Aminata Demba en Nganji Mutiri over Luk Percevals Black

© Ivan Put

Na achttien jaar in Duitsland komt theatercoryfee Luk Perceval onzacht terug thuis met de tricolore trilogie The sorrows of Belgium, over de kopzorgen van België. De eerste aflevering, Black, staat voor de zwarte bladzijden die België schreef in Congo. Maar hoe werkt dat, als een witte regisseur een zwart onderwerp aanpakt? Acteurs Aminata Demba en Nganji Mutiri vertellen hoe zij in het maakproces stonden.

Het is duidelijk geen evident project waaraan Luk Perceval en NTGent zich wagen: Black. The Sorrows of Belgium I: Congo. Enerzijds zijn België en de Belgo-Belgen nog lang niet klaar met hun koloniale verleden. Anderzijds dreigen in het schoorvoetende dekolonisatieproces voortdurend valkuilen, zoals de bestendiging van het witte privilege om het perspectief te bepalen en de zwarte te instrumentaliseren in een veilig excuusverhaal. Aminata Demba en Nganji Mutiri zijn niet zonder nadenken in het project gestapt en hebben samen met de twee andere zwarte acteurs, de vier witte acteurs en de witte regisseur hun best gedaan om het hart van het zwarte continent niet andermaal te breken.

 

Jullie spelen mee in een stuk over de kolonisatie van Congo, maar dan van een witte regisseur voor een grotendeels wit publiek. Wat voor consequenties heeft dat?
Nganji Mutiri: Elke kunstenaar mag doen wat hij wil. Alleen hoop ik dat hij dan zijn huiswerk maakt. Mij interesseren de labels ‘witte kunst’ of ‘black art’ weinig. Dat gezegd zijnde is Black inderdaad een stuk met een hoofdzakelijk wit perspectief voor een hoofdzakelijk wit publiek. De fragmenten van William Henry Sheppard bieden niet het lokale Afrikaanse perspectief, want hij was een Afro-Amerikaan. De Angelsaksische culturele hegemonie speelt een rol. Dat zie je ook aan de Engelse titel. Het waren Luk Percevals idee, opzet en visie, en ik vertrouwde zijn aanpak, maar ik zou zelf eerder mijn inspiratie halen bij bijvoorbeeld Paul Panda Farnana, de eerste Congolees die hogere studies deed in België, of Décoloniser l’esprit uit 1986 van de Keniaan Ngugi wa Thiong’o.
Aminata Demba: De regisseur hakt de knopen door, maar wij hebben als collectief veel gedebatteerd over de thematiek, de aanpak en de stemmen. Uiteindelijk zijn daar veel westerse stemmen bij, gericht op een doorsnee Vlaams theaterpubliek. Als zwarte acteur wil je natuurlijk meer vertellen over het Congolese perspectief. Ook al is Nganji de enige die in Congo is opgegroeid – ik ben Belgisch-Malinees, Andie Dushime Belgisch-Rwandees en Yolanda Mpelé Frans met Kameroense roots. Maar de invalshoek was hier van begin af aan William Henry Sheppard, een westerse stem. Met alleen acteurs uit Congo zou het stuk er helemaal anders uit hebben gezien. Voor zwarte kijkers is de kijkervaring ook anders. Voor hen is vooral het einde belangrijk.
 

Aminata Demba & Nganji Mutiri
© Ivan Put
| Aminata Demba & Nganji Mutiri hebben lak aan labels als 'witte kunst' of 'black art'

 

Terwijl sommige witte kijkers het einde, waarin de acteurs zich tot het publiek richten, dan weer moraliserend vinden.
Demba: Dat is wat we soms horen. Dat het dan een wat prekerige, drammerige vingerwijzing wordt. Voor mij is het een sterk teken dat een regisseur ervoor kiest om zwarte acteurs op de voorgrond te plaatsen en hen te laten zeggen wat ze te zeggen hebben, terwijl het publiek in hun ogen kijkt. Wat ze zeggen, gaat over hoe het koloniale verleden tot de dag van vandaag in stand is gehouden. Ik denk dat de negatieve perceptie daarvan ook te maken kan hebben met bestaande ideeën over ‘goed theater’. Er bestaat een consensus dat moraliseren slecht theater is. Perceval is zich daarvan bewust en wil de kijkers er toch mee confronteren. In de hoop dat ze zich de vraag stellen waarom het voor hen toch zo storend is om gewoon naar personages te kijken die voor één keer eisen dat er echt naar hen wordt geluisterd.

Die personages doen dat bovendien nadat ze ook heel wat gereproduceerd racisme hebben ondergaan. Hoe verteer je dat?
Demba: Dat was vooral tijdens de repetities niet aangenaam. Omdat het als zwarte acteur of actrice niet leuk is om zo vaak opnieuw hetzelfde te moeten belichamen – situaties van racisme of slavernij. Omdat we ons afvroegen waarom we dat racisme nog maar eens zo uitgesproken zouden moeten herhalen. Maar Luk wilde het publiek met zijn ingebakken vooroordelen confronteren. En nu we het stuk aan het spelen zijn, is het inderdaad frappant hoeveel mensen nog steeds om die representatie van racisme en kolonialisme moeten lachen. Dat zegt veel over onze maatschappij. Dat een zwarte vrouw de horror ondergaat van de hebzucht en slechtheid die hele culturen heeft vernietigd, wordt snel vergeten omdat Peter Seynaeve daar ‘grappige’ dingen staat te doen.
Mutiri: De rollen zijn een uitdaging. Mijn personage zegt in het begin niet zoveel, maar naar het einde toe heeft hij drie monologen. Dat helpt om de weerzinwekkende dingen die vooraf gezegd en getoond worden te verdragen. Luk heeft ons zelf tekstbijdragen laten leveren waaruit een selectie is gemaakt. Na het provocatieve eerste deel slaat de stemming om.
 

1660 The Sorrow of Belgium
© Ivan Put

Ik kan me wel voorstellen dat jullie geen artiest zijn geworden om je te moeten bezighouden met het uit de wereld helpen van racisme.
Demba: Inderdaad. Ik speel geen theater om mensen op te voeden. Maar net in het theater word je het meest geconfronteerd met hardnekkige vooroordelen.
Mutiri: Als je mensen van gedacht wilt doen veranderen, word je zelf gek. Nu wil ik vooral verhalen vertellen. Tonen dat wij allemaal mensen zijn en ook mezelf opvoeden waar ik tekortschiet. Ik probeer altijd van het particuliere naar het universele te gaan, en te herhalen dat ik een mens ben eerder dan een zwarte.

Welke zaken heb je zelf willen meegeven?
Mutiri: De neiging om de geschiedenis pas te laten beginnen op het moment dat de witte man iets ontdekt. De Congolese geschiedenis begint niet bij Livingstone. Ik heb het in mijn tekst ook over de ivoren toren waarin de naties die gekoloniseerd hebben zich terugtrekken om de discussie over excuses, en zeker over retributies, te ontlopen. Terwijl de privileges waar ze van genieten en die voor ongelijkheid zorgen in de wereld nog altijd een gevolg zijn van de onrechtvaardigheden toen en nu.
Demba: Als ik twee zinnen uit mijn tekst moet pikken, is de eerste: “Home is where the hatred is.” Ik ben hier geboren en Antwerpen is mijn thuis. Het is heel raar om zelf te vinden dat je ergens thuishoort, en toch te voelen dat je dat voor een ander niet doet. Er is altijd weer een moment waarop ik besef dat mensen anders naar mij kijken omdat ik zwart ben, en info die niets met mij te maken heeft op mij projecteren. Ik vind het frappant en vermoeiend dat ik dat hier nog altijd moet rechttrekken. Zelfs als actrice zijn de rollen waarin men mij cast beperkt. De tweede zin – “Do you really see me?” – is een antwoord op dat gevoel. Ben je in staat om mij te zien zoals ik ben... en alles wat ik kan belichamen als speelster, buiten de clichés om? Ik blijf ervoor vechten.

>Luk Perceval/NTGent: Black. The Sorrows of Belgium I: Congo. 9/5, 20.00, KVS BOL

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?