interview

Johan Vermeersch gunt zijn oud-club RWDM het succes

Johan Vermeersch was met FC Brussels van 2002 tot 2014 de baas in het Edmond Machtensstadion.© Bart Dewaele

De champagnekurken vlogen in het rond: RWDM speelde voor het tweede seizoen op rij kampioen. Eén man volgde het vanaf een afstand: Johan Vermeersch, de flamboyante West-Vlaamse bouwmagnaat en ex-voetballer die tussen 2002 en 2014 de plak zwaaide in het Edmond Machtensstadion.

Johan Vermeersch BRUZZ ACTUA 1611
© Bart Dewaele
| Johan Vermeersch.

Zijn eigen project FC Brussels is ter ziele gegaan en Vermeersch werd met pek en veren uit Molenbeek verjaagd, maar het vernieuwde RWDM raast intussen als een sneltrein door de amateur­reeksen. “Ik gun het hen van harte,” zegt Vermeersch. “Ze hebben goed werk geleverd, maar je mag wel het niveau in vraag stellen. RWDM speelt twee keer kampioen, maar wel in vijfde en vierde klasse.”

U hebt voorzitter Thierry Dailly ooit binnengehaald bij FC Brussels als manager. Hoe schat u hem in?
Johan Vermeersch: Thierry heeft hier hard gewerkt, maar was niet betrokken bij de dagelijkse leiding. Ik hoor trouwens dat hij als voorzitter een loon krijgt. Dat vind ik niet kunnen. Als voorzitter heb ik me nooit laten uitbetalen, integendeel: ik heb er veel geld in geïnvesteerd.

U zei altijd dat het voetbal ‘onder de kerktoren’ niets voor u was. Maar de supporters kunnen zich blijkbaar wel vinden in voetbal op lager niveau, want ze komen massaal opdagen.
Vermeersch: Dan moeten ze vooral op dat niveau blijven. Alles hangt af van hoe groot hun draagvlak is. RWDM moet beseffen dat eerste klasse wellicht niet meer haalbaar zal zijn. Nostalgie is iets moois, maar de realiteit is nog iets helemaal anders.

Johan Vermeersch

Is een tweede Brusselse club op hoog niveau mogelijk?
Vermeersch: Je hebt minstens 15 miljoen euro nodig, anders kom je er niet. In 1996 heb ik Europees voetbal gehaald met RWDM, met een budget van 82 miljoen Belgische frank (ongeveer 2 miljoen euro, red.). Dat waren andere tijden. Elk seizoen enkele honderdduizenden euro’s moeten bijleggen zonder uitzicht op verbetering is zinloos.Het is overal hetzelfde: als Jürgen Baatzsch stopt in Union, is het daar ook over and out. Je kan die man niets verwijten: hij moet wel gaan voor eerste klasse, waar de financiële middelen tien keer zo hoog liggen. Zonder groter draagvlak ben je een vogel voor de kat.

Egmond Machtens 2 Stadion BRUZZ ACTUA 1611
© Bart Dewaele
| Het Edmond Machtensstadion.

In juni 2014 ging FC Brussels in vereffening. Wat is daar precies gebeurd?
Vermeersch: In december 2013 kreeg ik een vertrouwelijk telefoontje vanuit de gemeentepolitiek van Sint-Lambrechts-Woluwe. Zo kreeg ik lucht van de deal die de Molenbeekse schepen van Sport Ahmed El Khannouss (CDH) had gesloten met John Bico, de sterke man van White Star. White Star zou dus ook in het Edmond Machtensstadion komen spelen. Toen heb ik meteen beslist om alles stop te zetten: ik zou geen cent meer investeren in de club.

U bent dus genekt door het gemeentebestuur?
Vermeersch: De val van FC Brussels was een puur politieke beslissing. Bico, toch geen onbesproken figuur, werd in Woluwe aan de deur gezet door burgemeester Olivier Maingain (Défi). En in Molenbeek ontvingen ze hem met open armen, met een exclusief contract van negen jaar. Aan die rotzooi wilde ik niet meedoen. Ik hoefde ook geen gesprek met El Khannouss: die man zat ver onder mijn niveau.
De nieuwe coalitie wilde komaf maken met alles wat met ex-burgemeester Philippe Moureaux (PS) te maken had. Maar om dan met een figuur als Bico in zee te gaan?

Egmond Machtens 3 Stadion BRUZZ ACTUA 1611
© Bart Dewaele
| Het Edmond Machtensstadion, thuishaven van RWDM.

U kon het altijd goed vinden met Moureaux. Wat vindt u van de kritiek die hij de jongste jaren kreeg?
Vermeersch: Moureaux was een intelligent iemand, die zijn dossiers door en door kende. Een toppoliticus met wie je in een tête-à-tête duidelijke afspraken kon maken. Net zoals Moureaux zal ik nooit lid worden van de maatschappij van de hypocrisie. Ahmed El Khannouss kan er nog wat van leren. Al is het verwijt dat hij zich te veel heeft gezondigd aan communautarisme naar de islamitische gemeenschap wel terecht.

Zou FC Brussels nog bestaan hebben met Moureaux als burgemeester?
Vermeersch: Daar ben ik van overtuigd. Er was veel op til. Ik werkte aan een nieuw organigram, waarbij ik meer verantwoordelijkheden zou delegeren. Daarnaast wilde ik, naar het voorbeeld van onder meer Real Madrid en Barcelona, een club uitbouwen met allerlei nevensporten: een FC Brussels met ook een afdeling atletiek, basketbal en volleybal. Er was zelfs al een akkoord om volleybalclub Asse-­Zellik naar Brussel te verhuizen. Maar de politieke realiteit heeft me ingehaald.

U hebt mee gebouwd aan de stadions van onder meer RWDM, Anderlecht en AA Gent (het voormalige Ottenstadion). Hoe hebt u de saga rond het Eurostadion gevolgd?
Vermeersch: Mijn vriend Guy Vanhengel (Open VLD) zegt dat hij een inschattingsfout heeft gemaakt. Wel, hij heeft er meer dan één gemaakt. Vooral door de complexiteit van het dossier. Dit project kon alleen slagen als de federale regering de leiding had genomen. Het gaat nu eenmaal om een nationaal stadion. Er zijn ook veel te weinig oplossingen geboden voor de mobiliteitsproblemen.

Had u het Eurostadion graag gebouwd?
Vermeersch: Nu niet meer, ik ben er te oud voor. Ik ken Paul Gheysens van Ghelamco goed: we zijn afkomstig uit dezelfde streek en we hebben op dezelfde school gezeten. Hij volgde een ander parcours dan ik. Hij heeft veel geld verdiend met projecten in Polen. Ik werd gedreven door passie, hij vooral door business.

Johan Vermeersch

Wat drijft de nieuwe Anderlecht-voorzitter Marc Coucke?
Vermeersch: Ook wel passie. Ik merk dat het iemand is die de werking van zijn club van dichtbij stuurt. Alleen beseft hij nog niet dat in het voetbal één plus één nooit gelijk is aan twee. Je kan een voetbalclub moeilijk leiden als je de damp van de douche niet zelf hebt gevoeld.

Ook u zat er dicht op?
Vermeersch: Dat moet. Ik ben nooit voor middernacht naar huis gegaan. Of het nu voor mijn zaak was of voor het voetbal. Je moet op de werf of in het stadion zijn, overal bovenop zitten en alles controleren. En dan kijk je niet naar je uren. Ik stond er bijvoorbeeld op om alle potentiële transfers zelf aan het werk te zien. Driehonderd kilometer in een taxi op hobbelende wegen om spelers te scouten in Niš (Servië), met 50.000 dollar cash in mijn zakken. Ik zat vrijwel elke zondag in Rijsel of Lens om spelers te bekijken. Daar zaten regelmatig scouts van andere Belgische clubs, maar als voorzitter moet je zelf ook eens het vliegtuig nemen om ter plekke te gaan kijken.

Dat was wat mensen u verweten: dat u altijd alles zelf wilde doen en niemand vertrouwde.
Vermeersch: Er waren maar weinig mensen die ik blindelings kon ver- trouwen. Op organisatorisch vlak wel, maar puur voetbaltechnisch heb ik van geen enkele Belgische trainer lessen te leren. Zelfs niet van een groot tacticus als Rene Vander­eycken, die nog altijd een goede vriend van me is.
Tijdens de rust van wedstrijden ging ik regelmatig zelf bijsturen in de kleedkamer. Dat duurde nooit lang: ik zag wat er misliep, ik ging het uitleggen met de duidelijke boodschap: ‘los het op.’

Johan Vermeersch 2 BRUZZ ACTUA 1611
© Bart Dewaele
| Johan Vermeersch (links) met Constant Vanden Stock en Michel Verschueren bij de maquette van het Astridpark, een realisatie van Vermeersch.

Extra-sportieve problemen loerden bij Brussels steevast om de hoek: de licentie voor het betaald voetbal werd meerdere keren pas in beroep verkregen, omdat de club niet voldeed aan haar verplichtingen. En u lag ook regelmatig overhoop met spelersvakbond Sporta. Dat waren niet uw beste vrienden?
Vermeersch:Die gaan in mijn ogen veel te ver. Ik vind dat de rechten te veel bij de werknemer liggen. Naar welk syndicaat kan de club stappen als een speler niet presteert in verhouding met zijn loon?

Dat is in het bedrijfsleven toch niet anders? Als een personeelslid niet naar behoren presteert, kan u de uitgekeerde lonen toch ook niet terugeisen?
Vermeersch: (fijntjes) Dat is misschien nog een ideetje voor de toekomst. Maar in het voetbal is het toch nog erger: wat een speler in eerste klasse verdient, dat is toch buiten alle proportie?

Misschien is de moderne voetbal­wereld niet voor u gemaakt?
Vermeersch: Dat kan. Makelaars bijvoorbeeld, die zijn het failliet van het voetbal. Die spelen harakiri met drie verschillende pistes. Een speler geeft alle macht aan een makelaar, die niet liever wil dan transfers regelen om er zelf aan te verdienen.

Een ander voorbeeld is de jeugd. We hadden de strafste jeugdschool van België. Van Michy Batshuayi tot Adnan Januzaj: allemaal zijn ze bij ons gepasseerd. Maar het bleek onmogelijk om die jeugdspelers te houden, omdat grotere clubs ze komen wegplukken.

Bent u door uw ervaringen in het voetbal rancuneus geworden?
Vermeersch: Helemaal niet. Ik snap zelfs dat veel RWDM-supporters boos zijn op mij. Die mensen hebben nooit echt geweten hoe de vork aan de steel zat. Ik vind dat ik altijd mezelf ben gebleven. Dat moet, zeker in een hypocriete sector als het voetbal.

Het doet me wel pijn dat ik mijn knowhow niet heb kunnen overdragen. Maar je moet ook niet nodeloos blijven aanhaken: je moet op tijd plaats maken voor jonge mensen.

Ik denk dat ik nog de slechtste niet was: ik wil weleens zien wie hetzelfde kan verwezenlijken in het Molenbeekse voetbal als ik.

Egmond Machtens Stadion BRUZZ ACTUA 1611
© Bart Dewaele
| Het Edmond Machtensstadion.

De fratsen van Johan Vermeersch


Scheidsrechter (1)

In een thuiswedstrijd tegen Racing Genk liet scheidsrechter Joeri Van de Velde wel erg lang overspelen, en maakte Genk alsnog de 0-1. Uit woede belette Vermeersch Van de Velde eigenhandig de toegang tot de kleedkamers.


Scheidsrechter (2)

Vermeersch versus de scheidsrechter, deel twee: na een discutabele rode kaart op AA Gent stapt Vermeersch het veld op, geeft hij zijn jas aan de scheidsrechter en maant hij zijn spelers aan op het veld te verlaten. “Het hoofd van de veiligheid van Gent wilde me niet in de neutrale zone laten, maar ik had die tribune verdorie zelf gebouwd.”


Boos op wandel

Na een nederlaag tegen OH Leuven in de beker was Vermeersch zo boos dat hij nog voor het einde van de wedstrijd te voet naar huis is vertrokken: een serieuze wandeltocht die eindigde toen zijn vrouw hem kwam oppikken.


Weg met de spelers

Ook na een wanprestatie in KV Oostende sloegen de stoppen door: in een interview zei Vermeersch dat hij al zijn spelers in de zee had moeten gooien, en dat hij voor de volgende thuiswedstrijd 10.000 fluitjes zou bestellen, zodat de supporters de ploeg konden uitfluiten. Enkele jaren later schafte hij na enkele slechte prestaties de warme maaltijden voor de spelers af.


Racistisch

Vermeersch zou zich ooit racistisch hebben uitgelaten tegen de Congolese speler Zola Matumona, al lopen de versies over wat precies gezegd is uiteen. Matumona verliet de club, legde het een week later bij met de voorzitter, maar hoofdsponsor KIA zegde uit vrees voor imagoschade het contract met de club op.

Johan Vermeersch

  • 1951: geboren in Langemark
  • 1971-1981: voetballer bij Daring Molenbeek, RWDM, KV Kortrijk en AA Gent
  • 1981-1982: speler-trainer bij RWDM
  • Wordt na zijn voetbalcarrière bouwpromotor
  • 1994: hoofdsponsor van RWDM en lid van het bestuur
  • 1998: neemt ontslag bij RWDM
  • 2002: neemt het failliete RWDM over en doopt het om tot FC Brussels. Wordt zelf voorzitter
  • 2014: vereffening van FC Brussels

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

--- OPROEP. Reageer jij soms op online nieuwsartikels of wil je het wel eens proberen? Doe mee aan het RHETORIC-onderzoek en maak kans op een waardebon. Meer info en inschrijven

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?