Ever Meulen: 'Dankzij Kuifje voelde ik me thuis in Brussel'

Hij kreeg complimenten van Saul Steinberg en Andy Warhol, en Playboy-baas Hugh Hefner noemde zijn werk (te) gesofistikeerd. In eigen land won hij nooit iets, op een aanmoedigingsprijs van voormalig minister van Cultuur Patrick Dewael na. Tot er deze zomer een brief van Design Vlaanderen in de bus viel.

W ie in de woning van de bijzonder aimabele illustrator Ever Meulen (pseudoniem van Eddy Vermeulen) binnenstapt, treedt binnen in een universum vol art deco, groene tinten en auto's. Tussen de automodellen in de vitrinekast pronkt ook de medaille van minister Dewael, tot nu toe zijn enige bekroning in eigen land. Dat Design Vlaanderen hem nu de Henry van de Velde Award voor Loopbaan toekent, kwam dan ook als een complete verrassing.

Misschien ligt het aan zijn keuze om geen 'kunstenaar' te zijn, maar voor veeleer commerciële opdrachtgevers te werken. Zijn ambitie om een groot publiek te bereiken haalden het. En dankzij zijn werk voor Humo ontbrak het nooit aan respons. "In mijn carrière heb ik maar één keer gesolliciteerd, en dat was bij Humo. Ik was pas afgestudeerd aan Sint-Lucas in Gent, toen een klasgenoot met een gedeelde liefde voor popmuziek me suggereerde om daar langs te gaan. Met mijn tekeningen van Rod Stewart en Frank Zappa trok ik naar de piepjonge, net tot hoofdredacteur benoemde Guy Mortier. Hij vroeg me een realistisch portret van Bob Dylan te maken. En zo ging de bal aan het rollen, ik was met mijn gat in de boter gevallen. Zo'n Humo-cover leverde me zelfs een compliment van Andy Warhol op."

Te gesofistikeerd
Door zijn werk voor Humo gingen er ook internationaal deuren open. Zo werkte Ever Meulen voor het Nederlandse muziektijdschrift Oor, voor het Amerikaanse kunsttijdschrift Artforum, en voor The New Yorker, het tijdschrift waar zijn grote voorbeeld Saul Steinberg jarenlang voor tekende.

"Voor ik op Sint-Lucas terechtkwam, maakte ik mijn strips op ware grootte. Ik tekende heel klein en realistisch, zoals een miniaturist. In Gent leerden de broeders me met grote vlakken te werken, en vrijer. Steinberg was een grote inspiratiebron. Toen diezelfde Steinberg, ook wel bekend als 'de Picasso van de tekenkunst', me jaren later een compliment gaf over een van mijn tekeningen in The New Yorker, was ik dus heel verheugd."

Zijn overzeese succes hield daarmee niet op. In 1982 kreeg Vermeulen de opdracht van Playboy om een tekening te maken voor de zogenaamde 'funny pages'. "Ik tekende een man en een vrouw met ontblote borst bij een auto, en stuurde mijn tekening op. Ik kreeg een brief van Hugh Hefner terug met de boodschap dat mijn tekening 'too much sophisticated' was. Ik mocht iets anders maken, maar ik had werk genoeg. Uiteindelijk is er nooit een tekening gepubliceerd, maar ik ben er wel voor betaald."

Kunst op wielen
Naar aanleiding van de prijs van Design Vlaanderen brengt Ever Meulen het boek Automotiv uit, over zijn liefde voor auto's, bij Oog & Blik/De Bezige Bij. Van zijn indrukwekkende striptekeningen van grote Amerikaanse sleeën uit zijn jeugd, over de Oldsmobile die hij begin jaren 1970 kocht, tot de Nisiov, zijn zelfuitgevonden auto.
"In mijn jeugd floreerde de West-Vlaamse textielindustrie. Was de oogst goed, dan kochten de vlasboeren Amerikaanse wagens om mee te pronken. Ik groeide op langs de baan tussen Kortrijk en Brugge, en zat voortdurend samen met mijn broer voor het raam naar de auto's te kijken. Voetballen interesseerde me niet, tekenen des te meer. Om de plaatjes uit de weekbladen Kuifje en Robbedoes beter te kunnen natekenen kreeg ik van de hoofdonderwijzer een potje Chinese inkt en een profielpen. Aan dat materiaal en aan mijn grote voorbeeld Hergé dank ik wellicht mijn voorliefde voor de klare lijn."

Begin jaren 1970 kocht Vermeulen dus met zijn eerste spaargeld voor vijfduizend frank een Oldsmobile. "Het was een hoop oud ijzer, maar het is mijn levenswerk. Rijden doet hij nog altijd niet, maar de vormgeving is ongelooflijk mooi. Hij staat in mijn 'buitenverblijf' in Anderlecht, af en toe ga ik hem strelen (lacht). Bij elke gelegenheid die ik krijg, smokkel ik hem ook binnen in mijn tekeningen."

Naast auto's houdt Ever Meulen van architectuur en van het leven, de (Brusselse) straten vormen dan ook niet zelden het decor van zijn illustraties. "Op mijn twaalfde maakte ik kennis met de stad tijdens Expo 58, met het Atomium als hoogtepunt. Toch was de stap van het verre West-Vlaanderen naar Brussel, jaren later, gigantisch. Maar toen ik Brussel binnenspoorde, en Kuifje zag pronken op een dak bij het Zuidstation, voelde ik me al snel thuis. Als tekenaar liet ik me verrassen door de boeiende hoogteverschillen in de stad, door haar architectuur en haar monumenten zoals het Atomium. Ook de verrassende kunstwerken van Magritte boeiden me. Die kwinkslag, dat surrealistisch trekje vind je ook in mijn werk terug."

Nieuwe belangstelling
Vijftig jaar later woont Vermeulen nog steeds in Brussel; hij is getrouwd met een echte Brusselse wier vader nog bij Anderlecht speelde. "Het kleine stadje van toen, waar het goedkoop leven was, is niet meer. Het authentieke karakter is grotendeels verdwenen. Op bepaalde plaatsen, zoals in de Noordwijk, is de stad echt vermassacreerd, de mobiliteit is een groot probleem. Ik ben een absolute voorstander van de auto, maar alleen als je kunt rijden. Een radicaler mobiliteitsbeleid is nodig."
Op persoonlijk vlak ziet Vermeulen zijn toekomst op een meer artistiek pad. "Op mijn leeftijd wil ik enkel nog doen wat ik wil. En dus maak ik nu tekeningen op grotere formaten voor het galeriecircuit. Ik merk trouwens een hernieuwde belangstelling voor de tekenkunst in het algemeen. Vroeger had niemand interesse in mijn ontwerptekeningen, nu worden ze geveild bij Sotheby's, of is mijn werk op Brafa te zien bij Galerie Champaka. Onlangs ben ik zelfs beginnen schilderen, in samenwerking met de Argentijnse kunstenaar Antonio Seguí. De vorm mag dan al een beetje verschillen, maar één ding blijft: mijn liefde voor auto's (lacht)."

Traditiegetrouw gaat de uitreiking van de Henry van de Velde Awards gepaard met een tentoonstelling in De Loketten van het Vlaams Parlement. Die luidt meteen de start van het Henry van de Velde-jaar in (Van de Velde zou dit jaar 150 jaar geworden zijn). De expositie loopt tot en met 2 maart. Meer op www.designvlaanderen.be

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook
BRUZZ Magazine
deze week
  • Handelaars zoeken hun weg in nieuwe voetgangerszone
  • Sinardet: 'Niet elke burgerlijst is een echte burgerlijst'
  • Memymom: moeder en dochter stellen hun foto's tentoon
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • Hamlet: to be or not to be aan de Kuiperskaai
  • Any way the wind blows: Tom Barman laat het opnieuw opwaaien
  • Nuits Sonores: Inside Glass Museum's hall of mirrors
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement