Wat loopt er mis met het Franstalig onderwijs?

"Het Franstalig onderwijs faalt." Die striemende analyse kwam de voorbije weken niet van N-VA, maar van Franstalige politici die er dé reden in ontwaren voor het grootste Brusselse probleem: de torenhoge werkloosheid, vooral bij de jeugd. brusselnieuws.be vroeg zich af wat nu precies misloopt. "De Franse Gemeenschap heeft heel lang de kop in het zand gestoken."

F DF'er Didier Gosuin haalde onlangs snoeihard uit naar de kwaliteit van het onderwijs in Brussel en dan vooral aan Franstalige kant. Dat is niet de fout van de Nederlandstaligen of de N-VA, maar "absoluut de fout van de Franstaligen," zei hij tijdens het Brusseldebat in de Bozar. Zijn liberale collega Reynders liet zich in gelijkaardige bewoordingen uit. En ook volgens voormalig minister van Economie Benoît Cerexhe (CDH) is beter onderwijs, eerder dan dure bedrijfsstages, de sleutel tot meer werk voor de Brusselse jeugd.

PISA-resultaten geven al langer aan dat het Franstalig onderwijs danig onderpresteert. Waar Vlaanderen binnen de OESO-landen meestal aan de kop van het peloton rijdt, zit Wallonië vaak op of net onder het gemiddelde en soms zelfs in de staart. "Kinderen met dezelfde sociaal-economische achtergrond scoren systematisch slechter in het Franstalig onderwijs, zowel voor lezen als voor wiskunde en wetenschappen", zegt onderwijssocioloog en professor Dirk Jacobs.

Nochtans is dat niet altijd het geval geweest. In de jaren 80 lagen de resultaten van beide landsdelen veel dichter bij elkaar. Is het schoolsysteem in die relatief korte periode dan zoveel veranderd? Neen, blijkt uit onderzoek van professor Dominique Lafontaine van de Universiteit Luik. "Beide systemen hebben nog veel gemeen", stelt ze in een artikel. "Er wordt gedubbeld, het begin van het secundair onderwijs biedt verschillende studiekeuzes, er zijn grote ongelijkheden op basis van sociale afkomst, en de verschillen in resultaat tussen de verschillende scholen zijn opvallend. Het onderwijs is daardoor in beide gevallen heel inegalitair, wat wil zeggen dat het verband tussen sociale achtergrond en leerprestaties sterk is. Eigenlijk zijn de goede resultaten van Vlaanderen verwonderlijker dan de middelmatige van de Franse gemeenschap."

Veeleisender
Wat wel veranderde, was de economische situatie. De resultaten van Vlaanderen en de Franse Gemeenschap begonnen uit elkaar te groeien op het moment dat de werkgelegenheid in het zuiden van het land in het slop geraakte.

De dagelijkse realiteit in beide systemen verschilt volgens Lafontaine dan ook sterk. "55 procent van de schooldirecteurs ziet een probleem met armoede in de school, tegenover 9,5 procent in Vlaanderen. In de Franse Gemeenschap klaagt 83 procent over een gebrek aan ouderlijke steun, in Vlaanderen is dat 33 procent. Er zijn ook gevoelig meer leerlingen met een migratie-achtergrond. De uitdagingen zijn dus anders, en wat werkt in Vlaanderen, zal daarom niet meteen werken aan Franstalige kant."

Ook wat betreft pedagogie ziet Lafontaine verschillen. "Vlaamse leerkrachten zouden veeleisender zijn en meer belang hechten aan schoolprestaties. Terwijl leerlingen in de Franse Gemeenschap hun leerkrachten eerder als menselijk, behulpzaam en zorgzaam zien. Maar je moet oppassen om oorzaak en gevolg niet te verwarren. Het kan ook zijn dat Vlaamse leerkrachten het zich kunnen permitteren om veeleisend te zijn, omdat hun leerlingen beter aangepast zijn aan die aanpak."

Een ander verschil is de invulling van de eindtermen. Die zijn aan Franstalige kant veel vager en abstracter. "Meer vrijheid voor de leerkracht dus, maar ook meer onzekerheid, minder duidelijkheid over waar naartoe", zegt Jacobs.

Finland
Op vlak van financiering is het Franstalig onderwijs in het nadeel. Donat Carlier van de Commission consultative Formation-Emploi-Enseignement (CCFEE) rekende het na. "In 2006 bijvoorbeeld gaf het Vlaams middelbaar onderwijs 1.100 euro meer uit per leerling, in totaal zo'n 7.000 euro. Extra geld van de netten of de VGC is daar dan nog niet bijgerekend."

Toch is dat lagere budget volgens Jacobs niet doorslaggevend, want in Finland, sinds enige tijd het lichtend voorbeeld voor onderwijsspecialisten, geven ze per leerling nog minder uit. "Maar het geld moet natuurlijk efficiënt besteed worden, en daar wringt het schoentje," zegt Jacobs. Zo telde het Franstalig onderwijs in 2006 liefst 49 procent zittenblijvers, terwijl dat in Vlaanderen 27 procent was. "Zittenblijven is zeer duur én inefficiënt: als een kind het in jaar één niet snapt, zal het het in jaar twee ook niet snappen, als het door dezelfde persoon op dezelfde manier uitgelegd wordt."

Amerikaanse toestanden
De problemen zijn al langer bekend; waarom werd er dan niets aan gedaan? "Heel lang ontbrak er in Wallonië een sense of urgency", zegt Jacobs. "Aan Vlaamse kant wordt er geluisterd als je praat over PISA-uitslagen, ongelijkheid en dergelijke. Aan Franstalige kant hebben ze heel lang de kop in het zand gestoken. 'Over problemen praat je niet, want dat zou kunnen stigmatiseren', zoiets. Ik leur al tien jaar met de PISA-bevindingen; pas nu komt er schot in de zaak."

"Wat Franstaligen echter wakker schudt, is de vergelijking met de Verenigde Staten. 'Amerikaanse toestanden', dat is hét horrorbeeld. Welnu, voor lezen scoort het Franstalig onderwijs even slecht als het Amerikaanse en voor wetenschappen slechter. Dat is een hele schok geweest."

Volgens Carlier had het Franstalig onderwijs lange tijd ook wel meer aan het hoofd dan PISA-resultaten. "Aan Franstalige kant is de communautarisering met veel meer spanning gepaard gegaan dan in Vlaanderen. Sinds de jaren 80 was er vijftien jaar lang de ene crisis na de andere. Leerkrachten en ander personeel werden aan de deur gezet, de sociale onrust was groot. Pas sinds een tiental jaar is de situatie ietwat stabiel."

Verkrampt
Toch liet minister van Onderwijs Marie-Dominique Simonet (CDH) zich vorige week nog minimaliserend uit over de problemen in het Brusselse onderwijs. "De files zijn ook de fout van het onderwijs, zeker? En het is in elk land crisis, dat is niet de schuld van de scholen," zei ze. Toch de kop in het zand, dus?

"Nee, helemaal niet," zegt woordvoerder Eric Etienne. "Maar voor ons is het onderwijs in Brussel niet de oorzaak van de samenlevingsproblemen; het is de spiegel ervan. Het vak van leerkracht is oneindig veel complexer geworden, er zijn veel nieuwkomers met taalproblemen. Kinderen moeten eerst opgevoed worden, nog voor we ze kunnen onderwijzen. Dus ja, het onderwijs moet zich aanpassen aan de stedelijke situatie. Maar dat doen we liever in samenwerking met alle niveaus en alle betrokken partijen. Het is niet erg motiverend voor leerkrachten om altijd maar te horen dat het hun schuld is. Dan raken ze verkrampt en haken ze af." En bovendien, zegt Etienne, "is het gemakkelijk voor andere politici om alles aan het onderwijs te wijten. Dat hoeven ze niks te doen op hun eigen bevoegdheidsdomein."

Stage bij Audi
Ondertussen beweegt er ook heel veel in het onderwijslandschap. "Er zijn hervormingen doorgevoerd die ervoor zorgen dat er een gemeenschappelijke eerste graad is, tot 14 jaar, zoals het geval is in veel goed scorende landen (in Vlaanderen is daar nog maar net een akkoord over, red.). Nu dat achter de rug is, proberen we op het terrein dingen te veranderen. In Brussel ontwikkelen we bijvoorbeeld een nieuw stagesysteem samen met het bedrijfsleven; zo is er al een project met Audi Brussels."

Ook Carlier ziet een actievere aanpak van de problemen. "Er is bijvoorbeeld geïnvesteerd in infrastructuur in het technisch onderwijs, duur materiaal dat dan door verschillende scholen wordt gebruikt. Of neem de invoering van het modulair systeem in de laatste jaren van het middelbaar; wie voor bepaalde vakken slaagt, krijgt een vrijstelling, ook als er andere vakken overgedaan moeten worden. Maar die maatregelen hebben wel tijd nodig om effect teweeg te brengen. Voorlopig zie ik verbetering noch verslechtering."

En ook wat het vaak verguisde talenonderwijs betreft, staat het Franstalig onderwijs volgens Carlier niet stil. "Lange tijd was dat niet performant, maar met de invoer van het immersieonderwijs is een belangrijke stap gezet. Alleen blijkt het in Brussel wat moeilijker op gang te komen. Het is niet eenvoudig om native speakers te vinden voor vakken als wetenschappen en wiskunde, zeker omdat een Nederlandstalige leerkracht toch minder verdient en een lagere status geniet dan als hij in zijn eigen gemeenschap lesgeeft."

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?