Alexia Leysen en Valentijn Dhaenens knippen in Knausgård

In het zes delen tellende Mijn strijd, goed voor 3.500 bestselling bladzijden, gooit de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård zijn leven en zijn innerlijke wereld op tafel. Hoe zouden Valentijn Dhaenens en regisseur Alexia Leysen zo’n populair monument naar de planken brengen? Gewoon niet! “Knaus wordt geen boekadaptatie.”

Alexia Leysen mogen we wel een fan noemen van Knausgård. Recent exposeerde ze in Antwerpen nog The Knausgård/Hasselblad series: een reeks portretten die ze met haar Hasselblad-camera nam van bekende en minder bekende Knausgård-adepten. Wat trok haar zo aan in de gedetailleerde memoires van een wat getormenteerde Noor met een vader die dronk, een vrouw met psychische problemen en een bijzondere interesse voor de jeugd en het strijdboek van Adolf Hitler? “Toen ik zijn boeken begon te lezen, was ik heel erg gefascineerd door de verschillende facetten van het leven die erin aan bod kwamen,” vertelt Alexia Leysen. “Wat betekent het om een mens te zijn in dit universum? Wat is van waarde? Hoe ga je om met de problemen van alledag, maar ook met al je tegenstrijdige verlangens? In zijn boeken fluctueert en golft alles zoals in het leven. Ik herkende daar heel veel in, en merkte dat ook veel andere mensen zich erin herkenden, waardoor ik het gevoel kreeg dat ik met dat rijke materiaal iets kon doen. Dus heb ik een basistekst geschreven waarmee ik naar Valentijn ben gegaan. Omdat hij iemand is waar ik zelf heel graag naar kijk en luister als hij speelt, en omdat hij ook een beetje de weerbarstigheid heeft die Knausgård ook heeft. Tegelijk iets kwetsbaars en iets ruws.”

Valentijn Dhaenens

Dhaenens (1976) studeerde aan het Conservatorium van Antwerpen en is stichtend lid van theatergezelschap SKaGeN. Hij maakte ook naam met de monologen DegrotemonD, DeKleineOorloG en Onbezongen.

Kon jij je vinden in het voorstel, Valentijn?
Valentijn Dhaenens: Ik had nog niets van Knausgård gelezen, maar ik wist wel dat sommige mensen er heel wild van waren. Mijn relatie tot zijn boeken is misschien toch wat anders. Ik vind hem heel fascinerend. Ik herken ook veel in wat hij schrijft. Maar vooral als man en als generatiegenoot schaam ik me ook voor sommige dingen die hij uitspreekt. Omdat ik er een andere mening over heb, of er toch minstens een andere mening over wil hebben. Het is vaak een gevecht. Dan wil ik iets tegen hem inbrengen en zit ik binnensmonds te antwoorden op zijn lange monologen: gast stop nu eens met zagen! Stel u niet aan! Wat is dat nu weer voor een botte uitspraak? Maar dan vraag ik me tegelijk af of dat misschien geen verdedigingsmechanisme is van mezelf. Ik relateer me dus voortdurend aan wat hij schrijft. Er zijn ook mensen die hem saai vinden, maar dat vind ik eigenlijk nooit. Wel aanstellerig en soms ijdel, maar ik voel me altijd betrokken.

 

Alexia Leysen

Leysen (1988) lanceerde ooit de campagne Dagen Zonder Vlees, maar studeerde vooral theater-, film- en literatuurwetenschap in Antwerpen en theaterregie in Maastricht. Samen met actrice Greet Jacobs vormt ze het gezelschap BRUT en maakte ze eerder Mieren slapen nooit (2015) en My life with the tree (2016).

Waar ergerde je je dan vooral aan?
Dhaenens: Ik herken bijvoorbeeld zijn band met zijn kinderen niet. Ik heb ook weleens een dag dat ik me op mijn werk wil concentreren, zodat het stoort dat mijn kind veel aandacht vraagt. Maar als Knausgård met de kinderwagen moet rondlopen terwijl hij eigenlijk zou willen schrijven, dan gaat er in hem een negentiende-eeuwse wildeman tekeer, zoals hij ergens schrijft. Dat heb ik totaal niet en vind ik ook flauw. Ik begrijp wel dat kinderen de illusie stukslaan dat je een niet-burgerlijk leven leidt. En het feit dat je leven zonder je werk heel wat minder betekenis heeft, is ook herkenbaar. Maar ik probeer plezier te vinden in dat burgerlijke leven, ook al weet ik dat het niet volstaat. Voor Knausgård is die dagelijkse zorg voor zijn gezin echter een heel groot anker om zijn nek.
Ik heb me dus ook al een paar keer verwonderd waarom Alexia als meisje van dertig zich zo aangesproken voelt tot die vaak wat macho oergedachten. Dan heeft ze altijd een heel interessant antwoord dat ik maar blijf vergeten. (Lacht)

Is dit een mannenboek van een mannetjesputter?
Alexia Leysen: Ik zie hem gewoon als een mens die uiteenlopende verlangens heeft. Iemand die vrij en ongebonden wil zijn om groots en meeslepend te kunnen leven, maar die ook de stabiliteit en rust wil vinden bij degene waarmee hij kinderen heeft. Iemand die enerzijds ijdel is, gezien wil worden, maar anderzijds twijfelt over zichzelf en zichzelf met de grond gelijkmaakt. In die drieduizend pagina’s laat hij een wervelwind van gedachten aan bod komen. Ik ben dan wel geen vijftigjarige Noor met kinderen, maar ik kan me heel goed inbeelden dat die tegenstrijdigheden ook in mijn leven bestaan. Dat heeft niets te maken met man of vrouw zijn. Als Knausgård twijfelt over zijn mannelijkheid, kan ik dat evengoed betrekken op mezelf en hoe ik gezien wil worden als vrouw.

 

 

Door zijn leven haast ongefilterd de wereld in te sturen, doet Knausgård eigenlijk op een gesofisticeerde manier wat heel veel mensen vandaag doen via sociale media.
Leysen: Dat vind ik een heel aandoenlijke eigenschap van de mens. Dat hij wil laten zien hoe hij leeft en de blik van de andere nodig heeft om zin te geven aan zijn bestaan. Daarin moet je als mens een evenwicht vinden. Als die blik van de andere er niet is, dan ben je een eiland op jezelf. Maar het kan ook te ver gaan als je te afhankelijk bent van de liefde, de bevestiging en de aandacht van de andere. Heel veel mensen worstelen met de vraag in hoeverre ze hun zelfbeeld door een andere laten bepalen.
In het geval van Knausgård heeft zijn mededeelzaamheid ook negatieve consequenties gehad voor de mensen uit zijn omgeving die ook in de boeken ter sprake komen. Dat is de kost van de manier waarop Knausgård de banaliteit van het gewone leven tot iets groots probeert te verheffen. Die zoektocht, het gevoel dat het leven en de werkelijkheid an sich niet genoeg zijn, en dat hij dat met literatuur moet overstijgen, vind ik mooi. Hij doet dat met een roman en wij proberen dat te doen met ons medium, het theater. We zoeken naar de meerwaarde die theater aan dit materiaal kan bieden. Hoe kan je iets doen met een mens die hier en nu voor een publiek staat en de oprechte nood voelt zijn verhaal te vertellen aan een publiek?
 

1657 Knaus 15
Valentijn Dhaenens en zes volumes Knausgård: “Het is niet onze bedoeling om er een samenvatting van te maken”

 

Eigenlijk doet de inhoud van Knausgårds boeken er voor jullie stuk niet te veel toe. Jullie gaan niet de sfeer van de fjorden oproepen of een exposé over Hitler houden.
Leysen: Nee, je moet de boeken dus ook niet gelezen hebben, en misschien moeten we het er hier dan ook niet te veel meer over hebben. Het is niet onze bedoeling om er een samenvatting van te maken. We gaan toch niet kunnen voldoen aan de verwachtingen die lezers hebben bij een theaterbewerking van Mijn strijd. Ik heb Knausgårds tekstmateriaal in eerste instantie door mij heen laten gaan, en gezocht naar de zaken waar ik de meeste affiniteit mee had. Dat gefilterde materiaal heb ik aan Valentijn laten lezen en die is dat ook op zijn manier gaan verwerken en afmeten aan wat hij er al dan niet mee gemeen heeft. Zo creëren we een nieuw personage dat een kruising is tussen Knausgård, Valentijn en Alexia.
Dhaenens: Wat zo goed is aan Knausgård is natuurlijk wel dat alles wat hij vertelt écht is. Hij probeert de filter van schaamte compleet weg te laten. Als hij het over zijn manisch-depressieve vrouw heeft, dan weet iedereen dat het over zijn echte vrouw gaat, en dat hij het haar nog moeilijker maakt door zo over haar te schrijven. Dat is heel heftig. Maar als wij op de scène gewoon Knausgård zouden gaan naspelen, dan is dat natuurlijk niet echt, en zetten we eigenlijk een stapje terug.
We maken dus geen adaptatie voor de fans. Een van de eerste dingen die we gedaan hebben, was alle verwijzingen naar de Scandinavische context weghalen om directer in het hier en nu te zitten. Daarna hebben we ook meer en meer zaken uit het echte leven van Knausgård weggelaten, om nog maar een paar elementen over te houden. Je zou kunnen zeggen dat we in Knausgårds huis mogen wonen, maar daar alles mogen doen wat we willen. Als we de bedden willen verzetten, dan doen we dat. We misbruiken Knausgård een beetje zoals hij zijn eigen leven ‘misbruikt’ heeft voor zijn kunst.
De thema’s komen wel allemaal uit de Knausgård-biotoop en de gevoelens zijn gelijklopend, maar de grootste stukken tekst hebben we zelf geschreven om een personage te creëren dat steunt op elementen uit ons eigen echte leven. Dat geheel vertolk ik in eerder korte impressies, los van chronologie en anekdotiek. Je krijgt brokken uit een leven.
 

Zeker dat het ons dan wel gaat boeien?
Dhaenens: Toneelstukken zonder plot zijn voor mij niet zo’n sprong in het duister, ik heb daar dus heel goede hoop op. De herkenbaarheid zal ervoor zorgen dat je een eigen emotioneel verhaal in je hoofd maakt, daar ben ik redelijk van overtuigd. Er is weinig anekdotische houvast, maar de thema’s die de rode draad vormen in onze levens komen zo mooi bovendrijven dat ze veel mensen zullen aanzetten om ook verder na te nadenken over hun eigen leven.
In de vorm hebben we gezocht naar het hier en nu. Waarschijnlijk zal ik de mensen in de zaal rechtstreeks aanspreken en de realiteit van die specifieke avond en de echtheid van het verhaal voelbaar proberen te maken. Bijvoorbeeld door het ook te hebben over een acteur die op die vrijdagavond misschien liever thuis zou zitten in plaats van daar te staan spelen, zoals Knausgård liever naar de sproeiers in zijn tuin zou willen kijken dan aan een of andere sociale verplichting te voldoen. Door die rechtstreekse vorm zal je niet naar een plaatje van een mensenleven zitten te kijken.
Leysen: Ik kan daar nog aan toevoegen dat Valentijn dat zo tot leven weet te brengen dat een publiek daar niet afzijdig van zal blijven. Hij smijt er zijn hele lijf en ziel in.

Knausgårds werk is trouwens ook fragmentarisch en moet het niet hebben van de grootse compositie.
Leysen: Inderdaad, daar ligt zeker nog een parallel met het stuk. Knausgård heeft op een bepaald moment de nood gevoeld en de vrijheid genomen om het te laten stromen. Er vertrekt een trein van woorden waar je in meegetrokken wordt, en er passeert van alles dat niet duidelijk in mooie hoofdstukjes gestructureerd wordt. De associaties gaan van hele kleine dingen naar de hele grote thema’s. Die beweging van het kleine alledaagse naar de grote vragen van de mens die als klein puntje in het universum op zoek is naar zingeving, naar iets van waarde in dit heelal, bepaalt ook onze scenografie. Het is niet de bedoeling om in het decor ook nog eens de alledaagsheid te tonen.

Karl Ove Knausgård

Knausgård (1968) is een Noorse schrijver die na een paar romans en een writer’s block besloot zijn leven en dat van zijn naasten neer te schrijven in de zesdelige romancyclus Mijn strijd. Het boek baarde opzien door de verwijzing naar Hitler, de meedogenloosheid waarmee Knausgård zichzelf en zijn familie en vrienden portretteert, de gedetailleerdheid van de herinneringen en de afwisseling tussen esthetische en filosofische bespiegelingen en de neerslag van alle banaliteiten in een mensenleven.

> Knaus. 16 & 17/4, 20.30, KVS BOX

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?