Stadsbiografen stellen tentoon in De Markten

© Bart Azare
“Ga de stad in en maak eens een foto zonder camera.” De ‘stadsbiografen’ van Kurt Deruyter en Kristof Vadino krijgen ongebruikelijke impulsen om zichzelf als fotograaf beter te leren kennen. Voor het eerst exposeren ze. De biografie van Brussel krijgt steeds meer nuances.

U  moet ze al gezien hebben. De fotoposters met 'We are so Brussels ' in het straatbeeld, of misschien was u wel een van de gelukkigen die er een aangeboden kreeg op de autoloze zondag.

"Het is ons idee van iets teruggeven aan de stad die ons dagelijks voedt," zegt de initiatiefnemer van Stadsbiografie, Kurt Deruyter: "De expo is een symbolisch moment. Want behalve in De Markten denken we er nu aan ook elders in de stad met uitvalsbasissen te beginnen."
De kiemen van Stadsbiografie liggen bij Deruyters fotoproject Marollen Marolles (2004): "Daarna zag ik mijn buurt zo snel veranderen dat ik me afvroeg hoe relevant mijn werk nog was. Het was toch maar een observatie van één individu, en dan nog van een microkosmos. In heel mijn leven zou ik hoogstens twintig dergelijke projecten kunnen maken. Ook zag ik dat er in Brussel enorm veel gefotografeerd werd, op een heel frisse manier bovendien, maar dat de presentatie beter kon."

"Collega's beroepsfotografen kunnen er behoorlijk over kniezen dat iedereen tegenwoordig fotograaf is, maar je kan dat ook positief bekijken. Beroepsfotografie is eigenlijk een niche, want wat is fotografie anders dan: bewaren? Dank alleen al maar aan vakantiekiekjes! En wat kunnen we met deze geweldige potentie doen? Een stadsbiografie maken! Het zou leuk zijn om over vijftig jaar te kijken wat dit werk, van intussen vijfhonderd fotografen, heeft opgeleverd."

Met de steun van de VGC en De Markten werden de eerste vijftien stadsbiografen begeleid door Deruyter, en omdat ze tegenwoordig met z'n veertigen zijn, sinds dit jaar ook door Kristof Vadino.

"We helpen hen ontdekken welke fotograaf ze zijn, een heel individueel proces, want je foto's tonen je relatie met de wereld. Het is een vrij ambitieus curriculum - ik leg er de pees op - en de lat ligt tamelijk hoog," zegt Deruyter. "Niet qua oordelen, examens zijn er niet, maar je moet wérken. Ik huldig het principe: ik geef en ik neem. Als ik voel dat ik niets terugkrijg, dan kun je beter gaan kantklossen."

Deruyters input berust op drie pijlers: "De stad, waarbij zowel antropologie, architectuur als stadsprojecten zoals het Brusselse Festival Kanal aan bod kunnen komen. Bij fotografiegeschiedenis, die trouwens nauw verwant is met de ontwikkeling van steden, worden minder bekende namen onder het stof vandaan gehaald. Eugène Atget bijvoorbeeld incorporeert alle fotografie die er al is geweest. Het stelt de stadsbiografen in staat om hun eigen werk beter te plaatsen en ook te relativeren: je hoeft niet de laatste Nikon 700D turbo aan te schaffen om goede foto's te maken. Hoe kan je fotograferen als je je als mens niet vormt?"

"De laatste pijler is technische input, heel praktisch en persoonlijk. Sommigen zijn zeer ijverig om te achterhalen welke techniek hun het beste ligt, zodat ze na drie jaar volledig anders zijn gaan fotograferen."

Stadsbiograaf van het eerste uur Bart Azare zag zijn kijk op fotografie verbreden: "Wat je ook ziet bij de oude meesters is dat het eigenlijk allemaal amateurs waren. Het besef dat je geen foto's hoeft te maken die iemand anders goed moet vinden, of die commercieel moeten zijn, is een enorme luxe."

Fysieke databank
"Fotografie gaat over een onderwerp, de fotograaf en degene die ernaar kijkt, dat is het interessante eraan."

Het web vindt Deruyter te beperkend: "Je hebt geen controle over de kwaliteit, want iedere monitor staat anders afgesteld. En omdat de kwaliteit toch niet helemaal tot haar recht komt, gaat ze ook achteruit."

"Trouwens, klikken is een andere ervaring dan bladeren, gáán kijken. Daarom pleit ik eerder voor een fysieke database, zoals een bibliotheek, waar je naartoe moet om de foto's te bekijken. Al is het natuurlijk een en/en-verhaal. We hebben het al over een website gehad, maar het zal waarschijnlijk eerder iets blogachtigs worden." Deruyter pleit voor traag kijken: "Een beeld laat zich niet kennen na één keer kijken."

Fotograferen ziet hij bovendien als een actieve daad van burgerzin: "Ik ben altijd verbaasd over de positieve ingesteldheid van de fotografen."
Onze blik valt op een foto van een man in zijn krantenkiosk. Het bewijs dat de fotograaf ook achter zijn lenzen vandaan komt: "Toen de man overleden was, is de fotograaf als eerbetoon nog heel zijn kiosk gaan volhangen, en zijn kinderen koesteren nu nog die foto."

Op de expo kijk je naar foto's die gegroeid zijn. Je ziet alle subtiliteiten van grijs bij blinde muren, bijna tastbaar bemoste steen, dwars gekadreerde vormen van de stad, een 'le moment décisif '-fotograaf (u herkent hem wel), en veel meer. De foto van een man, gezeten op een bank voor het ontmantelde Rijksadministratief Centrum als voor een kunstwerk, maakt duidelijk: goed dat we fotografen-conservators hebben.

------------------------
De Markten, Oude Graanmarkt 5, 1000 Brussel, tot 10 juli van dinsdag tot zondag, van 12 tot 18 uur, gratis

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook
BRUZZ Magazine
deze week
  • Brandweercommandant Tanguy du Bus de Warnaffe: ‘Wij zijn de boksbal’
  • Kan geuze zonder Zenne? Het microbiologische mirakel van lambiek en geuze verklaard
  • De Lege Doos: het verbod op plastic zakjes
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • Ladj Ly: cineast tussen Cannes en banlieue
  • Aya Nakamura: protest songs for the internet generation
  • Re/defining masculinities: radiographie du "post-mec"
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement