Sportcolumn David Steegen: 't AZ van Jette

Ik heb gelukkige kinderjaren gehad in de schaduw van het Algemeen Ziekenhuis Jette, vandaag het Universitair Ziekenhuis Brussel. ''t AZ' in onze volksmond.

Jette - en bij uitbreiding Brussel - is een wonderlijke omgeving om in op te groeien. Dictie, voordracht en toneel aan de kunst- en muziekacademie van Jette, op zondag ravotten bij de scouts van Koekelberg, voetballen bij Sporting Club Union Progrès (SCUP) Jette en later bij Ritterklub, urenlang zaalvoetballen in de talloze Brusselse sportzalen, in het Frans naar school in Ganshoren en daarna een licentie halen aan de Vrije Universiteit Brussel. Dat allemaal samen verrijkt een mens.

De veelzijdige opvoeding heeft me geen windeieren gelegd. In Brussel kan er al eens een keuze gemaakt worden. Verscheidenheid is een garantie voor weerbaarheid en nieuwsgierigheid.
Die middag haal ik mijn dochters op aan het gemeenteschooltje naast ''t AZ'. Begin jaren 1980 redde het AZ-VUB mijn leven. Een 'kwade griep', opgelopen tijdens een herfstige jeugdwedstrijd tegen RSC Anderlecht, blijkt een ernstige hartkwaal te zijn. Dankzij een snelle en goed uitgevoerde hartoperatie kan ik u deelachtig maken van deze vertelseltjes.

Oktober 1982. De briljante cardiologen redden mijn leven de dag van de gemeenteraadsverkiezingen, het jaar dat Italië in Spanje wereldkampioen Voetbal wordt, het WK waar de Rode Duivels wereldkampioen Argentinië verslaan in Barcelona, en het laatste bouwjaar van het mooiste (maar inmiddels verouderde) stadion ter wereld, het Constant Vanden Stockstadion.
''t AZ' is het epicentrum van mijn dagelijks leven. Ik rijd er elke dag voorbij. Een monumentale geruststelling.

Aan de ingang verdringen patiënten elkaar om een sigaret te roken. Doffe ogen, infuzen en nicotine. Tijdens de twee maanden die ik, 25 jaar geleden, in het universitair ziekenhuis doorbracht, tuurde ik urenlang naar de enorme lap landbouwgrond tussen de Tentoonstellingslaan en het ziekenhuis. Ik zag mijn ploeggenoten en vrienden 's avonds trainen op de voetbalvelden van SCUP en Ritterklub.

Inmiddels is alles volgebouwd en barst het ziekenhuis uit zijn voegen. De wereld is veranderd.
Mijn dochters vragen me wie we gaan bezoeken. Ik hoor hen niet. Ik mijmer over de galamatch in augustus 1983 die het nieuwe stadion van RSC Anderlecht glansrijk inwijdde. Het Barcelona van Maradona, Schuster en Carrasco tegen Erwin Vandenbergh, Per Frimann, Arnor Gudjohnsen, Franky Vercauteren en Enzo Scifo.

Een volgepakt stadion, 35.000 mensen, vergapen zich aan de nieuwe voetbaltempel en aan de wedstrijd. Vandenbergh scoort de eerste goal, Bernd Schuster de gelijkmaker. Het moet een gloriemoment geweest zijn voor de bezieler van zoveel vernieuwing, Michel Verschueren.
"Wie gaan we bezoeken, papa?" dringen de meisjes aan. "Michel Verschueren," antwoord ik. "Wie is dat?" vraagt de jongste. "Een heel grote mijnheer," fluister ik terwijl we tussen de rokende patiënten door laveren.
"Hij gaf ons het stadion en Juan Lozano en nog veel meer toppers die papa graag zag voetballen en..." Ze luisteren allang niet meer.

Daar ligt hij. De rots in de branding. Hij is, hoop ik, blij met onze komst. "Het komt goed," stotter ik. "Ik ben bang geweest, dit is niet normaal," zegt hij me op vragende toon.
Bij het buitengaan weet ik dat het goed komt. Mister Michel herstelt in Jette.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?