Rudi Barnet, van voetballertje tot filmdirecteur

"Kleine dingen en toevallige ontmoetingen hebben mij gemaakt tot wie ik ben. Zeventig ben ik nu, en ik amuseer me nog altijd. Niet slecht voor een volksjongen die alleen naar de lagere school is geweest." Rudi Barnet was voetballer, zanger, acteur en jarenlang incontournable in de Franstalige audiovisuele wereld.

In het appartement van Rudi Barnet in de Jourdanstraat kun je er niet naast kijken: een rijk leven in beeld. Met onder meer een foto van de Vosselareput, een zijarm van de Leie bij Deinze. "Mijn geboortestreek. Ik ben verfranst met de jaren, maar mijn Vlaamse ziel heb ik behouden, zeggen mijn vrienden. Ik ben een beetje hard, praktisch aangelegd, het werk moet gedaan worden."

"Vier was ik toen we, tegen het einde van de oorlog, verhuisden van Petegem naar Haine-Saint-Pierre bij La Louvière. Economische migratie was het: mijn vader had er werk gevonden in de mijnen. Het lager schooltje daar is de enige onderwijsinstelling die me op het leven heeft voorbereid. Dat ging zo in die tijd, ik denk niet dat mijn vader ooit van het woord universiteit had gehoord."

"Had ik niet veel toekomstperspectief, ik beschikte wel over één grote troef: ik kon goed voetballen, ik was een linksbuiten met snelle beentjes. Op mijn zeventiende had ik al mijn plaats in het eerste elftal van US Centre, toen nog in derde nationale. Het heeft me zelfs tot op de Heizel gebracht, voor de nationale kern van de junioren. Maar helaas voor mij liep daar ook ene Wilfried Puis rond, een supergetalenteerde linksbuiten. Weg dus, de kans op nationale voetbalroem. Maar door mijn passage op de Heizel ben ik wel aan werk geraakt, bij Wagons-Lits Cook, toen nog langs de Clovislaan. De baas, Mine, was een prettig gestoorde man die alleen voetballers aanwierf. Er waren er bij die amper konden lezen of schrijven, maar goed tegen een bal stampen konden ze allemaal. Naast het werk kregen ze onderdak in een van de twee elftallen van Mine in de Urbrasco, een verbond dat toen hoog aangeschreven stond."

McCarthy
Het voetballen heeft niet lang geduurd, want al snel had Barnet andere dingen op het oog. "Ik had een tijd lang een thea­teropleiding gevolgd en uiteindelijk ben ik als zanger op het podium beland. Onder meer in de Ancienne Belgique, toentertijd dé musichall van het land. Ik heb daar sterren ontmoet als Jacques Brel en Josephine Baker. Op tournee gaan hoorde er in die tijd ook al bij, en dat heb ik gedaan met onder meer Jean Ferrat."

Na enkele jaren stopte de jonge Barnet met zingen omdat hij er geen rooie duit aan overhield. "Maar het geluk wilde dat de directeur van Le Théâtre de Quatre Sous me had opgemerkt. Hij zocht acteurs voor een nieuwe productie en hij zag wel iets in mij voor de hoofdrol. Zo ben ik aan de naam Barnet gekomen - officieel heet ik Walgraeve -, en die is blijven hangen. Waarom Barnet? Heel simpel: omdat de acteurs, uit kostenbesparing, in alfabetische volgorde op de affiche kwamen en ik bovenaan moest staan."

"Acteren heb ik een negental jaar gedaan. Het Théâtre National, Le Rideau de Bruxelles, tv- en radiowerk. Ik had zelfs een contract van vijf jaar in de Young Vic, Londen, kunnen tekenen, waar Frank Dunlop codirecteur was met Sir Laurence Olivier. Maar dat heb ik afgewimpeld: een ster wilde ik niet zijn; voor het volk spelen, trouw aan mijn roots , volstond."

"Op de planken staan en regisseren gingen me allebei goed af, ik had werk bij hopen. Tot ik op een dag besloot de productie van Une saison au Congo op poten te zetten. Een stuk van Aimé Césaire - die was samen met de Senegalese president-dichter Léopold Senghor een van de grondleggers van de Poésie de la Négritude-beweging. Het stuk ging over Belgisch Congo en meer bepaald over Patrice Lumumba. Lumumba was toentertijd zowat de baarlijke duivel in de ogen van de meeste Belgen. Het was een mission impossible : geen enkel Belgisch theater wilde zich eraan wagen, ik wist bij god niet hoe ik aan geld moest raken. Tot er hulp kwam uit de wereld van de plastische kunsten. Kunstenaars als Marcel Broodthaers - toen nog niet bekend -, Roger Somville, Pol Bury en Roel D'Haese schonken me een werk van hen. Door Hugo Claus en Tone Brulin heb ik vervolgens de werken kunnen verkopen aan baron Naessens, die La Banque de Paris et des Pays-Bas leidde en met de jaren een enorme collectie moderne kunst had aangelegd. Daardoor kon ik uiteindelijk toch Césaire naar het publiek brengen, maar het had als resultaat dat ik op de zwarte lijst van de thea­terwereld terechtkwam. McCarthyisme op z'n Belgisch."

"De timing was ook niet perfect: ik was bijna dertig, ik moest thuis twee kinderen voeden. Daarop heb ik twee jaar lang allerlei baantjes gehad: taxichauffeur, verhuizer, ober... Tot ik dankzij de enkele vrienden die ik nog in het wereldje had, weer aan de bak kon als acteur. Maar de veer was gebroken, theater kon me gestolen worden."

Sharon Stone
Weg van het theater, maar er volgde wel een vlucht vooruit. "Met dank aan Henri Ingberg, die later secretaris-generaal van de Franse Gemeenschap is geworden. Samen hebben we in Anderlecht de eerste cultuurfoyer van België opgericht. Lang heeft dat niet geduurd, want vader (Henri) Simonet was ertegen. Vervolgens heb ik in mijn dorp, Haine-Saint-Pierre, een tweede cultuurfoyer opgericht, waarop ik ben teruggeroepen om hier in Sint-Gillis het Cultuurcentrum Jacques Franck te gaan leiden, voorheen een elitair theater. We hebben daar onder meer met succes de allereerste Vrouwendag georganiseerd, maar binnen de kortste keren was het hommeles met de gemeente. Omdat we niets met immigranten mochten doen, terwijl die 33 procent van de bevolking uitmaakten. Toen al."

Het project werd afgebroken, maar de toon was gezet: Barnet werd achtereenvolgens verantwoordelijk voor de audiovisue­le afdeling van de Belgische Mediatheek; voor het promoten en verkopen van audiovisuele producties in het buitenland in opdracht van het Franse ministerie van Cultuur; voor de oprichting van Wallonie-Bruxelles Images, de tegenhanger van Flanders Image,... In 1991 en '92 was hij directeur van het Filmfestival van San Sebastián; hij was betrokken bij de oprichting van Euro AIM; hij was 'audiovisueel expert' bij het ministerie. De volksjongen uit Haine-Saint-Pierre was iemand geworden met wie rekening diende te worden gehouden.

"Het heeft me mooie herinneringen opgeleverd, maar ook minder mooie. Fier ben ik bijvoorbeeld op de Videobus, toen ik nog bij de Mediatheek werkte. Het was een uit de kluiten gewassen bestelwagen, met camera's en belichtings- en montageapparatuur. Voor gewone mensen. Een filmpje, gemaakt door die 'gewone mensen', heeft uiteindelijk belet dat er een autosnelweglus in Heembeek kwam."

"Fier ben ik ook op mijn werk in San Sebastián. Ik ben de enige niet-Bask die ooit het filmfestival - in die tijd het vierde grootste ter wereld - heeft geleid. Ik richtte me niet op de sterrenvehikels, wel op goede films van onafhankelijke filmmakers. Liever een bijkomend vliegtuigticket voor de dochter van Gena Rowlands dan 25.000 dollar extra voor Sharon Stone, en de Madonna's van deze wereld kwamen er al helemaal niet in - zeer tot ongenoegen van de burgemeester. In twee jaar tijd hebben we het aantal bezoekers verdubbeld, maar ik ben ermee gestopt. Omdat ik wist dat ik er altijd een gringo zou zijn."

Trots is Rudi Barnet ook op zijn werk voor het Festival des Libertés-Bruxelles Laï­que, dat in oktober plaatsheeft. "Vroeger huurden ze films rond mensenrechten van Belgische distributeurs. Ik heb dat in 2006 opengetrokken naar films van over heel de wereld. Tussen februari en juni zie ik er zo'n vierhonderd: dat is de eerste schifting. Dan is het aan de organisatoren om de definitieve selectie te maken. Nog een jaartje, dan is de opvolging verzekerd. Want ik wil nog zoveel andere dingen doen. Schilderen, schrijven. Best mogelijk dat het niet veel voorstelt, maar dat doet er niet toe."

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?