Van concentratieschool naar gemengde buurtschool in Laken

Basisschool Sint-Ursula in Laken was jarenlang een slecht behuisde concentratieschool, waar Nederlandstalige ouders met een grote boog omheen liepen. Met het nieuwe gebouw kwamen in 2009 ook opnieuw Nederlandstalige kinderen over de vloer. Nu is er in de kleuterschool weer een goede mix.

Nadia en Annemie wonen in Molenbeek en Laken en hebben allebei twee kleuters in Sint-Ursula. "Wie een plaatsje zoekt in een gemengde school mikt nog te vaak op dezelfde, gekende scholen," zegt Nadia. "Weinigen durven de stap te zetten naar een concentratieschool, ook al biedt die school kwaliteitsvol onderwijs en zijn de leerkrachten het gewoon om heel flexibel en creatief op een diverse groep kinderen in te spelen. Daarom hebben wij twee jaar geleden nog acht andere Nederlandstalige ouders gezocht met wie we onze kinderen konden inschrijven. Door de voorrangsregel voor Nederlandstaligen - toen 45 procent, nu 55 procent - waren we zeker van een plaatsje. Wij konden voor het eerst online inschrijven, kamperen was gelukkig niet nodig."

"Dat had ik er niet voor over gehad, denk ik," lacht Annemie. "Maar ik wilde echt wel geen 'witte' school. Als je die exotische mix niet leuk vindt, ga je toch niet in Brussel wonen?"

Woordenschat
De grootste bekommernis van Nederlandstalige ouders in een concentratieschool is heel vaak het niveau van het Nederlands. "Ik houd van de taal en ik wil dat mijn kinderen mooi Nederlands kunnen praten, maar ook dat ze meertalig zijn," zegt Annemie. "De kinderen gingen naar een Franstalige crèche, de jongste volgt nu circusschool in het Frans."

Ook Ikram, een Marokkaanse moeder, deelt de bezorgdheid om taal: "Eerlijk, de eerste week dat mijn zoontje hier was, dacht ik: wat een school, met enkel Turkse en Marokkaanse kinderen. Hij zal hier geen andere taal leren! Nu praat hij met zijn broer Nederlands en met de rest van de familie Arabisch."

De vrees voor slecht Nederlands bleek ongegrond. Sinds de komst van de Nederlandstalige kinderen is het taalniveau erop vooruitgegaan, vindt ook directrice Kris Verdoodt. De kinderen houden de gesprekjes onder elkaar langer aan de gang in het Nederlands en omdat de woordenschat van de Nederlandstalige kinderen van thuis uit al rijker is, hoeven de leerkrachten niet zo lang stil te staan bij de elementaire taalkennis.

Vertrouwen is de sleutel
"Het allerbelangrijkste argument om ouders over de streep te trekken is vertrouwen in de kwaliteit van het onderwijs. Een groep Nederlandstalige ouders bij elkaar krijgen en houden, is een continu aandachtspunt voor ons," zegt Nadia. "We spreken ons netwerk aan en nodigen zo veel mogelijk ouders uit voor de info- en bezoekmomenten van 'Samen naar school in de buurt'. Als ouders ondanks onze aanmoedigingen niet op schoolbezoek zijn geweest, nemen we nog eens contact op - we stalken ze een beetje, ja."

'Samen naar school in de buurt' werd in 2009 in Brussel gelanceerd door de Molenbeekse schepen Jef Van Damme (SP.A) om Nederlandstalige ouders aan te moedigen hun kinderen samen in een concentratieschool in de buurt in te schrijven.

Het project werd door het Onderwijscentrum Brussel van de VGC uitgebreid naar andere gemeenten in de regio Brussel. In sommige scholen is het aantal Nederlandstalige kinderen flink gestegen, in andere had het geen of weinig effect. Een leerling kan van de voorrangsregeling voor Nederlandstaligen genieten als minstens één ouder het Nederlands voldoende beheerst. Dat je met een attest B1 (een beperkte talige zelfstandigheid, red.) van het Huis van het Nederlands al aanspraak kan maken op die voorrang, vinden Nadia en Annemie iets te gemakkelijk: "Het betekent enkel dat die mensen Nederlandse les hebben gevolgd. Het kan best zijn dat ze de taal thuis helemaal niet spreken. Daar zou iets aan moeten veranderen. Alleen zo kan je een voldoende aantal plaatsen voor echt Nederlandstaligen behouden."

Verschillende leefwereld
"Mensen hebben nog altijd een slecht beeld van een concentratieschool, volledig onterecht," zegt Nadia. Onderzoek wijst inderdaad uit dat de kleur van de klasgenootjes de leerprestaties niet beïnvloedt, wel de sociaal-economische achtergrond van de ouders. Nadia en Annemie noemen zichzelf twee typische Dansaert-Vlamingen, ingeweken en hoogopgeleid. Dat is zo voor de meeste Vlamingen in de oudergroep, zeggen ze. Een groter verschil in leefwereld met de vele kansarme allochtone families in de school, waarvan de moeders meestal niet werken, is wellicht niet denkbaar.

Nadia en Annemie vertellen dat het oudercomité er met het Si&La-café toch in slaagt om van allochtone en autochtone ouders een hechte groep te maken. Een ochtend per maandkomt het oudercomité samen voor een informele babbel in alle talen, tot gebarentaal toe. Hier worden activiteiten gepland, de Vintage markt van 26 april bijvoorbeeld, met een hapje en een drankje. Een Marokkaanse mama maakt soep en een Marokkaanse papa gaat barbecueën. Saeda en Ikram: "De Vlaamse ouders tref je overdag minder op school omdat ze werken. Zij zien elkaar vaker 's avonds, maar dan hebben wij weer geen tijd. In het Si&La-café ontmoeten we elkaar." Directrice Kris Verdoodt is opgetogen over de samenwerking met het oudercomité. De ouders vullen elkaar goed aan, vindt ze, en de Belgische ouders waken er altijd op dat ze de anderen ook betrekken. Ikram en Saeda hebben alvast niet het gevoel dat ze door de komst van de Nederlandstaligen in een hoekje zijn geduwd.

Op vier jaar tijd is de kleuterschool van Sint-Ursula weer gemengd geworden. In het eerste en tweede kleuterklasje zitten dit schooljaar acht Nederlandstalige kinderen op een totaal van twintig en in het onthaalklasje zes - alleen in de derde kleuterklas zijn er geen. Voor volgend schooljaar zijn al elf nieuwe Nederlandstalige kinderen ingeschreven, waarvan vijf broertjes en zusjes. Het blijft een delicaat evenwicht, erkennen Annemie en Nadia. "Soms haken ouders op het laatste moment af, als ze toch een plaatsje krijgen in een van de klassieke scholen. Maar als je twee jaar investeert in het samenhouden van een groep, komen ook de broertjes en zusjes," zegt Nadia.

Annemie en Nadia zijn vastbesloten met hun kinderen door te stromen naar de lagere school van Sint-Ursula. Nu zitten er enkel in het eerste leerjaar drie Nederlandstalige kinderen. Ook Ikram en Saeda, de twee Marokkaanse mama's met wie we praatten, zeggen te willen blijven. Naar een Franstalige school overstappen, overwegen ze niet: "Daar leren ze geen Nederlands. Frans zullen de kinderen sowieso leren, maar Nederlands alleen op school. Dat is belangrijk voor later, om werk te vinden."

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over