Judith Vindevogel: 'Theater maak je samen'

© Saskia Vanderstichele

Judith Vindevogel, artistiek leider van muziektheater WALPURGIS, creëert samen met de musicalopleiding van het Brusselse conservatorium en componist Peter Spaepen de voorstelling Smash him and bash him. De roman Wij, de verdronkenen van de Deen Carsten Jensen lag aan de basis.

Wij, de verdronkenen is een ode aan het Deense havenstadje Marstal, dat in 1851 overal ter wereld gekend was om zijn kwaliteitsvolle schepen en de moed en de vakkundigheid van zijn zeevaarders. In Smash him and bash him puren Judith Vindevogel en twaalf studenten van de derde en vierde bachelor musical uit het epos een tiental scènes die het leven aan wal belichten, verteld vanuit het oogpunt van de kleine maar kleurrijke zeevaardersgemeenschap. Als een Grieks koor doorkruisen, reconstrueren en becommentariëren zij een zee van tijd en ruimte.

Voor de musicalstudenten en de muziektheaterregisseur is het een even groot avontuur.
Judith Vindevogel: Een paar jaar geleden heb ik WALPURGIS voorgesteld aan enkele conservatoria. Toen Lulu Aertgeerts hier afdelingshoofd van de musicalafdeling werd, is de zin gegroeid om samen te werken. Zij is naar Prinses Turandot (de sprookjesopera die WALPURGIS maakte in coproductie met HETPALEIS, mb) komen kijken en ik heb alle producties van de studenten waarmee ik nu aan het werk ben gezien. Ik voelde bij haar een grote openheid, en ik ben zelf ook wel in musical geïnteresseerd, hoewel het mijn vak niet echt is.

Wat spreekt je er dan wel in aan?
Vindevogel: Het is muziektheater. En er is veel goed musicalrepertoire. Neem West Side story. Dat gaat ergens over. Het is goed theater met goede muziek, waarbij het rationele en emotionele goed in balans zijn. Ik ben enorm verrast door de studenten. Door hun energie, goesting en nieuwsgierigheid, maar ook door wat ze allemaal kunnen. Dat had ik al gezien toen ik hen bezig zag in Muurvast, een musical die ze helemaal zelf hadden geschreven. Nu merk ik ook hoe snel ze bijvoorbeeld hun partituren kennen – terwijl die toch behoorlijk complex zijn.

Toch wordt Smash him and bash him geen musical.
Vindevogel: Het is wellicht een iets andere vorm van muziektheater. Het kan ook voor de studenten interessant zijn hun horizon te verbreden. Met WALPURGIS bereid ik een groot project voor dat gebaseerd is op de bestseller Wij, de verdronkenen van de Deense auteur Carsten Jensen. We zijn hem al gaan bezoeken, hij is enthousiast, en we hebben toestemming gekregen om het boek te bewerken. Het is de bedoeling dat dat tegen 2017 een locatieproject wordt dat we in verschillende internationale havens kunnen spelen – misschien wel in Marstal zelf. Zeevaarders waren eigenlijk de eerste globalisten. Ze reisden de hele wereld rond en brachten veel verhalen mee naar huis. Behalve over die verhalen gaat het boek ook over het belang van de solidariteit binnen een gemeenschap. Het geeft een kijk op de wereld die ik boeiend vind. En het laat tegelijkertijd ook zien hoe theater werkt. Theater maak je samen en net als de zeevaarders weten wij nooit helemaal zeker waar we uiteindelijk gaan uitkomen.

Dus deze productie met de studenten is meteen een voorstudie van dat grote project?
Vindevogel: Het leek me interessant om met hen het materiaal al eens te exploreren, zodat we tegelijk dramaturgisch en pedagogisch bezig kunnen zijn. Het boek omvat wel een volledige eeuw, dus het is onbegonnen werk om dat op twintig repetitiedagen helemaal te behandelen. Het is ook een boek met veel mannelijke personages, terwijl deze groep voor de helft uit vrouwelijke studenten bestaat. Ons verhaal speelt zich dus meer af bij de achterblijvers aan land dan op zee. We focussen op Albert, de figuur die je in het boek van zijn kindertijd tot zijn oude dag volgt en die zo drie generaties overspant. De voorstelling is opgebouwd rond een tiental scènes en liederen. Er wordt zelfs in gedanst. Zo zitten we toch even tegen de codes van musical aan.

Een hele kluif zo te horen.
Vindevogel: Het proces is dan ook belangrijk. Omdat een school vaak resultaatgericht werkt, zijn de studenten dat wat minder gewoon, maar we spreken veel over het hoe en waarom. Musicalstudenten zijn geneigd iets instrumenteler te denken en zich in te leven in een vast personage en een welomlijnde rol. Terwijl ik hen uitdaag om het materiaal in zijn geheel naar zich toe te trekken en 'in en uit' hun rol te stappen. We zoeken een heel transparante, natuurlijke manier van spelen.

De muziekcomposities zijn van Brusselaar Peter Spaepen.
Vindevogel: Ik had al een paar theatervoorstellingen gezien waar hij de koormuziek voor componeerde – zoals de Oresteia van de Roovers – en vorig jaar was hij te gast op ons FENIKS FESTIVAL. Peters muziek heeft een theatrale kracht en hij denkt ook dramaturgisch. Hij heeft het boek van Jensen meteen in drie talen gekocht om de muzikale waarde van de taal te exploreren. Zo componeert hij zelfs een stukje met Deense tekst. Bijzonder aan het boek is dat het hoofdzakelijk vanuit een wij-perspectief wordt verteld. Dat deed mij denken aan een Grieks koor dat de vertelling doet, maar ook commentaar levert. Het is een gemeenschap die een teloorgegaan verleden reconstrueert en een monument opricht voor de doden, die af en toe ook nog eens hun stem laten horen.
 

Smash him and bash him

data: 4 > 13/6

waar: Nijverheidskaai 170, Blok/Bloc C, Anderlecht

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

BRUZZ Magazine
deze week
  • Niet enkel jongeren blijven feesten tijdens corona
  • Minister Clerfayt: 'Het zal twee jaar duren voor de arbeidsmarkt hersteld is'
  • Big City: Wat blijft er over van de wereldtentoonstellingen in Brussel voor Expo 58?
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • Melat Gebeyaw Nigussie leidt de Beursschouwburg: 'Ik ben tegelijk insider én outsider'
  • Ruby Gallery: a new beacon in the canal zone
  • Liesa Van der Aa: 'Ik word agressief van yoga'
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement