VUB: hebben seventies koten nog een toekomst?

© An Devroe

Op de VUB-campus Oefenplein wordt dit jaar gestart met de bouw van de nieuwe studentenwoningen. Bij de vakgroep Architectonische Ingenieurswetenschappen vonden ze intussen goede redenen om de huidige seventies woningen te hergebruiken. Een kennismaking met het ingenieuze bouwsysteem van Fritz Stucky en de rebelse en gezellige inplanting van Willy Van Der Meeren.

D e eerstesteenlegging was hier mogelijk nog symbolischer, want tijdens de toespraken in 1973 zette een hijskraan om het kwartier een kamergrote module neer. Minder dan een jaar na de productie van de prefabwoningen konden de studenten van het academiejaar 1973-1974 er al intrekken. Er werd gemonteerd aan een ritme van negen modules per dag.

Het Nieuwsblad kopte Blokkers in blokken. De geprefabriceerde bouweenheden waren ontwikkeld door de Zwitserse architect Fritz Stucky, die daarvoor pionierswerk had verricht. Zijn Variel-systeem, eerst in hout, hier al in beton, was een basisstructuur die bestond uit een rechthoekige vloerplaat met twee open kaders aan de uiteinden. Door de wapening in het beton na te spannen, verminderde het gewicht van de betonnen vloerplaat en werd ze onbuigzaam verbonden met de twee open kaders. Hoewel er volledig instapklare modules konden geleverd worden, liet de VUB het schrijnwerk en de keukens toch nog op de werf zelf installeren.

Het internationale succes van het Variel-bouwsysteem, dat de arbeidskosten ferm drukte, was onder meer te danken aan Stucky’s ondernemerstalent. Hij publiceerde veel en met sloganeske titels als ‘Raum auf Raum statt Stein auf Stein’ (Kamer op kamer in plaats van steen op steen) of ‘De vliegende klas’, want zijn lichte prefab was voor elk soort gebouw inzetbaar. De Belgische architect Willy Van Der Meeren had berekend dat de kostprijs met 30 percent zou dalen door gebruik te maken van deze industriële bouwmethode. In Evere had Van Der Meeren het Variel-systeem al op kleinere schaal toegepast voor het sociale woonproject Oleandergaard voor ouderen.

Revoltevriendelijk
Studenten genoeg in eigen huis om over de woningen op de campus een werkstuk te laten maken. Zo onderzocht historica Mieke Loeckx het labyrintische studentendorp en ingenieur-architecte Hanne Vrebos de industrialisatie binnen het oeuvre van Van Der Meeren. In het masterplan van de nieuwe campus op het Oefenplein voorzag de Franse architect Noël Le Maresquier destijds 500 studentenkamers. Stedenbouw keurde uiteindelijk slechts 350 kamers goed, want de snelweg zou toen nog dwars over de campus lopen. Eigenlijk wilde de sociaal bewogen Van Der Meeren zijn studentenwoningen buiten de campus inrichten, zoals Dirk Bontinck dat aan de Nieuwelaan mocht doen, zodat studenten zich onder andere bewoners zouden mengen. De VUB vond een gecentraliseerde inplanting echter een krachtig beeld voor de nieuwe universiteit. Ook Van Der Meerens voorstel van verplaatsbare mobilhomes (zonder wielen) werd niet gevolgd. De rector Aloïs Gerlo vond een dergelijk “zigeunerkamp” een belediging voor zijn universiteit.

Van Der Meeren schakelde en stapelde uiteindelijk de Variel-bouwblokken, rekening houdend met de schaduwwerking van de geplande hoogbouw en het lawaai van de spoorweg en de toen ook al drukke lanen rondom. Ze werden per vier gemonteerd tot een appartement voor vier studenten, zodat het er uiteindelijk 352 studentenkamers werden. Per drie of zes appartementen creëerde Van Der Meeren een soort voortuintje waarop de toegangen en de gietijzeren wenteltrappen naar de verdieping uitkomen. Deze gehelen werden op hun beurt gegroepeerd in vijf wijken met een eigen kleur (de groene wijk kwam er pas in 1978 bij, en in 1980 het KultuurKaffee met 22 Variel-modules). De achterliggende idee was dat studenten bij een opstand – Mei ‘68 lag nog vers in het geheugen – gemakkelijker hun weg zouden vinden dan de rijkswacht aan de overkant van de Generaal Jacqueslaan.

Vandaag lopen we net zoals jaren geleden nog altijd een beetje gedesoriënteerd rond in het studentendorp. Alles lijkt ook zo goed op elkaar, zelfs al wist je in welk kleurtje je had afgesproken. De bomen zijn flink doorgegroeid. De koten zien er wat aftands uit, maar aan de halve fietsen, winkelkarren, en blokkers in het schijnsel van bureau-en sfeerlampjes is het volle leven te zien.

Alle modules zijn vandaag nog in gebruik, enkele daarvan zijn ingenomen door de Huisvestingsdienst die, net als het KultuurKaffee, in een gebouw zat dat in de eerste fase van de nieuwbouw wordt afgebroken. Op een nieuwe verflaag en de vernieuwde keuken na zijn de studentenwoningen nog erg authentiek. Er is nog altijd slechts één kraan in de badkamer (gedeeld door twee studenten) die verplaatst wordt naargelang je de wastafel of de douche gebruikt. Het concept van vier studenten per appartement is vandaag een luxe, in de nieuwbouw worden dat er zes, elders al acht. De studenten zelf vinden het best: “Sociaal en niet té.” Over het comfort lijken ze niet te klagen, als we hen erover aanspreken. “Enkel glas, maar ja hoor, het is er warm en gezellig. Van mij mogen ze blijven.” En over de mogelijke geluidshinder: “Je wéét dat je op een campus zit, en je kan ook altijd naar de bibliotheek om te studeren. De vuilkarren ‘s morgens vroeg, dat is lawaai.”

Stevige basis
Het nieuwbouwproject XY bestaat uit 650 nieuwe studentenkamers, maar ook ruimten voor concerten, tentoonstellingen, onderzoek en een nieuw KultuurKaffee. Volgens het architectenbureau Conix RDBM Architects zou in het derde of vierde kwartaal van 2015 met de bouw begonnen worden. De studenten zullen pas verhuizen van zodra de nieuwbouw met kamers afgerond is, zodat de studenten op de campus kunnen blijven.

Bij de dienst Infrastructuur van de VUB is ondertussen het besef gegroeid van de historische en culturele waarde van de studentenhomes. Ze bestelde daarom bij de vakgroep Architectonische Ingenieurswetenschappen een onderzoek naar de aanpasbaarheid van de modules en de uitvoering van een levenscyclusanalyse.

De basisstructuur bleek nog in zeer goede staat. Door hun modulaire structuur zijn ze ook zeer gemakkelijk in te richten voor andere doeleinden. Omdat er uiteindelijk slechts een gedeeltelijke overlapping zal zijn met de studentenhomes (uit 1978), en omdat verwacht wordt dat de studentenbevolking nog zal stijgen, zouden er andere pistes dan afbraak kunnen onderzocht worden, zoals renovatie, herbestemming of hergebruik door verplaatsing. De dienst Cultuur van de VUB, die momenteel een publicatie over het ontstaan van de campus voorbereidt, laat alvast weten dat een gedeelte bewaard en gerestaureerd zou worden.

 

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over
Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?