N-VA wil thuistaal scholieren laten onderzoeken

© tvbrussel
| Plenaire van de Raad van de VGC

Het felle debat van enkele weken geleden over het gebrek aan plaatsen in het Brussels Nederlandstalig onderwijs is vrijdag verdergezet in de plenaire vergadering van de VGC. Zoals aangekondigd diende N-VA een motie in, met de vraag het aandeel voorrangsplaatsen te verhogen, maar ook een onderzoek naar de thuistaal. Want “vandaag vallen zelfs kinderen die thuis Nederlands praten gewoon uit de boot” aldus Liesbet Dhaene (N-VA). De motie werd weggestemd.

De motie volgt op de zeer emotionele plenaire van 23 maart jl. waarbij Bruno De Lille (Groen) raadslid Liesbet Dhaene (N-VA), en bij uitbreiding de hele N-VA-fractie, uitmaakte voor “een bende zwarte racisten”.

En zoals dat wel vaker gebeurt met debatten over het onderwijs ging het er nu ook weer héél emotioneel, lees bij momenten venijnig, aan toe.

Segregatie en 'maffioze praktijken'

Naast de verhoging van de voorrangsplaatsen vraagt N-VA ook nog na te gaan hoeveel gezinnen uit de voorrangsgroep nu ook thuis effectief Nederlands spreken.

De redenering van de N-VA is dat, elke anderstalige via het Huis van het Nederlands en Selor aan een taalattest Nederlands kan komen, na een test weliswaar. Zo’n taalattest is voldoende om tot de voorrangsgroep te behoren. Maar dat garandeert natuurlijk niet dat er dan ook thuis Nederlands wordt gesproken, of dat het kind later als het volwassen is, als Nederlandstalige door het leven zal gaan.

Voor Khadija Zamouri (Open VLD) zal de verhoging van de voorrangsplaatsen leiden tot “segregatie”, het is een vraag met een “racistische ondertoon”, aldus Zamouri. Het onderzoek naar de thuistaal omschrijft ze dan weer als “maffioze praktijken”.

Ook SP.A is van oordeel dat dit zal leiden tot apartheid en discriminatie “en dat kunnen wij niet onderschrijven”, aldus nog Jef Van Damme. Bovendien, stelt de SP.A-politicus, “kun je het niet maken dat kinderen die negen jaar in het Nederlandstalig kleuter- en lager onderwijs hebben gezeten plots geen plaats meer hebben in het Nederlandstalig secundair."

Bruno De Lille (Groen), die toegeeft dat hij het lastig heeft om rustig te blijven in dit debat, vindt nog altijd dat niet de voorrangsplaatsen moeten worden opgetrokken, maar dat er gewoon meer moet geïnvesteerd worden in capaciteitsuitbreiding. De Lille vindt dan ook dat er vanuit Vlaanderen te weinig middelen komen om de capaciteit uit te breiden.

CD&V: 'Capaciteitsuitbreiding crucialer'

CD&V begrijpt bij monde van raadslid Paul Delva de beweegredenen van de motie. De verhoging van het aantal voorrangsplaatsen is voor zijn partij bespreekbaar. Een gesprek met het LOP, dat dat aantal kan optrekken, is nodig. “Maar cruciaal blijft de capaciteitsuitbreiding”, zegt Paul Delva. De motie steunen is daarom niet aan de orde.

Bij de stemming van de motie stond de N-VA, met haar 3 ja-stemmen,  helemaal alleen.

Vlaams Belang had in de loop van de vorige week ook een motie ingediend waarin werd gevraagd om het GOK-decreet af te schaffen. Dat decreet regelt die voorrangsregels in het Nederlandstalig onderwijs. Dominiek Lootens-Stael was vrijdag echter afwezig wegens ziekte en had de voorzitter van de Raad, Carla Dejonghe (Open VLD), gevraagd zijn motie in te trekken.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook