Oekraïners in transitcentrum Ariane zijn wanhoop nabij: 'Ik ben voor de gek gehouden'

© JB
| Anzori en zijn zoon Luka

Voor een groot deel van de 700 bewoners van het Ariane-centrum in Sint-Lambrechts-Woluwe krijgt hun noodopvang stilaan de allure van een lijdensweg. Sommigen slapen er al maandenlang zonder uitzicht op tijdelijk onderdak en de sociale voordelen die daarmee gepaard gaan. “Ik begrijp er niets van.”

Terwijl een moeder en haar huppelend kindje op de Arianelaan richting een witte taxi snellen om koers te zetten naar een gastgezin, is het drummen aan het onthaal van het Ariane-centrum.

Ruim zes maanden na de start van de oorlog in Oekraïne komen er nog steeds vluchtelingen binnendruppelen aan de gewezen kantoorgebouwen. Ondertussen vragen mensen die al langer in de Arianelaan verblijven aan medewerkers van het Rode Kruis naar de status van hun accomodatieaanvraag.

Krappe kamertjes

Het transitcentrum is de voorbije maanden getransformeerd in opvangcentrum, al is het daar eigenlijk niet op voorzien. Door het krimpend aanbod aan geschikte opvangplekken moeten vluchtelingen uit Oekraïne geen twee of drie, maar soms zestig tot zelfs negentig nachten doorbrengen in de krappe kamertjes van het centrum vooraleer ze doorgestuurd kunnen worden naar tijdelijk onderdak bij een gastgezin of in een van de gemeentelijke of regionale huisvestingsinitiatieven.

Maar Fedasil, dat instaat voor de matching tussen gastgezinnen en vluchtelingen, beschikt slechts over een beperkt aantal plekken. “Wij kijken of de plaatsen die de gewesten en de gemeenten doorgeven, overeenkomen met de noden”, klinkt het bij woordvoerster Lies Gilis. Maar terwijl het aantal opvangplaatsen in België slinkt, blijft de bezetting in het centrum hoog. Het bewonersaantal ligt momenteel op zo’n 700. In augustus telde het centrum 600 aanmeldingen tegenover 700 mensen die er uitcheckten.

Anzori (57) en zijn zoon Luka (16) behoren niet tot die gelukkigen. Ze kennen de gangen van Ariane intussen als hun broekzak. De voormalige politieagent met Oekraïense nationaliteit leefde in Oekraïne en Georgië – hij vluchtte in de jaren negentig voor de Armeense genocide – maar woonde tijdens de inval van Rusland op de Krim, het schiereiland dat hij na de eerste aanvallen eind februari inruilde voor Kiev. Van daaruit trok hij in april naar ons land.

“Ik heb hier al vrij snel onderdak kunnen vinden, in Brugge. Dat was een opluchting, maar ik wou mijn zoon ook naar hier halen. Gelukkig kreeg ik de garantie dat het mogelijk was om hem te gaan halen, zolang ik maar binnen de maand terug was. Dat is gelukt.”

Wanneer Anzori na een lange tocht terug in Brugge staat, met Luka aan zijn zijde, blijkt het niet langer mogelijk om in zijn tijdelijke huisvestingsplek te wonen. “Ik ben voor de gek gehouden”, zegt hij. “Er zat niets anders op dan terug te keren naar Ariane.” Daar zitten vader en zoon al ongeveer drie maanden vast.

Ariane-centrum
© JB

Club Brugge

Ondertussen geven de twee de hoop niet op. Anzori hoopt hier een voetbalcarrière te kunnen uitbouwen voor zijn zoon, een veelbelovende aanvaller. Dat lijkt alvast aardig te lukken: in een zoektocht naar een voetbalploeg kwam de trotse vader via via in contact met iemand die goede connecties heeft bij Club Brugge.

Ondertussen is Luka van start kunnen gaan in een van de jeugdploegen van de landskampioen. Op weekdagen meetrainen is niet mogelijk, maar voor wedstrijden zakt de tiener, die posters van Cristiano Ronaldo op zijn kamer had hangen, af naar Brugge.

“Ik probeer zoveel mogelijk te trainen, gewoon met mijn bal op straat of op voetbalveldjes in de buurt. Maar het leven hier is niet goed”, vertelt Luka. “Het eten valt tegen, de internetverbinding laat het vaak afweten, ...- dit is gewoon een slechte situatie voor iedereen. Ik had toch wel gedacht dat België – het hart van de Europese Unie – meer kansen zou bieden. Mijn vader wil zich uiteindelijk hier settelen, hij wil mijn zus, broer en moeder ook naar hier brengen, maar ik weet het nog niet zeker.”

De vastberadenheid van Anzori is veelzeggend, net omdat zijn weg in België allesbehalve over rozen gaat. “Onlangs zat ik op een trein tussen Brugge en Brussel, maar ik had geen geld meer voor een treinticket. De conducteur geloofde er niets van. ‘Je bent al drie maanden hier, je moet toch al wat centen hebben?’ Ik heb een boete van 140 euro gekregen, terwijl ik als diabeticus geld nodig heb om mijn medicatie te betalen.”

Avtandil
© JB

Oorlogsgevangene

Ook voor de 63-jarige Avtandil verloopt zijn verblijf in België niet zoals verhoopt. Hij slaapt, eet en doucht intussen bijna drie maanden in Ariane. Veel meer is er niet te doen, zegt hij. “Sit and wait.”

De Oekraïner uit Charkov was na de inval van de Russen anderhalve maand lang oorlogsgevangene. “We zaten met acht man in een kleine kelder waar de temperatuur twintig graden onder nul lag.”

De ex-taxichauffeur ging al bij de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe aankloppen in zijn zoektocht naar een verblijfskaart A. Daar botste hij op een njet, net omdat Avtandil nog niet over een tijdelijk adres beschikt.

“Ik begrijp er niets van, want alleenstaande mannen die na mij hier zijn aangekomen, hebben al een opvangplek of zelfs een job gevonden. Ondertussen vertellen ze mij al wekenlang dat ze met mijn dossier bezig zijn, maar er gebeurt niets.”

Winter

Terwijl de sleur eindeloos lijkt te worden voor veel bewoners, zijn er ook mensen die het heft in eigen handen nemen. Zo organiseert bewoonster Alena lessen Nederlands, hoewel de Oekraïense onze taal zelf niet machtig is. Het resultaat: Google Translate-lessen op kindermaat.

Maar niet iedereen weet de tijd even effectief te doden. Ook de 60-jarige Samvel en zijn 53-jarige echtgenote Narine zien voorlopig nog geen licht aan het einde van de tunnel. Ze leven al sinds midden juni in Sint-Lambrechts-Woluwe.

“Ik ben al vijftien jaar blind”, vertelt Samvel. “Ik heb medische check-ups nodig en toen ik uit wanhoop zelf op zoek ben gegaan naar huisvesting moest ik over werk beschikken en een waarborg op tafel kunnen leggen. Dat is niet mogelijk.”

Ondertussen staat de winter voor de deur en hopen de vluchtelingen op beterschap. “We hebben geld nodig om kleren te kopen. ’s Ochtends snak ik naar frisse lucht, maar ik ben lichtgepakt uit Oekraïne vertrokken en ik krijg het snel koud tijdens wandelingen buiten. Gelukkig rook ik niet meer, want de mannen die dat hier wel doen, moeten met z’n drieën één sigaret delen.”

Het Rode Kruis-Vlaanderen, dat met een 80-tal medewerkers instaat voor het reilen en zeilen in Ariane, onderzoekt pistes voor financiële steun aan bewoners. Ondertussen geeft ook Vlaanderen aan dat het de nooddorpen in Antwerpen en Mechelen wil uitbreiden, aldus Olivier Van Raemdonck, woordvoerder van Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA).

Samvel en Narine
© JB

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?