat zo?
Steinbrück: Ik hoop het wel. Dat Flow geslaagd is, is alvast een argument om naar politieke besturen te stappen met de vraag: 'Waarom niet bij jullie?' De tegenwerping dat zoiets veel te ingewikkeld is, is hiermee van tafel. Natuurlijk kost het wel geld.

Hoe duur was het project?
Steinbrück: 400.000 euro, alles inbegrepen. Dan hebben we het zowel over de planfase, het bouwen en het beheer van het bad, met alle personeelskosten erbij. Als je het bad meerdere jaren of langer per jaar zou openhouden, dalen de kosten per maand natuurlijk drastisch.

Paul Steinbrück (Pool is Cool/Flow)
© Saskia Vanderstichele
| Paul Steinbrück: "Een pijnpunt is dat de openbare ruimte vaak enkel op maat van één buurt wordt gepland, terwijl je ook moet denken aan functies die een rol spelen voor heel het gewest."

Net voor het zwembad openging vertelde u ons al eens dat Flow niet enkel over zwemmen gaat. Het staat ook symbool voor de nood aan kwaliteitsvolle openbare ruimte en voorzieningen in deze wijk, waar vooral woningen worden gebouwd. Is dat een probleem in heel Brussel?
Steinbrück: Dat denk ik wel. In stedenbouwkundige discussies worden de noden van stadsbewoners vaak herleid tot wonen, werken en als het kan ook groene ruimte. Maar dat mensen tussen het wonen en werken ook nog iets anders willen doen, wordt vaak vergeten. Het gaat me dan vooral om infrastructuur waar je veel meer mensen voor nodig hebt: een theater, een jeugdclub, een zwembad ... Kijk naar de Josaphatsite: Vervoort wil daar in de eerste plaats een bepaald aantal appartementen en pas als dat opgelost is, wordt gekeken naar plekken waar nog wat groene ruimte kan komen. Men negeert zo de complexiteit van een stad. In die stad wonen naast de mens trouwens ook nog de bijen, als we het over Josaphat hebben (de site is een nationale hotspot voor bijen, met ruim 120 getelde soorten. Actievoerders ijveren er voor een grote zone ongerept natuurgebied, red.). Het zou slimmer zijn om eerst bij de open ruimte te beginnen en dan te kijken hoe je daar ook nog andere functies kan organiseren.

Daar pleit ook de Brusselse bouwmeester voor.
Steinbrück: Dat kan ik dan alleen maar steunen. Een ander pijnpunt is dat de openbare ruimte vaak enkel op maat van één buurt wordt gepland, terwijl je ook moet denken aan functies die een rol spelen voor heel het gewest. Die enge kijk is vaak het resultaat van een goedbedoeld participatieproject met enkel lokale mensen.

Een klein deel van jullie financiering komt van de immobedrijven die actief zijn in deze stadswijk in aanbouw. Is het openluchtzwembad gewoon een bewegende reclamefolder voor de woningen die hier verkocht worden?
Steinbrück: (Denkt even na) Dan hebben ze er toch nog niet veel gebruik van gemaakt in hun communicatie. Je kan niet negeren dat die immospelers een enorme impact hebben op de stad. We wilden ze daarom ook betrekken bij de publieke activiteiten in de wijk, en staan er ook voor open dat ze meer bijdragen dan de huidige zeven procent of zo van het budget. De boodschap is ook dat ontwikkelaars niet alleen maar kunnen profiteren van het feit dat ze hier zoveel woningen mogen verkopen, ze zijn ook mee verantwoordelijk.

Wat heeft u uiteindelijk het meest verrast tijdens het hele Flowproject?
Steinbrück: ​​​​​​​In negatieve zin de discussie over de boerkini's die we toelaten en het aparte zwemuurtje voor vrouwen. We hadden die kritiek uit rechtse hoek wel verwacht, maar nu meldden zich ook politici uit het centrum (onder anderen MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez en Défivoorzitter François De Smet, red.). Positief was dan weer dat er bijzonder veel steun kwam, onder meer van Vlaams minister Benjamin Dalle (CD&V). Niemand van onze politieke partners vroeg ons om onze werkwijze te veranderen. Voor de rest overheerst gewoon een gevoel van blijdschap: het is ons gelukt!

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?