Vertegenwoordiger wordt soepleverancier met bakfiets

Vorige zomer besloot Dirk Vandecandelaere zijn hectische baan in de audio-videowereld vaarwel te zeggen. Sinds januari rijdt hij met een soepfiets rond in Anderlecht en Sint-Agatha-Berchem. “Mijn leven is in slow motion geraakt.”

D e bewoners van de Moortebeekwijk in Anderlecht horen al van ver dat Vandecandelaere, alias de Soupket, in aantocht is. Met een handbel kondigt hij zijn komst aan. De buurt ziet hem graag komen. Met zijn knalrode anorak en bakfiets is hij een vrolijke verschijning. Als een ouderwetse postbode of melkboer zwaait hij naar de voorbijgangers en maakt hij een praatje over het weer.

Hoewel hij pas goed twee maanden bezig is, heeft hij al een boel vaste klanten. Als ze de bel horen, komen ze met hun kom naar buiten. Wie afwezig is, hangt gewoon een plastic zak met wat geld erin aan de voordeur. Dat kan blijkbaar nog in deze gezellige tuinwijk.

Iedereen wil tomatensoep
Altijd is er de keuze tussen twee soepen: tomatensoep – want dat wil 80 procent van de klanten – en een groene soep, of zoals vandaag, een witte bloemkoolsoep, afgewerkt met roosjes bloemkool en een garnituur van waterkers. “Kwaliteit en verzorging, daar gaat het om,” zegt Vandecandelaere. “Ik kijk niet op een groente meer of minder. En op het eind afschuimen en ontvetten, daar wordt de soep niet alleen mooier van, maar ook lekkerder.”

Een oudere man stapt wat aarzelend op de kar af. Het is zijn eerste keer. Vandecandelaere trekt hem meteen over de streep. “Er zit geen room in, je kan deze soep dus gemakkelijk vier à vijf dagen houden.”

Alle soep wordt koud afgeleverd. “De eerste week had ik ook een gamel met warme soep bij, maar dat was te moeilijk. Na tien keer openen was het voor sommigen niet meer warm genoeg. ”

Vandecandelaere passeert hier elke maandag, woensdag en vrijdag. Vooraf heeft hij eerst een ronde gemaakt in de buurt van Westlandshopping en na Moortebeek fietst hij naar de hoge flats aan de Maurice Herbettelaan. Op dinsdag en donderdag toert hij door Sint-Agatha-Berchem. Daar telt hij heel wat winkeliers onder zijn klanten.

Vandecandelaere koos voor Anderlecht en Berchem omdat ze het dichtst bij Dilbeek liggen, waar hij sinds vijftien jaar woont met zijn Spaanse vrouw en kinderen. Hij werd geboren in Gent en bracht zijn jeugd door in Sint-Pieters-Leeuw. Daarna woonde hij een hele tijd in Brussel, achtereenvolgens in de Marollen, bij de Ambiorixsquare en in Anderlecht. “Anderlecht is pure nostalgie. Mijn grootouders woonden er en als kind heb ik daar vaak gespeeld.”

Omdat hij er geen gepaste woning vond, week hij uiteindelijk uit naar Dilbeek. “Maar ooit ga ik wel weer in Brussel wonen.”

Geen moment heeft hij overwogen om zijn toko in Dilbeek te beginnen. “Ik heb me meteen op de Brusselse gemeenten georiënteerd. Volgens mij heeft Brussel zo’n initiatief ook veel meer nodig. De verhalen die ik hier de afgelopen twee maanden heb gehoord, onvoorstelbaar. De vereenzaming is enorm. Ik ben daar heel erg van verschoten. Vooral mannen die hun vrouw verloren hebben, zijn soms totaal verloren.”

Mijn goesting
Vandecandelaere noemt zijn nieuwe bestaan een leven in slow motion. Tot december was hij vertegenwoordiger in projectoren, beamers en ander audiovisueel materiaal. Zevenentwintig jaar heeft hij deze job gedaan. Al die tijd was hij veel op de baan, ook in het buitenland. “Ik heb mijn job heel lang heel graag gedaan. Vooral het contact met de klanten vond ik leuk. Maar het werd anders toen het laatste bedrijf waarvoor ik werkte twee jaar geleden overgenomen werd.”

Vandecandelaere wil zich wel aanpassen aan nieuwe ideeën, zegt hij. “Maar je moet je eigen persoonlijkheid toch nog in je werk kunnen steken. Op het eind moest ik alleen maar opleidingen volgen over hoe ik moest werken. Ik vond dat het ook ging op mijn manier. Ik geef toe: ik doe graag mijn goesting.”

Dus gaf hij in augustus zijn vooropzeg. In december was hij een vrij man. Van de tussentijd maakte hij gebruik om zijn eenmanszaak op te zetten. Het moest iets met koken worden. Vandecandelaere houdt van lekker eten en volgt daarom al vijf jaar op maandagavond les aan hotelschool Coovi. Binnenkort mag hij zijn koksdiploma op zak steken.
In Londen en Parijs, maar ook in Antwerpen had hij de hedendaagse rondreizende soepverkopers gezien. Zoiets wilde hij ook. Omdat hij graag fietst, besloot hij met de fiets rond te gaan. Het idee voor Soupket was geboren. “Eenmaal beslist, heb ik niet meer getwijfeld. Alleen de nacht voor ik daadwerkelijk begon heb ik niet geslapen. Ik kom vast met tien euro thuis, dacht ik.”

Vandecandelaere kocht het onderstel van een elektrische bakfiets en monteerde daarop een eigenhandig gemaakte bak, die plaats biedt aan twee of drie ketels van dertig liter. De bak liet hij in een carosseriebedrijf lakken in dieprood, zwart en blanc cassé. “Kleuren van honderd jaar geleden, uit de tijd van de eerste auto’s.”

De vier maanden voorbereiding had hij ook nodig om alle paperassen in orde te krijgen. “Een eenmanszaak lijkt simpel, maar er komt heel wat bij kijken: verzekeringen, toelatingen van gemeenten, van het voedselagentschap.”

Ondertussen richtte hij in een bijgebouw achter zijn huis een professionele keuken in. Daar maakt hij nu elke middag zo’n veertig liter soep voor de volgende dag. “De eerste weken kwam ik pas laat terug van mijn ronde en was ik tot twaalf uur ‘s nachts in de weer. Het was vooral zoeken hoe ik de soep snel kon laten afkoelen.”
Nu is hij rond halftwee al thuis en tegen zes uur ‘s avonds klaar. Op zaterdag doet hij de boodschappen. En zondagvoormiddag staat hij opnieuw soep te koken.

Carrièreswitch
Hard werken dus. En om te sleuren met ketels van dertig liter en een bakfiets van tegen de honderd kilo, moet je fysiek in vorm zijn, zegt hij. Ook had hij de afgelopen weken al meerdere keren mechanische pech: lekke banden, de fiets die doormidden brak, het deksel dat van de bak afvloog, recht een voortuintje in.

Maar ondanks deze kinderziekten bevalt het hem heel goed om eigen baas te zijn. “Ik moet nu niets meer gaan uitleggen.”

Hij heeft er ook alle vertrouwen in dat hij van zijn zaak zal kunnen leven. “Het moet nog groeien, maar ik merk dat het aanslaat. Ik krijg al vragen om ook andere buurten te bedienen. Vooral vanuit Molenbeek trekken ze aan mijn mouw. Maar ik heb mijn handen vol. Dan zou ik iemand in dienst moeten nemen en beland ik in dezelfde train de vie als voorheen. Het enige wat ik er nog bij zou willen doen, is het maken van soep voor feesten.”

Vandecandelaere wordt dit jaar 49. Het ideale moment voor een carrièreswitch, vindt hij. “Je hebt twee derde van je professionele leven achter de rug, nog een derde te gaan. Iets als Soupket moet je ook niet beginnen op je twintigste. Als je wat ouder bent, geef je minder vlug op. En zie je in zo’n zaak meer dan alleen het product. Er is de soep en er is het sociale kantje.”

Zomersoep
Of hij ook in de warme zomer-maanden zal rondfietsen met soep? Die vraag heeft Dirk Vandecandelaere al vaak gekregen.  “Mijn oudere klanten hebben nog de gewoonte om elke dag , zomer of winter, soep te eten,” zegt hij. “De jongere eten het omdat het lekker is, maar ook uit gezondheidsoverwegingen.

In de zomer zouden zij ook wel een slaatje willen. Maar dat wordt te ingewikkeld. Ik kan het thuis wel allemaal mooi klaarmaken, maar hoe ziet het eruit tegen de middag?”

Hij blijft dus bij soep, ook in de zomer. “Maar het worden frissere soepen, met andere kruiden.”

BDW in gesprek met ...

Brussel Deze Week ontmoet iedere week een interessante Brusselaar voor een boeiend gesprek.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?

Lees ook