Tien minuten circus in een leeg RWDM-stadion: 'Hopelijk nooit meer'

Kevin Van den Panhuyzen
© BRUZZ
24/01/2024
Updated: 24/01/2024 19.10u

Drie dagen na de eerste 85 minuten is er niets meer van betekenis gebeurd in de laatste tien minuten van RWDM-Eupen. Na wangedrag van enkele thuissupporters werd de wedstrijd uitgespeeld in een leeg stadion. "Het was tien minuten circus," zei de coach van Eupen na afloop. "In de dertig jaar dat ik in het voetbal zit heb ik dit nog nooit meegemaakt," zei ook RWDM-trainer Caçapa.

Het is tien na twee, een klein uur voor de aftrap van de kortste wedstrijd in de Belgische voetbalgeschiedenis. Op de Molenbeekse Mettewielaan verraadt niets dat het matchday is. Voor een normale thuis- of uitwedstrijd troepen normaal honderden fans samen voor stamcafés Gusto en Le Stade, maar er is zo goed als niemand. In de Zeeman en Wibra iets verderop zit meer volk. Alleen de zeven spotters van de politie die klaarstaan op de hoek van de drukke laan en de Charles Malisstraat verraden dat er iets op til is, al zullen ze geen hooligan te zien krijgen.

De fans zijn niet welkom in het Edmond Machtensstadion en blijven dan ook weg, nadat enkelingen zondagavond vuurwerkbommetjes op het veld hadden gegooid in de slotfase van RWDM-Eupen. Het stond toen 0-1, met nog vijf minuten te gaan wanneer scheidsrechter Nathan Verboomen besloot om af te fluiten. Hij zou normaal vanavond de bekerwedstrijd fluiten in Leuven, maar moest toch maar naar Molenbeek komen, net als de spelers en staff van Eupen, 150 kilometer verder.

"Hier is veel organisatie voor nodig geweest. We hebben ook onze geblesseerde spelers moeten meenemen en het is niet alsof wij zes of zeven fysiotherapeuten hebben," zal de Duitse coach van Eupen Florian Kohfeldt na afloop zeggen. "Niemand begreep de beslissing, maar dat is nu eenmaal het reglement."

Minder stewards, meer journalisten

Nog een halfuur te gaan voor de aftrap om 15 uur. Waar je in de Charles Malisstraat anders al het gebulder en gezang vanop een afstand hoort, is het akelig stil. Twee stewards controleren of de toegangspoort tot tribune L'Ecluse - daar vatten de RWDM-ultra's post - wel degelijk dicht is. "Normaal zijn we met ongeveer 36 stewards, maar vandaag zijn we maar met 12," zegt een van hen. "Aangezien de wedstrijd zondag twintig minuten heeft stilgelegen hopen we op twintig minuten blessuretijd, anders was het voor niets."

In de Raymond Goethals-tribune is er wel wat meer activiteit, want naast de staff van de twee clubs zijn er wel wat journalisten komen opdagen voor deze onnodige spookwedstrijd, ook perslui die anders weinig met voetbal te maken krijgen. Zo'n surrealistische scene krijgen we gelukkig niet al te vaak te zien in het Belgische voetbal. "Tegenover zondag zijn er vijftien extra journalisten geaccrediteerd," weet RWDM-woordvoerder Damien Bytebier.

Terwijl de twee spelersgroepen voor een bedroefde RWDM-mascotte Foxy staan op te warmen, maken ook de cameramensen van rechtenhouder Eleven/Dazn zich klaar. Vijf minuten reglementaire speeltijd of niet, the match will be televised, ook al hangt daar een prijskaartje aan vast van een slordige 20.000 euro.

Tien minuten voetbal

Nog vijf minuten voor de aftrap, of liever spelhervatting. Het veld loopt leeg en het is nu helemaal stil. De niet speelgerechtigde spelers nemen plaats in de tribune en even later staan ook de elftallen klaar in de tunnel, met referee Verboomen voorop. "Gaan we nu eerst de hymne van de Pro League spelen?," vraagt hij, terwijl een handvol journalisten het bizarre gebeuren filmt met de gsm.

De wedstrijdbal ligt klaar op de plek waar ie zondagavond om 21.22 uur is blijven liggen. "Nog dertig seconden," horen we Verboomen zeggen voor het potje voetbal van start gaat. Elke baltoets, elke gil van spelers en trainers horen we luid en duidelijk. "Putain, quelle klette," langs RWDM-kant wanneer een Eupen-speler een Molenbekenaar doet vallen. Of hoe RWDM-keeper Théo Defourny de seconden luidop telt - un, deux, trois, quatre enzoverder tot een seconde of twaalf - wanneer zijn tegenstander Slonina tijd probeert te rekken. Hij had er eerder al geel voor gekregen, maar het maakt allemaal niet veel uit.

Met vijf minuten extra time is RWDM-Eupen na een minuut of tien voorgoed voorbij. De Eupense spelers en stafleden in de tribune lijken wel luider te schreeuwen en te juichen dan hun veertig supporters die afgelopen zondag naar Molenbeek waren afgezakt. De drie punten blijven in Eupen, Caçapa druipt af met de kin op de borst. "We geloofden er nog in, maar als je maar tien minuten hebt, is het niet gemakkelijk," zegt de hoofdtrainer tijdens de persconferentie. "Ik heb mijn spelers gezegd dat dit een tweede kans was. Dat we alles moesten geven."

'RWDM nog niet dood'

Een bizarre situatie, zo noemde de Braziliaanse T1 het schouwspel van woensdagnamiddag. "In de dertig jaar dat ik in het voetbal zit heb ik dit nog nooit meegemaakt," aldus Caçapa. "Dit was een nieuwe wedstrijd met een speciaal karakter," blikt de Eupense coach Kohfeldt terug. "Dit was geen sportieve wedstrijd. Er is niets gebeurd. Het was tien minuten circus. Hopelijk maak ik zoiets nooit meer mee. We hebben veel hordes moeten nemen om die drie punten te pakken."

Voor RWDM en vooral ook Caçapa zijn het moeilijke tijden. Het wangedrag van zondag had de harde RWDM-kern zaterdag aangekondigd tijdens de training. Een kwartier lang, met veel vertoon, kwam ze de spelersgroep en trainers de les spellen. "Het is hier geen Club Med. Zondag winnen we of anders zal de wedstrijd niet eindigen," zo dreigden enkele ultra's toen. Caçapa lijkt nog steeds aangedaan door die vreemde episode. "Ik ben akkoord met de supporters als ze zeggen dat onze spelers meer strijdlust moeten tonen, maar dat hebben ze zondag gedaan. Wat er tijdens de match en de dag voordien gebeurd is, was gewelddadig."

"Dat heeft vooral bij spelers en staff diepe wonden nagelaten. Jullie moeten weten dat voetballers in de eerste plaats ook mensen zijn, maar we blijven professioneel verder werken. Binnen de groep denk ik dat we opnieuw kalmte hebben gevonden," aldus de coach. Dat hij afgelopen weekend zijn ontslag zou hebben aangeboden, zoals hier en daar de ronde deed, ontkent hij. "Ik ben hier en Textor is de baas. Ik bedank het bestuur voor het vertrouwen. Ik hou van de club en van de mentaliteit. Er vallen nog 27 punten te rapen en we hebben de strijdbijl nog niet begraven. We zijn nog niet dood."

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie