Straathoekwerker Filip Keymeulen: 'De straat, die kruipt in uw lijf'

© Marc Gysens
"Mannen die op een bank zitten te wachten tot er iets passeert: dat is wat veel mensen voor ogen hebben bij het woord straathoekwerker. Ja, wij zitten veel op pleinen, in stations, op straat, maar om in contact te komen met de mensen die we willen helpen, moeten we proactief en vindingrijk zijn. Er is niks standaard; voor we tot een eerste goed gesprek komen, kan er makkelijk een halfjaar verstrijken. En pasklare oplossingen hebben we zo goed als nooit. Dikwijls is dat moeilijk uit te leggen, zeker aan een familie die om hulp komt vragen." Filip Keymeulen is straathoekwerker voor de vzw Diogenes.

Straatmensen een vangnet bieden, aan een beetje waardigheid helpen. In Brussel, een woonomgeving die hard is voor wie niets heeft. Dat doet Filip Keymeulen, geboren en getogen Aalstenaar, en hij doet het met hart en ziel.
"Brussel trok al langer aan mij, maar het Frans schrikte me lang af. Drie jaar Franse les aan het Centrum voor Levende Talen heeft dat verholpen. Brussel, ja... fantastisch hé. Een andere leefwereld dan wat ik gewend was, de schaal is zoveel groter."

"Neem nu Puerto, de dienst beschut wonen voor thuislozen waar ik halftijds gewerkt heb: dat kwam een beetje overeen met het reclasseringswerk dat ik een tijdje in Leuven heb gedaan. Maar in Puerto heb je wel een gigantische zaal, waar die mensen dag in, dag uit welkom zijn, al is het maar om even op adem te komen. Wachten op een gespreksruimte om met de mensen de dingen te doen die je moet doen, daar hoefde ik Puerto geen rekening mee te houden. Je kon dat allemaal met een groot naturel doen."

"Daarnaast heb ik lang halftijds gewerkt bij de vzw Pigment, in het dienstencentrum Het Anker in de Begijnhofwijk. Oorspronkelijk was dat bedoeld als inloopcentrum voor bejaarden, maar gaandeweg is dat opengetrokken tot een veilige haven voor daklozen, mensen zonder papieren... Soms een moeilijke mix, maar ook een heel leuke, heel Brussels, hé. Je hebt daar nog wat van die senioren, je hebt daar dakloze mensen, je hebt mensen die Puerto hebben gevolgd die daar hun weg vinden, je hebt sans-papiers die op hun manier overleven..."

Geen handleiding
Nu werkt Keymeulen voltijds voor de vzw Diogenes, die daklozen en straatbewoners steunt en begeleidt met het oog op het herstellen van hun sociale banden. "Voor iemand als ik, die graag maatschappelijk werk doet en dan nog het liefst met de meest kwetsbare groepen, is de straat opgaan ideaal. Rondhangen met oog voor wat er gebeurt, contact leggen. Een relatie opbouwen met mensen die dat niet meer gewend zijn. Er bestaat geen vaste handleiding voor. Waarom mensen op straat leven kan enorm verschillen. Dat kan economisch zijn - huishuur te hoog, inkomen te laag -, maar meestal zien we een combinatie van andere problemen. Mentaal gehandicapten - meestal dan nog mensen die niet als dusdanig erkend zijn -, verslavingen ook, een justitieel verleden waardoor je niet aan de bak geraakt... Allemaal dingen die ertoe kunnen leiden dat een mens op straat terechtkomt."

"En dat het leven op de straat hard is, daar hoef ik geen tekening bij te maken. We worden dan ook geregeld geconfronteerd met sterfgevallen. De straat, die kruipt in uw lijf. Letterlijk. Buiten zitten, niet regelmatig eten, niet regelmatig kunnen slapen, goedkope alcohol drinken om toch een beetje een gevoel van comfort te hebben... Probeer de tijd maar eens te doden als je geen eigen plek hebt - en dan heb ik nog niet over comfort. Gewoon een plek met een deur die je kunt sluiten en waar je je schoenen kunt uittrekken, zonder bang te zijn dat ze gejat worden. Die constante stress: een mens zou van minder beginnen drinken."

Zelfbescherming
De mensen van Diogenes gaan niet zelf op zoek naar een onderkomen voor de straatbewoners. "Wel helpen we ze op de juiste plek te komen, we nemen hen bij de hand en zeggen: 'Hier kun je dit, daar kun je dat.' Samen gaan we op zoek naar een oplossing. Dat kan een onderkomen zijn, maar ook een dokter, contact met de sociaal assistent... We hebben zelf wel geen tools zoals een ontvangstruimte of bedden, maar we gaan mee met de mensen naar de diensten in de stad die dat aanbieden."

"Je moet ook voelen dat mensen voor verandering open staan. Dat mensen thuishulp willen aanvaarden, hulp willen accepteren, tot zo nodig een bewindvoerder toe, of familiehulp. En dat is niet evident. 'Heb ik mijn alcohol? Heb ik een plek om te slapen vannacht? Ben ik veilig op dit plein?': dat zijn de dagelijkse bezorgdheden van iemand op straat. Als je begint te klappen over wonen, over een zorg verderop, dan moet zo iemand een toekomstperspectief hebben. Je hebt mensen die dat niet meer kunnen. Dat is een vorm van zelfbescherming, die tot verlamming leidt. Zulke mensen hebben iemand nodig die zegt wat hij doet en doet wat hij zegt."

Meer dan eens gaat het nog een stapje verder. "Zo heb ik een man gekend die vierhonderd euro huur betaalde voor een kelder in de woning van zijn huisbaas. Iets groter dan vijf op vijf. Twee raampjes, witte tegels op de vloer, dezelfde tegels op de muur, op het plafond. Rechtop staan was onmogelijk; stak je het licht aan, dan ging er een molentje draaien om luchtcirculatie te hebben. Daar zat die man heel vuil te wezen, vol angst. De verwarming was die van de huisbaas - die sjarel woonde op de gelijkvloerse verdieping: als de huisbaas thuis was, was er verwarming, anders niet. Dat was de uitbuiting voorbij."

"De man was afkomstig uit de provincie, en die zat hier al vijftien jaar bang te wezen. Binnen, of buiten op de bankjes van het Sint-Katelijneplein. Hij was depressief, was bang voor alles en iedereen, in het begin ook voor mij. Op een gegeven moment, verschillende maanden nadat ik hem voor het eerst had gezien, pakte hij mijn hand vast: 'Wilt u alstublieft mijn sociaal assistent zijn?' Nog nooit heb ik zo'n mooi verzoek gehad. Het was een begin van contact. 'Ik heb pijn aan mijn arm,' zei hij. Ik ging met hem naar de dokter, en die arm bleek gebroken te zijn. Hij had ook last van urineverlies. Al zeven jaar, zo bleek. Kort nadien ging ik naar zijn kelder. Mijn eerste idee was: 'Hiertegen gaan we een klacht indienen.' Maar dan: inspectie, drie maanden, nog drie maanden blijven wonen, met angstpsychose. Dat wilde ik die man, die eigenlijk terug wilde naar waar hij vandaan kwam, niet aandoen. Via het Centrum Algemeen Welzijnswerk hebben we niet lang daarna een plek gevonden in zijn thuisstad; ik heb hem nog helpen verhuizen. Die man ziet er nu proper uit, heeft familiehulp, een sociaal assistente. Een werk van acht maanden, eigenlijk een fantastisch verhaal, ik ben er onlangs nog eens op bezoek geweest. Maar van die fantastische verhalen zijn er te weinig. We zijn ook met te weinig: tien mensen voor de negentien gemeenten."

Geborgen thuis
Het is boeiend werk, maar het is ook heel intensief. "Soms denk je wel: 'Nu is het goed geweest,' maar 's anderdaags pak je het toch weer met veel enthousiasme op. Belangrijk is de ploeg. Je kunt dingen aan elkaar kwijt. We werken ook samen met Smes, een ondersteuningsteam waar je een psychiater, een psycholoog, een huisdokter hebt."

"Ik heb geleerd de knop om te draaien. Thuis ben ik niet op mijn werk, thuis ben ik thuis. Het is ook de reden waarom ik nog niet in Brussel woon, hoe graag ik ook zou willen. Het is niet zozeer dat ik de rust nodig heb, het is zelfbescherming. Het is hier zo'n specifieke realiteit - één waarin ik mij op mijn gemak voel -, maar ik heb ook een gezin. Op zondagochtend mijn pistolets halen en een pipo tegenkomen die mij eens goed moet uitschelden: ik zou niet willen dat het gebeurt waar mijn dochtertje van vierenhalf bij is. Ik wil haar een geborgen thuis geven, en dat kan ik hier niet. Niet door de stad, wel door mijn werk. Ze mag later voor mijn part zelf in zo'n wereld stappen - waarom niet? -, maar nu nog niet."

BDW in gesprek met ...

Brussel Deze Week ontmoet iedere week een interessante Brusselaar voor een boeiend gesprek.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?