VGC: onenigheid bij partijen die resolutie voorrangsregels stemden

© Saskia Vanderstichele

Na de Commissie Onderwijs keurde vandaag ook de plenaire vergadering van de Gemeenschapscommissie de resolutie goed die aan de Vlaamse regering vraagt om het inschrijvingsbeleid in het Nederlandstalig secundair onderwijs in Brussel te herzien. Een ruime meerderheid vindt dat ook de schoolloopbaan van de leerlingen in rekening gebracht moet worden, en dus niet (alleen) de taaltest van de ouders. Maar over wat er daarna moet gebeuren, lopen de meningen uiteen.

Alle partijen keurden de resolutie goed, met uitzondering van N-VA en Vlaams Belang. Met de resolutie vragen de partijen dat Vlaanderen de voorrangsregels voor Nederlandstaligen herziet. 55 procent van de plaatsen zijn voorbehouden voor Nederlandstaligen. Dat wordt geëvalueerd op basis van een taaltest: één van de ouders moet slagen in een Nederlandse test. Maar de partijen vinden dat er niet alleen rekening gehouden dient te worden met de taalkennis van de ouders, maar ook met de schoolloopbaan van de kinderen: zo zou ook een kind dat zijn of haar hele basisonderwijs in het Nederlands gevolgd zou hebben, aanspraak maken op voorrang.

“Natuurlijk maakt een kind dat al 6 jaar in het Nederlandstalig basisonderwijs zit deel uit van de Vlaamse Gemeenschap. Wij vinden dan ook dat ze automatisch toegang moeten krijgen tot het secundair”, aldus Bruno De Lille (Groen), die de resolutie mee indiende.

'Niet tornen aan wat reeds bestaat'
Open VLD, SP.A en CD&V steunden de resolutie, maar dat wil niet zeggen dat alle partijen het eens zijn over de interpretatie. Zo vindt Groen dat de taaltesten voor ouders afgevoerd moeten worden, maar bij CD&V ligt dat anders. Voor fractievoorzitter Paul Delva moet er rekening gehouden worden met de schoolloopbaan van het kind om voorrang te krijgen, maar ook de andere voorwaarden moeten blijven bestaan. “We willen niet tornen aan wat reeds bestaat. Het is belangrijk dat broers en zussen voorrang blijven krijgen, kinderen van personeelsleden en kinderen van Nederlandskundige ouders”, aldus Delva.

Kinderen die al in het Nederlands naar school gaan én van wie een ouder slaagt voor een taaltest, hebben in dat geval dus nog een streepje voor op kinderen die in het Nederlands naar school zijn gegaan en waarvan de ouders Nederlandsonkundig zijn. En dat vindt Bruno De Lille onaanvaardbaar: “Kinderen die dankzij hun schoolloopbaan kunnen aantonen het Nederlands machtig te zijn nodeloos culpabiliseren door overbodige testen op te leggen maakt van hen de facto tweederangsburgers.”

N-VA wil dan weer helemaal niet raken aan de voorrangsregels. “Deze resolutie heeft niet alleen tot gevolg dat Nederlandstalige ouders het nóg moeilijker zullen hebben om een plaats te vinden voor hun kinderen in de Nederlandstalige secundaire school van hun keuze, maar zorgt er ook voor dat anderstalige ouders die kiezen voor het Nederlandstalig onderwijs geen enkele reden meer hebben om zelf ook Nederlands te leren”, aldus Liesbeth Dhaene.

De resolutie gaat nu naar het Vlaams Parlement, die twee jaar geleden al eens een gelijkaardige resolutie wegstemde. “Hopelijk volgt Vlaanderen nu wel”, zegt Fouad Ahidar (SP.A). “Ik roep alvast de collega’s van CD&V en Open Vld, die de resolutie mee goedkeurden, op om hiervan mee werk te maken”.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?