Wielrenner Fabio Polazzi blikt terug: ‘Vrienden verliezen is erg zwaar’

De vestiaire in, het rugnummer opspelden, het wedstrijdblad tekenen en dan naar de start… Fabio Polazzi (29) deed het op 28 september voor de laatste keer. De Brusselaar kijkt redelijk tevreden terug op de sportieve kant van zijn carrière, maar heeft op menselijk vlak afgezien. De dood van vrienden Frank Vandenbroucke en Zakaria El Darabna hebben hem geraakt.

“17 uur 30. Dat was het tijdstip waarop ik als jonge ket altijd zat te wachten,” vertelt Polazzi. “Mijn vader kwam dan thuis en ging vervolgens met mij trainen. Hij heeft me de fietsmicrobe doorgegeven. Door zelf te fietsen, bij de amateurs, maar ook door de televisie vaak af te stemmen op de koers.”

Toppers als Gianni Bugno en Michele Bartoli, niet toevallig Italianen, waren de jeugdhelden van de Brusselaar. Ze inspireerden hem om op zijn dertiende een wielerlicentie aan te vragen. Tijdens zijn jeugdjaren reed hij voor ploegen uit de regio rond Waver en Baal, waar hij voor het eerst bewees dat hij goede benen had.

“Ik ben altijd een renner geweest die van heuvelachtige parcours houdt. Bij de beloften was ik een van de beste Franstalige renners en zo dwong ik op mijn 21ste een Rosetta-contract af. Dat was een startbaanovereenkomst via Actiris waarmee ik een klein loon kreeg en mijn sportcarrière kon uitbouwen. Mijn eerste interclubwedstrijd van belang won ik in 2007: de Gooikse Pijl. Daarna volgde onder meer nog de Grote Prijs Criquielion.”

“Eigenlijk verdiende ik het toen al om prof te worden, maar gesprekken met geïnteresseerde ploegen draaiden op niets uit. Dus kreeg ik tijdens mijn tweede seizoen terug een Rosetta-contract. Dat was teleurstellend. Zeker als je ziet hoe andere renners met gelijkaardige resultaten wel een profcontract kunnen tekenen. Je vraagt je dan af waarom jij je kans niet krijgt. Ach, zoals overal spelen goede relaties hierin een rol.”
 
Drama in Senegal
Het Italiaanse Cinelli leek de droom van Polazzi waar te maken. De ploeg had een mooi project en gaf hem de kans om wedstrijden van een hoger niveau te rijden. Maar net voor het begin van het seizoen besloot de Internationale Wielerunie UCI de licentie van de ploeg in te trekken omdat er, al van het seizoen ervoor, problemen waren met het uitbetalen van de renners.

“Dus zat ik ineens zonder contract en zonder ploeg. Gelukkig bood mijn vorige ploeg een uitweg en kon ik toch in het peloton terecht. Dankzij een goed seizoen tekende ik het seizoen erna een contract bij Veranda-Willems. Maar dat was terug een Rosetta-contract. Het wou maar niet lukken om dat profcontract binnen te halen.”

“Het enige positieve aan het Cinelli-verhaal is dat ik Frank Vandenbroucke er heb leren kennen. We hebben elkaar uiteindelijk maar een tiental maanden gekend, maar het waren intense maanden. Hij was een van mijn idolen, dus was ik best wel nerveus toen ik hem leerde kennen. Maar we zijn snel goede vrienden geworden. Hij vond het leuk dat we Italiaans met elkaar konden spreken. Enerzijds om de taal te onderhouden, anderzijds omdat het hem deed denken aan zijn dochter Margot, die in Italië woonde.”

Fabio en Frank waren onafscheidelijk. Elke dag spraken ze met elkaar, was het niet in levenden lijve dan wel via de telefoon. Ze trokken zelfs samen op vakantie naar Senegal, maar daar liep het fout. Vandenbroucke overleed er aan een longembolie. “Toen de politie aan mijn hoteldeur klopte en me meldde dat ze het lichaam van Frank hadden gevonden, had ik het gevoel dat dat moment niet reëel was. Ik kon het niet vatten.”

“Het was zeer zwaar, de periode na zijn overlijden was de moeilijkste van mijn leven. Mijn seizoensbegin was echt zeer slecht. Ook op training had ik weinig zin, het ging niet. Nu, vijf jaar later, denk ik er wat minder aan. Alhoewel...”

Polazzi kwam er uiteindelijk door, maar een jaar later kreeg hij terug slecht nieuws: Zakaria El Darabna was overleden aan een hartstilstand. “We waren echt goede kameraden. Als twee van de weinige Brusselse renners kwamen we regelmatig samen om te trainen, maar we zagen elkaar ook naast de fiets. Zijn dood was een zware klap, ik kon maar niet begrijpen hoe het mogelijk was dat ik twee goede vrienden verloor op korte tijd.”

“Ik weet niet of die gebeurtenissen me veranderd hebben. Misschien. De fiets is wellicht iets minder het centrum van mijn leefwereld geworden. Het klinkt misschien raar, maar ik durfde bijvoorbeeld iets sneller naar een pakje chips grijpen dan ervoor.”
 
Vakantieganger
Op sportief vlak trok Polazzi in 2011 naar de continentale ploeg Wallonie-Bruxelles. Hij tekende er, eindelijk, zijn eerste profcontract. Dat zorgde echter niet voor uitbundige vreugde, want de Brusselaar besefte dat hij eigenlijk kreeg wat hij verdiende. “Het was geen droom die uitkwam, dat was wel zo als het een Pro Tour ploeg was geweest. Maar uiteraard was ik blij. Ik voelde me er goed en reed op het Belgisch kampioenschap de beste koers van mijn carrière. Ik zat kilometers lang in de aanval, demarreerde zelfs en eindigde uiteindelijk tiende. Een onverhoopt resultaat, tussen de toppers, dat ik later zeker zal delen met mijn kroost (lacht).”

“De ploeg besloot me na dat eerste goede seizoen een verbeterd, tweejarig contract te laten tekenen, wat niet van hun gewoontes was. Een promotie eigenlijk, maar ook het begin van een verslechterde relatie. Tijdens mijn eerste maand van het seizoen erop haalde ik niet mijn beste niveau, zonder slecht te zijn. Maar er werden me allerhande zaken verweten, onder meer dat ik lui zou zijn. Er werd meer van mij verwacht en dat zorgde voor spanningen met de ploegleiding.”

De relatie van Polazzi met de zoon van de sportief directeur, die bij de ploeg was gehaald als renner, was niet zo goed en dat zou wel eens een rol gespeeld kunnen hebben. De verwijzingen naar mindere sportieve resultaten waren eerder een excuus om persoonlijke vetes uit te vechten. “Op de stage voor het seizoen werd me verteld dat ik alleen zou rijden als er niet genoeg renners waren. Tot juni verzamelde ik toen amper acht koersdagen, terwijl je dat echt wel nodig hebt om ritme op te doen. Ze zeiden dat ik een vakantieganger was. Dat was erg frustrerend.”

“Ik had de indruk dat ze me wilden breken. Gelukkig heb ik tijdens de zomer op mijn eentje een paar koersen kunnen rijden, kreeg ik het ritme te pakken, en won ik een etappe in een Roemeense ronde. Het was de tweede zege van de ploeg dat seizoen, voor mij een ongelooflijke bevrijding. Zelfs al won ik voor de ploeg, toch zette ik hen op een bepaalde manier een neus.”

Na zijn avontuur bij Wallonie-Bruxelles dacht Polazzi aan stoppen, maar hij besloot nog één jaar in het peloton te blijven. Hij wou het wielrennen niet met een degout verlaten. “Via de vader van mijn vrouw ben ik in contact gekomen met Willy Teirlinck en heb ik voor één jaar bij To Win-Josan getekend, als amateur. Ik heb afgelopen seizoen nog drie wedstrijden gewonnen, dus mag ik wel zeggen dat ik in schoonheid ben geëindigd.”

“Ik ben blij met de carrière die ik heb gehad. Ik had niet de klasse van de toppers, maar heb toch mooie resultaten behaald. Niet alles was rozengeur en maneschijn, maar zo is het leven nu eenmaal. Ik verlaat het wielrennen en ga op zoek naar werk. Het zal aanpassen worden. Ik zal die nervositeit van voor het startschot missen. Een nieuw leven begint.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?