Thérèse Coens: 'Brusselaars belanden sneller in het rusthuis'

Steven Van Garsse
© Brussel Deze Week
04/01/2013
Thérèse Coens was tien jaar lang directeur van de ACW-organisatie Familiehulp. Over een maand gaat de Schaarbeekse met pensioen. Een gesprek over rusthuisfobie bij bejaarden, Afrikaanse dokters en de toekomst van de Nederlandstalige thuiszorg in Brussel.

Het is een huizenhoog cliché, maar het klopt wel: door de institutionele versnippering is Brussel een moeilijk werkterrein voor wie welzijn hoog in het vaandel draagt.

Ook in de thuiszorg kunnen ze ervan meespreken: er zijn Vlaamse, Franstalige en tweetalige organisaties, sommige van het OCMW, sommige van de Cocof, andere alleen door Vlaanderen erkend. Een echte jungle lijkt het soms.

Nochtans is goede thuiszorg onnoemelijk belangrijk. Brussel is naast een stad van verjonging ook een stad van verzilvering, met meer hoogbejaarden dan in de rest van het land en een toenemende vergrijzing.
Over oud worden in de stad hebben we het met Thérèse Coens. Zij is tien jaar directeur bij Familiehulp, de thuiszorgorganisatie van het ACW. Coens gaat over een maand met pensioen. Ze woont al 25 jaar in Brussel en kent de stad dus goed.

Het Kenniscentrum Woonzorg hield zopas een studiedag over oud worden in Brussel. Wat hebt u geleerd?
Thérèse Coens: "Het aanbod is nog altijd te weinig bekend. Veel zorgbehoevenden in deze stad vinden hun weg niet naar de thuiszorg. In Vlaanderen gaat dat veel vlotter. Dat heeft veel te maken met de rol van de Vlaamse OCMW's en ziekenfondsen, die een goed aanspreekpunt vormen. Dat kennen we veel minder in Brussel."

Hoe kan het beter?
Coens: "Het Kenniscentrum hamert terecht op het belang van buurtwerk: dicht bij de mensen aanwezig zijn, zichtbaar zijn en samenwerken op het terrein. Daar is een belangrijke taak weggelegd voor de Lokale Dienstencentra en de gemeenschapscentra."

Meer Vlaamse rusthuizen voor Brussel, klonk het ooit. Daar horen we nu niets meer van.
Coens: "Als je aan de senioren vraagt of ze naar een rusthuis willen, dan antwoorden ze daar 'Nee' op. Wie oud wordt, stelt het rusthuis zo lang mogelijk uit. Het is de grote verdienste van het Kenniscentrum Woonzorg dat het andere woonvormen bestudeert die het midden houden tussen thuis en het rusthuis."

Ook in Vlaanderen stellen bejaarden de verhuizing naar een rusthuis uit.
Coens: "Dat klopt, maar anders dan in Vlaanderen is hier minder mantelzorg, zijn er meer alleenstaanden, is er meer vereenzaming en bevinden de ouderen zich in een moeilijkere woonsituatie. Smalle huizen met veel trappen zijn niet ideaal voor wie slecht ter been is. Het verklaart ook waarom Brusselaars sneller de stap zetten naar het rusthuis dan Antwerpenaars. Zelfs al willen ze dat niet."

Als de bejaarden in een Brussels rusthuis terechtkomen, dan is de kans gering dat ze zorg in het Nederlands aangeboden krijgen.
Coens: "Veel senioren zijn tweetalig en vinden dat nog niet eens zo erg. Voor anderen is zorg in het Nederlands op de oude dag wél essentieel."

De zoektocht naar goed tweetalig personeel is een blijvend obstakel in de bejaardenzorg.
Coens: "Je hoort het vaak: school al de Brusselse werklozen om naar de zorg. Daarover kan ik een verhaal van vele bladzijden lang vertellen. Wij organiseren al jaren opleidingen om werklozen aan de slag te krijgen in de zorg. Ze leren Nederlands, ze doen hard hun best en dan komen ze bij de ouderen en spreken die... Brussels. Neen, makkelijk is het niet."

Niet alleen de taal kan voor vervreemding zorgen, ook de diversiteit. Thuisverzorgers zijn van een steeds diversere origine. Hoe reageren bejaarden?
Coens: "Er is in Brussel opvallend minder aversie tegenover gekleurde verzorgers dan in Antwerpen. Maar ik zeg niet dat we hier geen racisme meemaken. We hadden eens een oud dametje dat helemaal met de tram uit Sint-Agatha-Berchem naar ons kantoor in Elsene kwam om te melden dat het toch niet kon dat ze door een zwarte werd verzorgd."
"In zo'n geval is ons antwoord onverbiddelijk: wij sturen competente thuisverzorgers, en of die nu vrouw of man zijn, gekleurd of blank, jong of oud, dat doet er niet toe. Het is niet aan de cliënt om een voorkeur uit te spreken. Ik zei die mevrouw ook: 'Binnenkort komt u misschien in het ziekenhuis terecht en zult u blij zijn dat de handen die u verzorgen, zwart zijn, of die nu van verpleegster of dokter zijn.' Ze zei: 'Ik dácht wel dat u dat zou zeggen.' Ze is weggegaan en we hebben haar nooit meer teruggezien."

Zwarten en Oost-Europeanen komen als personeel vrij vlot in de zorg terecht, Turken en Marokkanen moeilijker.
Coens: "Klopt. We merken dat moslima's aarzelen om alleenstaande mannen te verzorgen. En gaan ze toch akkoord, dan is het vaak hun man die het hun verbiedt. Het is organisatorisch niet haalbaar om moslima's alleen vrouwen te laten verzorgen. Dus laten we niet toe dat de verzorgers cliënten weigeren. Alleen weet ik niet of we die lijn zullen kunnen aanhouden."

Oud worden in een stad als Brussel zorgt voor moeilijkheden, maar er zijn ongetwijfeld toch ook voordelen?
Coens: "Voor wie een beetje mobiel is, is de stad ideaal. Winkels zijn er op loopafstand, je hebt contact met veel mensen. Oud worden op het platteland is in dat opzicht een stuk lastiger. Neem nu het Josaphatpark in Schaarbeek: je ziet daar de mensen hun dagelijkse wandeling maken, en voor de oudere Albanezen is het een echte ontmoetingsplek."
"Problematisch blijft de mobiliteit op de wat langere afstand. Roltrappen van stations die niet werken? Dat is écht beangstigend voor bejaarden. Als we de bejaarden in de stad willen houden, dan zal daarover nagedacht moeten worden."

Hier en daar klinkt een pleidooi voor een nieuw grootstedelijk model voor ouderenzorg.
Coens: "We moeten de grootstad zien als laboratorium. Laten we experimenteren en al te strikte regels overboord gooien. Onze sector is overgereglementeerd. Een voorbeeld: onze thuiszorgers hebben een arbeidersstatuut en moeten ieder gepresteerd uur kunnen verantwoorden. Wil je in een buurt één thuiszorger aanstellen die daar zelf uitgestippelde rondes doet, dan kan Vlaanderen dat niet subsidiëren. Dat klopt niet, hé."
"Laten we ook nieuwe woonvormen uittesten, het liefst dan nog tweetalige. Vandaag werken Franstaligen en Vlamingen naast elkaar. Dat heeft geen zin. Laten we bewijzen dat samenwerken kán."

Nu is er concurrentie tussen Vlaamse en Franse Gemeenschap.
Coens: "(laat tabellen zien) Onze prijzen liggen merkelijk hoger dan die van de Franstalige thuiszorg, en het personeel wordt er beter betaald. Dat geeft ons een concurrentieel nadeel. We maken ons ook ongerust over de nabije toekomst. De Vlaamse regering wil in 2014 de thuiszorgbijdragen transparanter maken. Dat is op zich een goede zaak. Alleen zullen de cliënten nog méér moeten betalen. In ruil komt er een maximumfactuur in de thuiszorg, maar alleen voor wie is aangesloten bij de zorgverzekering. In Brussel zijn weinig ouderen bij de zorgverzekering aangesloten. Bij wijze van boutade: als de hervorming er komt, zonder aparte regeling voor Brussel, dan kunnen we hier de boeken sluiten."

Zal Familiehulp, los van het verhaal over de maximumfactuur, over tien jaar nog actief zijn in Brussel?
Coens: "Dat is een moeilijke vraag. Dat gaat niet alleen over de politiek (van Vlaanderen, SVG), maar ook over de politiek van onze organisatie. Wij worden gesubsidieerd om dertig procent van de Brusselaars te bedienen. We doen daar écht inspanningen voor, met wisselend resultaat. Hier en daar wordt de vraag wel eens opgeworpen: 'Moeten we nog in Brussel aanwezig zijn?' Onze raad van bestuur staat daar nog altijd pal achter, maar ik kan me inbeelden dat ons bestuur ooit een andere keuze maakt."
"Laat één ding duidelijk zijn: dat wij in de hoofdstad actief zijn, kan alleen bij de gratie van de grote landelijke organisatie waar wij deel van uitmaken. Zonder dat houden we in Brussel het hoofd niet boven water."

Over Thérèse Coens

Thérèse Coens, die 60 wordt in januari, is geboren in Brugge en woont in Schaarbeek. Ze studeerde sociologie in Leuven en humanresources­management in Diepenbeek.

Ze gaf les in Torhout en werd daarna gedetacheerd bij de Stichting Lodewijk de Raet in Schaarbeek. Ze werkt(e) als trainer en consultant in de social profit en als leidinggevende bij Katholiek Vormingswerk Landelijke Vrouwen (KVLV) en Familiehulp.

Nieuwjaarsinterviews 2013

Stadskrant Brussel Deze Week luidt met vijf spraakmakers van 2012 het nieuwe jaar in: Olivier Deleuze werd burgemeester Ward Verbakel zag Picnic the Streets neerstrijken Sofie Peeters draaide Femme de la rue Thérèse Coens (Familiehulp) neemt vertwijfeld afscheid  Linda Van Waesberge zag modehuizen verdwijnen 

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Samenleving , Nieuwjaarsinterviews 2013

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni