Uitgelicht: Industrie vreest verhipping

Christophe Degreef
© Brussel Deze Week
07/05/2014

De Brusselse regering wil vooruit met de herwaardering van de kanaalzone. Enkele grote Brusselse havenbedrijven willen wel mee, maar niet van harte. Zij vrezen dat er in de stad van de toekomst geen plaats meer zal zijn voor industrie. “Wij stellen laaggeschoolden te werk, en dat is een engagement.”

T erwijl de Brusselse regering haar regeringswerk afsluit, blijven er nog enkele belangrijke kanaalprojecten hangende. Zo zou er nog steeds niet beslist zijn of de autohandelaars van de Heyvaertwijk in Anderlecht en Molenbeek naar de Brusselse voorhaven mogen verhuizen. Daar zou een nieuwe Roll-on-Roll-offterminal komen om afgedankte auto’s te verschepen naar Antwerpen, vanwaar de reis voort gaat naar Afrika en het Midden-Oosten. De handel veroorzaakt nu nog overlast in Molenbeek en Anderlecht.

De autohandelaars zijn naar eigen zeggen volledig tevreden over deze visie van de Brusselse regering. Als een van de weinigen. Tijdens een colloquium georganiseerd door de Brusselse Havengemeenschap bleek dat heel wat grotere industriebedrijven uit de Brusselse kanaalzone de toekomst echter vrezen. Het is te zeggen: zij zijn weinig opgezet met de plannen van de Brusselse regering om massaal huizen en parken aan te leggen in de kanaalzone. De Brusselse regering onder leiding van PS-minister-president Rudi Vervoort wil namelijk met de herwaardering van de kanaalzone de bevolkingsgroei opvangen en de laaggeschoolde bevolking van de kanaalwijken Molenbeek, Vorst, Brussel en Anderlecht aan werk helpen. Althans, zo heet het officieel. In werkelijkheid is die visie een compromis tussen de kabinetten van Rudi Vervoort en havenminister Brigitte Grouwels (CD&V).

Lelijke industrie
Een deel van het kabinet-Vervoort wil daarbij de visie van de ingehuurde stedenbouwkundige Alexandre Chemetoff volgen, die volop wil inzetten op de ontwikkeling van dichtbebouwde gemengde stadsgebieden waar mensen wonen, werken en vertier zoeken in dezelfde wijk. Havenminister Grouwels daarentegen wil vooral inzetten op het behoud van enkele middelgrote industriebedrijven die noodzakelijk zijn voor Brusselse werkgelegenheid en voor de toekomst van de secundaire sector in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Een deel van de Brusselse PS kon pas overtuigd worden van het belang van havenindustrie door de klemtoon op jobs (in verkiezingstijd). Die manier van doen maakt sommige industriëlen nerveus.

“Wij beschouwen steden als de grondstofmijnen van de toekomst,” zo legt Alphonse Stevens van het gelijknamige ijzerverwerkingsbedrijf aan het Vergotedok uit. “Vermits Europa geen grondstoffen heeft, kunnen we enkel competitief blijven als we massaal recycleren, en liefst lokaal. Tachtig procent van onze schrootleveringen komen uit Brussel toe per vrachtwagen, en negentig procent van het verwerkte schroot vertrekt per boot. De helft van onze werknemers zijn laaggeschoold. Een delocalisatie van ons bedrijf uit Brussel zou bijzonder slecht zijn voor het milieu en voor de Brusselse economie. Wij willen graag blijven en moeite doen om ons te integreren in het stadsweefsel. Dat doen we nu al. Maar ik zie niet meteen een oplossing voor het feit dat men onze terreinen bijvoorbeeld gedeeltelijk toegankelijk wil maken voor inwoners van de stad.”

Zijn collega Georgy Eggermont van het betonbedrijf Interbeton is bereid een architectuurwedstrijd uit te schrijven in samenwerking met enkele Brusselse universiteiten om zijn infrastructuur minder ‘industrieel’ te laten lijken. Maar toch windt Eggermont er geen doekjes om: “Er is voor iedereen eten en drinken aan het Vergotedok. Wij stellen laaggeschoolden te werk, en dat is een engagement.” Daarmee doelt Eggermont op het feit dat heel wat Brusselse industrie bereid is samen met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest na te denken over de toekomst, op voorwaarde dat er ook plaats is voor ‘lelijke’ maar noodzakelijke industrie. Noodzakelijk, want een bedrijf als Interbeton levert beton voor vele Brusselse werven.

Grote werkoppervlakten
De aarzeling van de havenbedrijven valt niet in goede aarde bij Alexandre Chemetoff. “Als jullie blijven werken zoals vandaag dan zullen jullie op termijn wel moeten verhuizen, want de stad verandert sowieso,” zegt hij.
Het kabinet van Rudi Vervoort stelt zich constructiever op, en zegt dat de utopische voorstellen van Chemetoff niet letterlijk te nemen zijn.

Brigitte Grouwels benadrukt dat stad en haven wel samen kunnen leven, maar dat havenactiviteit altijd grote werkoppervlakten vereist, en er soms gewoon keuzes moeten gemaakt worden.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Samenleving

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni