© UCL | Gérald Ledent
Kort gesprek

Architect Gérald Ledent: ‘Brusselse woningbouw is poëtische chaos’

Bettina Hubo
24/02/2023

Zopas verscheen Brussels Housing, een lijvig boek over de Brusselse woningbouw door de geschiedenis. “Brusselaars hebben hun huis altijd willen personaliseren,” zegt architect Gérald Ledent, die het boek schreef samen met Alessandro Porotto. Beiden zijn verbonden aan de faculteit architectuur van de UCLouvain (Sint-Gillis).

Typisch voor Brussel is het rijhuis, schrijft u.
Gérald Ledent: Het rijhuis, met zijn drie kamers en suite, is het DNA van de stad. Een derde van de Brusselse woningen zijn rijwoningen, het gewest telt er 180.000. Ze werden vanaf 1870 in grote serie gebouwd. Ook in steden als Londen en Amsterdam heb je heel veel rijhuizen, maar die zijn allemaal identiek. In Brussel is de plattegrond van de meeste rijhuizen dezelfde, maar de gevels zijn heel verschillend omdat iedere bouwheer zijn woning wilde personaliseren.

Hoe is de woningbouw in Brussel door de jaren heen geëvolueerd?
Ledent:
De belangrijkste evolutie is die van individuele huizen naar collectieve woningbouw. Iets wat voor de Brusselaars, zoals voor alle Belgen, niet simpel was om te aanvaarden. De droom van de Belg is een eigen (rij)huis.
Eind 19e eeuw verrezen de eerste collectieve gebouwen voor sociale huisvesting. Dat was goedkoper, want je kon meer woningen maken op dezelfde oppervlakte.
De bourgeoisie zag het collectieve wonen aanvankelijk niet zitten en ging pas overstag na WOI, toen ze het moeilijker kreeg om het huispersoneel te betalen. Het werd dan wel meteen groots, luxueus en met een lift, zoals de Résidence Palace waar de bewoners een theater, tennisbaan en zwembad deelden.

"Brusselaars trekken zich niet veel aan van het aanzicht van de stad, men is geïnteresseerd in hoe zijn eigen huis eruitziet"

Gérald Ledent, architect

Als je vandaag door het Brusselse centrum loopt zie je een mengelmoes van bouwstijlen. Een zootje volgens sommigen.
Ledent:
Ik noem het een poëtische chaos. Brussel is een collage van stijlen en periodes. Doordat er bij onze stedenbouwkundige regels altijd ruimte is voor interpretatie, gebeurt het dat je in het stadscentrum een pand uit de 18e eeuw ziet geflankeerd door een modernistisch flatgebouw dat er vijf verdiepingen bovenuit steekt. Dat is ondenkbaar in Parijs of Amsterdam, waar het collectieve gevoel voor esthetiek groter is dan het belang van de individuele keuze. Parijzenaars zijn trots dat al die Haussmann-gebouwen het beeld van de stad bepalen, Brusselaars trekken zich niet veel aan van het aanzicht van de stad, men is geïnteresseerd in hoe zijn eigen huis eruitziet.
De grote diversiteit aan woningtypes maakt Brussel wel levend, het centrum is geen museum. In Parijs krijg je soms de indruk dat de stad in de 19e eeuw gestopt is met zich te ontwikkelen.

Brussels Housing, Atlas of Residential Building Types, door Gérald Ledent en Alessandro Porotto, uitgegeven bij Birkhäuser

1834_Q&A_Gérald Ledent_Brussels Houses_Atlas of Residential Building Types_Boek_(c)_UCL
© Birkhäuser

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie