Wies Jespers: ‘Ik erger me en toch was het vroeger niet beter’

© Ivan Put

Wies Jespers (69) ziet met lede ogen aan hoe de Vlaams-Brusselse politici steeds minder rekening houden met de basis en hoe de expertise van de mensen in het veld aan de kant geschoven wordt voor zogenaamde specialisten. "Het primaat van de politiek", zegt hij smalend, "wordt algauw partijpolitieke verkaveling."

I n de tuin van zijn appartement in Schaarbeek staat een plastic zandbak voor de kleinkinderen, hij doet op vraag van onze fotograaf Ivan zijn schoenen uit, stapt in de zandbak en om de scène compleet te maken bedekt hij zijn voeten met zand. Het is het begin van een van de spelletjes met zijn kleinkinderen. Na de fotosessie gaat het deksel op de zandbak: de katten, weet je wel.

Wies Jespers, geboren als Aloïs zoals zijn peetoom-pastoor, is nu al een paar jaar met pensioen, maar de vakbondsman in hem ergert zich nog dagelijks. Aan de politisering binnen de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de instellingen die ervan afhangen, aan Guy Verhofstadt die zeer selectief tekeer gaat tegen de Griekse premier Tsipras en vooral over de gekleurde verslaggeving in de media. Wies Jespers: “Als politici zeggen dat Griekenland al 250 miljard euro gekregen heeft, dan vergeten ze erbij te zeggen dat het geld drie rondjes rond de Acropolis rijdt en nadien voor 90 procent terugkeert naar Duitse en Franse banken.”

Ergernis ook over ‘zijn’ dagblad dat het onlangs presteerde om in dezelfde krant twaalf regels te wijden aan een analyse van pensioenspecialist van de PVDA Kim De Witte en twee volle bladzijden aan korte broeken voor mannen: “Waar zijn we mee bezig?” Wies Jespers noemt zichzelf een linkse socialist met een PVDA-kantje, maar: “John Crombez is wel goed begonnen als SP.A-voorzitter, duimen dat hij het volhoudt.”

Boerenbond
Een stamboomsocialist is hij allerminst, hij komt uit een zeer Vlaamse familie met pastoors, verzetsstrijders én collaborateurs. Wies Jespers: “Nu ik op pensioen ben heb ik tijd om de familiegeschiedenis uit te vlooien. Mijn oom Aloïs was pastoor in de Sint-Jozefsparochie in Mortsel, tijdens de oorlog hield hij zich als proost van de scouts en de KAJ’ers bezig met de vliegroutes. Hij werd op 30 juli 1944 opgepakt en naar Dachau gestuurd. Op 7 mei 1945 werd hij bevrijd. Hij wordt vermeld in het boek Ik was 20 in ‘44 van Raymond van Pée dat bij Epo uitgegeven is. Ik werd precies een jaar later geboren, op 7 mei 1946.”

Wies Jespers ontdekt nu gaandeweg zijn familiegeschiedenis, thuis heeft hij nooit over de oorlogsjaren kunnen praten, alles werd met de mantel der liefde toegedekt: “De mannen gingen samen jagen, ze deden aan boogschieten en ze kaartten, ze maakten wel veel ruzie tijdens het kaarten, maar ik kende de bron van de ruzies ervan niet.”

Zijn beide grootvaders waren burgemeesters van CVP-signatuur, maar sociaal bewogen. Wies Jespers studeerde Sociologie in Leuven en schreef een thesis over het financierskapitaal van de Boerenbond bij de latere senaatsvoorzitter Ward Leemans.

Wies Jespers: “Ik kreeg vijf minuten om mijn thesis te verdedigen, nadien zei Leemans al grappend: je kan baas van de Boerenbond worden.” Wat Leemans niet wist: Wies Jespers had ondertussen een jaartje bij de Boerenbond gewerkt, maar was er ontslagen wegens te kritisch. “Ik ga nooit de dreigende beelden vergeten van de grote boerenbetoging in 1972 toen de boeren vreselijk tekeer gingen in Brussel. Veel jonge boeren waren het totaal niet eens met het gedrag van hun collega’s én met het beleid van de top van de Boerenbond. Ik ben toen kritische voordrachten gaan houden, het is ook in die periode dat de Groene Kringen voor jonge kritische boeren werden opgericht.”

Loodzware middenkaders
Wies Jespers heeft het geluk gehad mee te kunnen werken aan de uitbouw van Nederlandstalig Brussel. Dat was in de jaren 1970, dat waren de hoogdagen van het FDF, dat was de tijd waarin de partijpolitieke verkaveling nog niet had plaatsgevonden. Wies Jespers: “Ik had Anne (zijn partner, DV) beloofd om me niet te veel te ergeren, maar toch. In bepaalde kringen is het bon ton om de geschiedenis van Vlaams Brussel te laten beginnen in 1989, maar dat is helemaal niet zo.”

Toen is wel de partijpolitieke verkaveling begonnen: “Tijdens de eerste legislatuur heeft men zich nog gedeisd gehouden. Maar daarna werd het erger. Een voorbeeld. Het wijkhuis Chambéry was zeer succesvol maar behoorde tot geen enkele zuil. Op zeker moment werden de subsidies drastisch verminderd door het bevoegde colleglid Brigitte Grouwels. Had zij problemen met het ongebonden karakter van het wijkhuis? Guy Vanhengel in ieder geval veel minder.”

Die partijpolitieke verkaveling speelde ook mee tijdens de examens. Jespers: “Ik heb vanuit de vakbond verschillende examens meegemaakt als waarnemer. Zeker voor de hogere kaders was de jury partijpolitiek samengesteld. Men trachtte ook op alle directeurs een partijpolitiek etiket te plakken.”

En zegt Jespers: “Net zoals bij de Vlaams-Brusselse Media de raad van bestuur op één of twee mensen na partijpolitiek gekleurd is en het terrein niet kent. Waarom maken ze oud VRT-journalist Walter Zinzen geen voorzitter van jullie raad van bestuur? Dat is geen makkelijke man, maar die kent wel de stiel. In een raad van bestuur of in een jury moeten deskundigen zetelen, geen partijpolitieke aangestelden. De politici bemoeien zich veel te veel, dat zorgt ook voor loodzware middenkaders zoals bij de VRT.”

Out of the box
En dan is er de administratie die hij goed kent. Jespers : “Ik weet uit eigen ervaring dat de administratie van de VGC zeer goed werkt. Maar ook die kan het met veel minder kaders doen, voor een kleine administratie moet een zevental directeurs volstaan. Die partijpolitieke verzieking zorgt er ook voor dat de politici tegen de grens van de goednieuwsshow aanschurken. Verder herinner ik me de discussie in de raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie over het plaatstekort in het Nederlandstalig onderwijs. Het LOP had het over een duizendtal kinderen, dat werd betwist door Guy Vanhengel, alleen kon hij zelf geen exact cijfer noemen. Dat roept vragen op over de wetenschappelijke onderbouw van het beleid, een minister of zijn medewerker moeten die cijfers toch kennen.”

Zijn Brusselse carrière begon Wies Jespers in Etterbeek, geen onbelangrijke plek in de geschiedenis van Vlaams Brussel. Etterbeek, dat is Vic Uyttbroek (de vader van Annemie, DV), dat is Carlos Holvoet en Sandor Szondi en later Michiel Vandenbussche. Hij herinnert zich ook Rika Steyaert die in Etterbeek trouw alle raden van bestuur bijwoonde, het was het begin van de sociaal-culturele raden en de NCC (voorloper VGC, DV).

Wies Jespers: “De periode voor 1989 was een boeiende periode, er waren twee stromen: het sociaal-culturele en het welzijnswerk met actieve pastoors zoals Daniël Alliët die nog altijd actief is en dan was er ook de kunstenscène met toneel in de kelders van de Basiliek, met de KVS en Mallemunt, met de Beursschouwburg. Mallemunt was een verademing. De Vlamingen konden out of the box denken, ze kwamen uit hun loopgraven. Mallemunt zou je tegenwoordig een landmark noemen. Maar was alles vroeger beter? Zeker niet. Vroeger had de KVS een klein publiek. Franz Marijnen heeft de KVS opengegooid en Jan Goossens is op die weg verdergegaan. De Vlamingen in Brussel gaan voor een open stad waarin samengewerkt wordt met de Franstaligen.”

En toch ergert hij zich aan de politieke bemoeienissen: “Gisteren hoorde ik dat Open VLD vindt dat Blokken moet blijven bestaan op de VRT. Jongens, waar bemoeien die zich mee? De politiek moet het kader scheppen en zich verder niet bemoeien, zo is Vlaams Brussel ontstaan, van onderuit. De politiek en administratie hebben dat gestroomlijnd. Maar er komt een basisbeweging op gang, kijk maar naar Ringland in Antwerpen. Er is Syriza in Griekenland, Podemos in Spanje en morgen hier.”

Wies Jespers is nog altijd actief in het afdelingsbestuur van de Acod, hij zetelt ook in de raad van bestuur van het AMVB en Geneeskunde voor de Derde Wereld. Toen hij op pensioen ging is hij niet in een zwart gat gevallen, hij heeft het geluk gehad een groot congres te mogen organiseren voor The international association of democratic lawyers, waarvan de Turkse voorzitter in de gevangenis zit. Een van zijn zeven broers werkt bij het Progress Lawyers Network: “We hebben lokalen kunnen huren aan de VUB voor een prijsje en we hebben van Guy Vanhengel een mooie subsidie gekregen in het kader van de internationale uitstraling van Brussel. Kijk, dat is dan Guy op zijn best. Ik mag hem wel, maar als ik het oneens ben, zeg ik het ook.”
 

BDW in gesprek met ...

Brussel Deze Week ontmoet iedere week een interessante Brusselaar voor een boeiend gesprek.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?