Politici onder vuur na deelname aan Black Lives Matter-betoging

© Julien Uyttendaele via Twitter
| PS-politici Karine Lalieux, Laurette Onkelinx, Rachid Madrane en Julien Uyttendaele op de Black Lives Matter-betoging van zondag 7 juni.

De aanwezigheid van een aantal politici op de Black Lives Matter-betoging van zondag lokt grote verontwaardiging uit, niet alleen bij andere politici en bij de bevolking, ook in de juridische wereld. “Samenscholingen zijn nog altijd verboden,” zegt professor Koen Lemmens (KULeuven/VUB). “Een minister als Gatz kan dat niet naast zich neerleggen.”

Verschillende Brusselse politici namen gisteren, ondanks de coronamaatregelen, deel aan de Black Lives Matter-betoging op het Poelaertplein. Dat bleek uit verschillende posts op sociale media. Zo maakten Vlaams-Brusselse parlementsleden Hannelore Goeman (SP.A) en Stijn Bex (Groen) op twitter melding van hun aanwezigheid. Via datzelfde kanaal toonden PS’ers Karine Lalieux (OCMW-voorzitter Brussel-stad), Rachid Madrane (voorzitter Brussels parlement) en Laurette Onkelinx een foto waarop ze wel heel dicht bij elkaar poseerden.

Ook Sven Gatz, Brussels minister van Financiën (Open VLD), liet weten dat hij van de partij was, dit tot grote verontwaardiging van Koen Lemmens, professor publiekrecht (KU Leuven/VUB). Lemmens keurde de aanwezigheid van de minister meteen af via twitter (Is het een ministerieel privilege om boven de wet te staan?), waarop Gatz per ommegaande liet weten dat de betoging gedoogd was door Stad Brussel onder de voorwaarden afstand houden, handhygiëne en mondmaskers en dat hij zich aan die voorwaarden had gehouden.

Minister Gatz zegt vandaag dat hij met gemengde gevoelens terugkijkt op zijn deelname, maar er geen spijt van heeft. “Ik was daar gisteren omdat ik Black Lives Matter heel belangrijk vind. Ik begrijp dat er vragen zijn over de gezondheidsrisico’s, maar daar zijn de mondmaskers in grote mate een antwoord op. Ik begrijp ook dat er mensen zijn die zeggen: wij mogen niet uit ons kot en die betoging mag wel. Maar die energie moest op de een of andere manier gekanaliseerd worden.”

Hannelore Goeman geeft vandaag wel toe dat de betoging beter niet was doorgegaan. Ze laat intussen ook weten dat ze vijftien dagen in zelfquarantaine gaat. Ze roept alle betogers op dit ook te doen.

Voorbeeldfunctie

Ook the day after vindt Lemmens de aanwezigheid van Gatz (en alle andere politici) onbegrijpelijk. “Het Covid-ministerieel besluit was heel duidelijk: alle samenscholingen zijn verboden. Afstand houden verandert daar niets aan.”

Dat burgers de wet naast zich neerleggen, vindt Lemmens nog tot daar aan toe. “Maar zeker politici hebben een voorbeeldfunctie. Als die vrolijk op twitter melden dat ze de regels niet naleven, vind ik dat vreemd. Ten eerste creëren ze door hun deelname een gevaarlijke situatie. Ze kunnen wel beweren dat dat niet zo is, maar als er geen gevaar voor de volksgezondheid is, moeten ze dat verbod op samenscholingen maar afschaffen. Een tweede aspect is de draagkracht van de bevolking. Hoe wil je dat de burger de regels volgt als politici signalen geven dat de regels flexibel zijn, dat er te onderhandelen valt.”

Maar hoe zit het dan met het recht op vrije meningsuiting? Lemmens: “Het gaat hier om het recht om in het openbaar, in de openlucht, te vergaderen en dat is krachtens artikel 26 van de Grondwet onderworpen aan de politiewetten, hier dus onder meer het Covid-ministerieel besluit.”

Brussels burgemeester Philippe Close (PS) had de betoging op voorhand nochtans gedoogd. Een merkwaardig besluit, zegt Lemmens. “Op de aanvraag tot betoging moet de burgemeester ja of neen antwoorden. Gedogen is niets. Mijn aanvoelen is dat hij niet ja kon zeggen omdat hij dan de wettelijke bepalingen overtrad en dat hij niet neen wilde zeggen omdat hij sympathie had voor de aanleiding van de betoging.”

Eén man bevoegd: Vervoort

Maar het feit dat de betoging gedoogd was, kan volgens hem geen vrijbrief zijn voor politici om deel te nemen. “Van de gewone burger kan je het misschien niet verwachten, maar een minister moet toch weten dat de burgemeester hogere normen te respecteren heeft.”

Vraag is of Close had moeten worden teruggefloten en wie dat dan had moeten doen. Federaal minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem (CD&V) deed het alvast niet. Die noemde het een verstandige beslissing van de Brusselse burgemeester. “Er is maar een iemand die daarvoor bevoegd is, en dat is de Brusselse minister-president Rudi Vervoort (PS),” zegt politiek analist Daniël Buyle. “De minister-president in persoon is sinds de zesde staatshervorming bevoegd voor de coördinatie van de veiligheid binnen het gewest. Maar Vervoort maakt niet of nauwelijks gebruik van die bevoegdheid. Hij ontvlucht zijn verantwoordelijkheid en laat het over aan de burgemeesters. In deze zaak wilde hij wellicht zijn partijgenoot niet terugfluiten. Dat is straf want Vervoort zit mee in de Nationale Veiligheidsraad en moet dus alles wat daar beslist wordt in Brussel laten uitvoeren.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?