interview

Professor bejaardenbeleid: ‘Brussel moet geen calimero spelen’

© Bart Dewaele

Met de zesde staatshervorming heeft het Brussels Gewest een flinke boterham op zijn bord gekregen: de organisatie van een coherent en rechtvaardig bejaardenbeleid. “Het zal niet simpel zijn,” zegt sociaal gerontoloog Dominique Verté (VUB), “maar het is een momentum dat geweldige kansen biedt.”

Professor Dominique Verté (VUB) is gepokt en gemazeld in de sector van het bejaardenbeleid. Hij is een veelgevraagd spreker in binnen- en buitenland en een graag gezien expert, zowel bij de Vlaamse als de Brusselse overheden. Hij bereidt voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) verschillende studies voor, onder meer over de zorgverzekering (‘kan ik nog niet veel over kwijt’), en begeleidt een pilotproject rond wijkgericht bejaardenbeleid in Brussel.

Het Brussels bejaardenbeleid is onderbelicht. Logisch misschien. De vergrijzing gaat hier veel trager dan in Vlaanderen of Wallonië.
Dominique Verté: Je moet die cijfers nuanceren. De relatieve stijging is hier inderdaad lager dan in Vlaanderen en Wallonië (zie grafiek), maar in absolute cijfers zien we toch een verdrievoudiging van het aantal tachtigplussers tegen 2050. De toename is dus wel reëel.

We zien bij de Brusselse bejaarden bovendien een heel sterke precariteit. De sociale draagkracht van de ouderenpopulatie in Vlaamse steden is groter dan in Brussel. En bovendien is er ook een instroom van niet-Belgen in Brussel. De uitdagingen zijn dus enorm.

De zesde staatshervorming heeft in 2014 heel wat bevoegdheden in de ouderenzorg naar Brussel gebracht, maar hoe die vorm zullen krijgen, ligt nog niet vast.
Verté: De zesde staatshervorming is een geweldige opportuniteit. Het is een momentum om het nieuwe Brussel op het vlak van wonen en zorg uit te bouwen. Of er tenminste de fundamenten voor te leggen.

Hoe is het vandaag met de kwaliteit gesteld in de Brusselse rusthuizen?
Verté: Het verhaal in de Vlaamse pers over de toestanden in de rusthuizen was wat eenzijdig, maar we kunnen niet ontkennen dat er problemen zijn. Rusthuizen vertrekken nog te veel vanuit het ziekenhuisparadigma. Het gaat alleen over (medische) zorg. Terwijl bejaardenbeleid ook en vooral over huisvesting zou moeten gaan.

Zijn de rusthuizen in Brussel er slechter aan toe dan die in Vlaanderen?
Verté: Typisch voor Brussel is dat bejaarden sneller naar rusthuizen trekken. Ze komen dan onder meer terecht in kleinere familiale privérusthuizen. Dat heeft een aantal voordelen. In Vlaanderen is de drempel om naar een rusthuis te gaan groter, en komen er eerder zwaar zorgbehoevenden terecht.

Over de kwaliteit in de Brusselse rusthuizen zelf doe ik geen uitspraken. Ik heb hier geen gegevens over. Ik veronderstel dat het in Brussel niet beter of slechter is dan in andere regio’s.

In Brussel is meer dan twee derde van de rusthuizen commercieel. Is het risico op wantoestanden daar niet groter? Ze moeten immers winst maken.
Verté: Niet per se. Een aantal van de verhalen in De Standaard ging over niet-commerciële rusthuizen. Waar ik me wel zorgen over maak, is het feit dat steeds meer van de kleine familiale privérusthuizen worden overgenomen door grotere concerns.

Aangepaste huisvesting is het échte probleem in Brussel. Dat zou er de oorzaak van kunnen zijn waarom in Brussel mensen vervroegd naar een rusthuis gaan. Het idee van ageing in place, mensen zo lang mogelijk thuis laten wonen, is formidabel, maar is voor veel Brusselaars gewoon niet haalbaar.

Wat kan de overheid doen?
Verté: Ze kan aan ouderenplanning doen, waarin alle elementen worden samengenomen, van veiligheid, mobiliteit tot en met huisvesting. Nu Brussel meer bevoegd is voor bejaardenbeleid, en ook over huisvesting en veiligheid zijn zeg kan doen, liggen daar heel veel kansen. Zo kunnen de bejaarden de zorg krijgen die ze nodig hebben. Niet te veel, niet te weinig.

En omdat niet alle Brusselaars de weg vinden naar een adequate zorg, zou het goed zijn dat de overheid dat op tijd detecteert en de bejaarden naar de juiste voorzieningen toeleidt. Dat veronderstelt een herdenking van het hele traject. Alle heil zal daarbij niet komen van de woon- en zorgcentra. Rusthuizen zullen Brussel niet redden. Veel zal moeten komen van de eerstelijnszorg.

Hoe ziet dat model er concreet uit?
Verté: We zijn bezig met proefprojecten rond buurtgerichte zorg in Brussel, met samenwerkingsverbanden tussen alle zorgverstrekkers en met het rusthuis als spil. Hier heeft Brussel een duidelijk voordeel: er is meer sociale cohesie dan in Vlaanderen. De mutuele ondersteuning van buren, de eigen netwerken, is hier veel groter.

Mijn stelling is: de grootste winst voor een bejaardenbeleid ligt niet in de zorg, maar in de huisvesting. Sommige bejaarden wonen in een gouden kooi. Ze hebben een prachtig appartement, maar kunnen niet buiten, omdat er geen bakker, dokter of beenhouwer in de buurt is.

De nieuwe Brusselse bevoegdheden in de zorg na de zesde staatshervorming zijn geen exclusieve bevoegdheden. Ook Vlaanderen blijft in Brussel actief rond zorg. Dat kan conflictueus zijn. Het volstaat om naar de zorgverzekering te kijken.
Verté: De haalbaarheidsstudie over een Brusselse zorgverzekering is zo goed als klaar. Wallonië voert de verplichte assurance-autonomie volgend jaar in. Vlaanderen heeft al langer een zorgverzekering die ook in Brussel van toepassing is. Eenvoudig is het dus niet.

Over de studie naar een Brusselse zorgverzekering kan ik niet veel zeggen, omdat ze nog niet gevalideerd is. Ze stelt een aantal pistes voor, met de bijhorende consequenties voor de verschillende overheden. Ik heb natuurlijk mijn idee over welke piste te verkiezen is, maar het is aan de politiek om knopen door te hakken.

Het gaat niet alleen over de zorgverzekering. Er is ook over de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (sinds 2014 een GGC-bevoegdheid, SVG) en over de verschillende tarieven in de thuiszorg (Vlaamse thuiszorg in Brussel is tot vijf keer duurder dan GGC-thuiszorg, SVG). Er zijn ook de personen met een handicap, de psychiatrie, etcetera.

Het is zonneklaar dat de verschillende gemeenschappen in dit land zullen moeten samenzitten, akkoorden zullen moeten sluiten en dat dat dringend is. Maar pessimistisch ben ik hier niet over. Ik merk bij de verschillende overheden voldoende bereidheid om naar een oplossing te gaan die goed is voor alle Brusselaars. Creativiteit en pragmatisme zijn daarbij de sleutelwoorden.

Samengevat: de opportuniteit bestaat erin dat met de nieuwe GGC-bevoegdheden Brussel het heft in handen kan nemen om een eigen bejaardenbeleid te ontwikkelen?
Verté: Moet nemen. Niet kan, hé. Brussel heeft verantwoordelijkheden gekregen, en moet die opnemen. Als er geen oplossing is, is er geen rechtsbescherming meer. Daarom ook zijn de gemeenschappen verplicht om met elkaar te overleggen.

Ondertussen zullen Brusselaars wel kunnen blijven shoppen tussen Vlaamse en Brusselse zorg. Een goed idee?
Verté: Neen. Voor wie de weg kent, is het natuurlijk interessant, maar wie die weg niet kent, is de dupe. Brussel kent al een grote precariteit. Het kan niet de bedoeling zijn om die nog te versterken.

Naast de precariteit is er de diversiteit. Is Brussel voldoende gewapend om de instroom van allochtone bejaarden op te vangen?
Verté: Slechts drie procent van de rusthuispopulatie is allochtoon, terwijl bijna de helft van de Brusselse bejaarden een niet-Belgische achtergrond heeft. Daar zit dus een grote discrepantie.

Misschien doen allochtonen wat Vlaanderen vandaag steeds meer van zijn bejaarden verwacht: zoveel mogelijk de familie inschakelen voor de opvang en zorg en pas in laatste instantie naar het rusthuis.
Verté:: Er is een sterk verlangen bij de allochtone bejaarden van de eerste generatie om verzorgd te worden door de kinderen, maar veel van hen werken met twee en kunnen de zware zorg niet aan.

We verwachten dan ook een toename van het aantal allochtonen in de bejaardentehuizen. Om dat op te vangen, moeten we geen Turkse of Marokkaanse rusthuizen bouwen, maar werken aan cultuursensitieve zorg. Het is daarbij niet voldoende dat de zorgverlener de taal van de allochtoon spreekt, maar dat er ook andere culturele elementen worden meegenomen.

Halalvoeding in de rusthuizen?
Verté: Inderdaad. Of het kan gaan over de manier waarop de mensen verzorgd worden.

De oplossing ligt eigenlijk voor het rapen: er zijn veel laaggeschoolde werklozen in de allochtone populatie die met een goede opleiding naar de rusthuizen zouden kunnen worden toegeleid.

Brussel kan hierin een laboratoriumfunctie vervullen. In die zin moet Brussel zich niet te min voelen. Je krijgt bij de Brusselse overheid weleens te horen: Vlaanderen staat al veel verder in het bejaardenbeleid, en staat ook veel sterker. Daarop zeg ik: Vlaanderen kijkt juist heel fel naar wat er hier in Brussel aan het gebeuren is. De oplossingen die we hier vinden, rond precariteit en diversiteit diversiteit, zullen over jaren ook nuttig zijn voor Vlaanderen. Neen, Brussel moet geen calimero spelen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?