Plantenpaleis krijgt tweede leven

Bettina Hubo
© Agenda Magazine
01/09/2009
Na tien jaar werken is het dak van het Plantenpaleis, het grote publieke kassencomplex van de Nationale Plantentuin van België, eindelijk helemaal vernieuwd. Maar het einde van de broodnodige renovatie van de hele Plantentuin is nog niet in zicht.

H et dak van de dertien grote kassen werd grondig aangepakt. De houten draagprofielen werden vervangen door aluminium exemplaren, en in plaats van enkel glas kwam er isolerend veiligheidsglas.

Directeur Jan Rammeloo mocht afgelopen donderdag de laatste van de 8.100 nieuwe glasplaten neerleggen. "Vroeger waaiden bij elke storm honderd ruiten kapot. En er waren zoveel kieren in het dak dat de kassen als het ware het park verwarmden," vertelt hij.

Om het dak te herstellen werden de dertien kassen een voor een leeggemaakt. Sommige kolossale bomen moesten met een torenkraan naar een andere serre verplaatst worden. De tienduizend tropische plantensoorten in de kassen zijn immers niet bestand tegen het Belgische klimaat. De lege serres hebben een technische facelift gekregen en worden nu ook inhoudelijk vernieuwd. In de nieuwe opstelling wordt de plantencollectie niet langer per land of continent gepresenteerd: planten die in dezelfde klimaatomstandigheden groeien, worden nu gegroepeerd. De planten en bomen staan ook niet meer in potten, maar in de volle grond, zoals altijd al de bedoeling was. "We merken dat dat meteen veel meer bloei geeft," zegt Viviane Leyman, hoofd van het Plantenpaleis.

Vier kassen zijn inmiddels helemaal klaar. Daaronder is de Droogtekas, waar woestijnplanten groeien, of de Mabundukas, met katoen, koffie, cacao en andere planten die voor de mens van economisch belang zijn. Aan de inrichting van de andere serres, zoals de 150 meter lange Regenwoudkas, wordt volop gewerkt.

De herstelling en nieuwe inrichting van het Plantenpaleis is een belangrijke stap vooruit in de totale renovatie van de Plantentuin, maar er is nog heel veel werk aan de winkel. De dertien grote kassen zijn dan wel gerestaureerd, maar daarnaast zijn er nog 22 kleinere kassen voor kweek en collecties, die niet publiek zijn. Rammeloo: "Die zijn in heel slechte staat; vijf jaar geleden zijn er nog twee ingestort. We hebben ze wat verstevigd, maar dat is maar tijdelijk." Ook zou het Herbarium, waar gedroogde planten bewaard worden, dringend uitgebreid moeten worden. "Er is veel te weinig plaats. We hebben hier de bijzondere collectie van de Kruidtuin in Brussel destijds. Maar ze ligt in de kelders en is zelfs nog niet ontsloten."

Bezoekersonvriendelijk

Ook op het vlak van communicatie en promotie heeft de Plantentuin nog een boel werk, zegt Rammeloo. "Wij doen veel meer dan planten bewaren en tonen. Wetenschappers bestuderen hier inheemse en Afrikaanse planten, er gebeurt DNA-onderzoek, maar niemand weet dat."

De directeur beseft dat zijn wereldvermaarde botanische tuin niet fatsoenlijk is uitgerust om bezoekers te ontvangen. "Er is te weinig parkeergelegenheid en met het openbaar vervoer is de Plantentuin nog altijd moeilijk te bereiken. Het kost drie kwartier om er vanuit Brussel met de bus te geraken. Op het hek staat bovendien nergens vermeld dat je in de Plantentuin bent. Bij de ingang zijn geen toiletten en een bezoekerscentrum is er ook niet - we hebben wel een geschikt gebouw, maar dat moet eerst gerestaureerd worden. De kaartjesverkoop gebeurt dus in een soort frietkot . En als de bezoekers binnen zijn, moeten ze vier-, vijfhonderd meter lopen tot de eerste attractie."

Nu trekt het park jaarlijks 120.000 bezoekers. Volgens de directeur zouden ze makkelijk het dubbele kunnen halen. "Er komen bijvoorbeeld nog veel te weinig Brusselaars. Maar we konden de afgelopen jaren niet te veel promotie maken. De meeste mensen komen immers voor de serres, en die waren in verbouwing."

Dromen

Rammeloo wil het allemaal graag aanpakken - hij droomt ook van een botanische speeltuin zoals in de beroemde Kew Gardens van Londen -, maar het grote probleem is geld. De Plantentuin is nog steeds een federale instelling, hoewel bij de Lambermontakkoorden is afgesproken dat hij zou worden overgeheveld naar Vlaanderen. Daartoe zou eerst een samenwerkingsakkoord tussen de Franse en Vlaamse Gemeenschap gesloten worden, waarin onder meer het lot van de Franstalige personeelsleden geregeld wordt. Dat akkoord is er nog altijd niet. Rammeloo: "Wij hangen dus voor ons werkingsbudget af van de federale minister van Wetenschapsbeleid, en voor de grote renovaties van de Regie der Gebouwen. Logisch dat de Regie andere prioriteiten heeft dan een gebouw dat ze elke maand kwijt kan zijn. Ze voert hier nog alleen veiligheidswerkzaamheden uit."

In afwachting van de overheveling steekt Vlaanderen al wel geld toe, maar ook alleen voor 'bewarende' initiatieven, die moeten voorkomen dat de collectie verloren gaat. De renovatie van de dertien publiekskassen - kostprijs: 5,3 miljoen euro - werd gedeeld: de Regie der Gebouwen nam zes daken voor haar rekening, de Vlaamse overheid zeven.

Voor alle overige plannen en dromen moet Rammeloo het werkingsbudget en de eigen inkomsten van de Plantentuin aanspreken. Die zijn beperkt en dus moeten er prioriteiten gesteld worden: eerst het Plantenpaleis helemaal inrichten, dan de toegang verbeteren en pas daarna 'gekkigheden' zoals een speeltuin.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Samenleving

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni