Vanaf 2017 samenhuislabel in Brussel

Vanaf 2017 voert Brussel een cohousinglabel in dat zowel eigenaars als medehuurders moet geruststellen over de financiële gevolgen van samenhuizen. De overheid kan er op die manier ook op vertrouwen dat in een woning met het label niet aan huisjesmelkerij wordt gedaan. Dat liet bevoegd minister Fremault (CDH) weten in de parlementaire commissie Huisvesting.

Ze deed dat op vragen van parlementsleden Alain Maron (Ecolo), Fouad Ahidar (SP.A) en Arnaud Verstraete (Groen).  

Cohousing zit in de lift. Bewoners delen minstens één gemeenschappelijke ruimte, en hebben zo meer contact met hun buren, terwijl ze tegelijk geld uitsparen. 9 procent van de Brusselse huurwoningen werd in 2013 verhuurd aan huizendelers, blijkt uit de laatste cijfers van het Observatorium van de Huurprijzen. In 2012 was dat nog maar 5 procent.

“Cohousing is vandaag meer dan ooit, en zeker in een stad als Brussel, een woonvorm die zich ontwikkelt en in de toekomst nog meer gangbaar zal worden”, zei Céline Fremault in de commissie. “Ik denk bijvoorbeeld aan studenten of jonge gezinnen die hierdoor goedkoper kunnen wonen en banden smeden en zelfs het isolement doorbreken.”

Het was toenmalig Groen-parlementslid Elke Van den Brandt die in 2011 een resolutie rond een cohousinglabel indiende in het Brussels parlement. Die werd goedgekeurd, maar bleef tot nog toe dode letter.

Minister Fremault wil nu van de regionalisering van de huurovereenkomst gebruikmaken om daar verandering in te brengen.

Eigenaars geruststellen
Ze wil Brusselse eigenaars geruststellen, zodat die meer geneigd zijn om samenhuizen toe te laten in hun woning. Maar tegelijk wil ze ook de rechtspositie van de huisgenoten onderling en in relatie met hun huisbaas versterken.

“De vertrekclausule in huurcontracten moet aangepast worden”, zei Fremault. “Iedereen moet nu akkoord gaan als een van de huisgenoten wil vertrekken. En de andere huurders zien dat natuurlijk niet graag gebeuren, vermits een huisgenoot minder mogelijk ook betekent dat hun individuele huurprijs stijgt.”

Fremault denkt daarom aan een ‘samenhuispact’ tussen de medebewoners onderling, dat de taken en de huur onderling verdeelt, en ook wie het geld moet ophoesten als iemand zijn deel niet betaalt. In het pact kan bijvoorbeeld ook worden ingeschreven wie wanneer de vuilzakken naar beneden brengt of de boodschappen doet.

En dan is er ook nog het probleem dat bij intergenerationeel samenwonen de oudere partij vaak eigenaar is van het pand waarin hij met jongere huurders samenleeft.  

Geen huisjesmelkerij
Fremault heeft daarom aan een adviesbureau de opdracht gegeven een label voor collectief en intergenerationeel wonen uit te denken. Het label zou volgens de minister ook kunnen helpen om er bij het federale niveau voor te pleiten om samenhuizers wat betreft sociale rechten niet als samenwonenden te beschouwen.

Twee singles met kinderen bijvoorbeeld die om de kosten te dekken samen een huis delen, betalen meer aan kinderopvang omdat ze voor de wetgever nu worden beschouwd als een koppel.

Daarnaast hoopt ze dat een huis met een co-housinglabel sneller een stedenbouwkundige vergunning zou krijgen om de woning aan te passen. Het Gewest zou door het label immers gerustgesteld zijn dat het niet om huisjesmelkerij gaat.

De studie rond het co-housinglabel zal afgerond zijn tegen mei volgend jaar. Fremault mikt voor de lancering van het label op 2017.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over
Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?