Warm Bad: In het doolhoofd van Hendrik Lasure

© Thomas Geuens

Muziek waar je je in kan onderdompelen: Warm Bad, het nieuwe ensemble rond toetsenist Hendrik Lasure, is er niet alleen in naam voor gemaakt. “Ik wilde een zo intiem mogelijk groot ensemble samenstellen,” verduidelijkt de jonge hond met de gouden vingers die in 2015 Brugge inruilde voor Brussel, en die u – onder andere – ook kan kennen van SCHNTZL, Bombataz, Easy Pieces en Thunderblender. Met die laatste doet hij overigens zijn eigen voorprogramma in Flagey.

“Ik ben het gewend om in duo’s of trio’s te spelen, omdat ik nogal hou van een fragiele, bijna minimalistische sound.” Warm Bad, een septet met maar liefst drie gitaristen, lijkt dan een uitdaging. “Eigenlijk is die bezetting onhandig,” grinnikt Lasure. “Iedereen moet de hele tijd nadenken over zijn plek. Afwachten wat de andere gaat doen om elkaar niet voor de voeten te lopen. Waardoor het toch weer uitgepuurd blijft.”

‘Jonas’, de eerste single van Warm Bads kersverse debuut Garden head, viel op door zijn catchy popsound. “Wat je hoort, zijn alle uithoeken van mijn smaak. Opgenomen zoals een jazzband dat doet: zonder overdubs of click track, helemaal live. Ik wilde een plaat maken die volledig uit mijn brein komt. Dat vind ik knap aan albums als Before and after science van Brian Eno of World of echo van Arthur Russell: het is alsof je hun dagboek zit te lezen en in een parallel universum terechtkomt.”

‘Jonas’ verwijst naar een personage uit Talk show, een theaterstuk van Suze Milius waarvoor Lasure de muziek schreef. Jonas “got rid of all his possessions,” klinkt het. “Hij is iemand die alle ballast overboord gooit,” knikt Lasure. “Hij heeft geen spullen en enkel dezelfde tien witte hemden en jeansbroeken. Zodat hij geen keuzes hoeft te maken. De acteur die hem vertolkt, leeft ook echt zo.” ‘Lucas’ verwijst dan weer naar de Nederlandse schrijfster Marieke Lucas Rijneveld, in wier debuut De avond is ongemak Lasure verdwaalde toen hij zich vorige zomer afzonderde in het conservatorium van Brugge, om er te componeren.

1658 Hendrik Lasure 3

Maar de mooiste song op Garden head is de titeltrack, een wonderlijke wolk jazzfolk die David Crosby uit zijn stonede snor had kunnen schudden. “Ik had eigenlijk de soloplaat van wijlen Mark Hollis in gedachten,” zegt Lasure. “Die is zo spaarzaam en to the point. Weergaloos.” Met ‘Garden head’ wilde Lasure het gevoel verklanken dat je hebt “als je een te warm bad hebt genomen, en je gooit het raam open. Dat is echt waanzinnig.”

Maar wat is een ‘garden head’, eigenlijk? “Dat gaat over iemand, mezelf, met een ‘doolhoofd’. De tuin is voor hem een ontsnapping van al de sociale verplichtingen, stedelijke drukte en chaos rond hem. Een soort mentaal paradijs.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?