Eindelijk een dak boven je hoofd: 'Dit geeft me rust'

© Ivan Put
| Sara heeft dankzij Housing First eindelijk een dak boven haar hoofd.

Vijf jaar lang leefde Sara tussen opvang- en ziekenhuizen, de straat en een kamertje waar reuzenratten door het plafond liepen. Via Housing First kon ze uit het dal klimmen. “Weten dat je een eigen dak hebt, het doet veel.”

Ergens in Molenbeek stappen we de studio van Sara* binnen. De flat is maximaal dertig vierkante meter groot, met één leef- en slaapruimte, maar verder voorzien van alle comfort. Er is een kookhoek en een badkamertje, waar een respectabele verzameling aan schoonheidsproducten uitgestald staat.

De dertiger verblijft nu een jaar in het nagelnieuwe passiefgebouw, waar ze naast een viertal Housing Firstcollega's vooral 'gewone' buren met een beperkt inkomen heeft. Het huis met zeventien appartementen wordt beheerd door een sociaal verhuurkantoor, en de vzw Habitat en Humanisme organiseert er ook nog eens gemeenschapsactiviteiten, zoals een naai- of informatica-­atelier. En als de bewoners dat willen, kunnen ze koken in de gemeenschappelijke keuken.

Sara heeft er een moeilijke tien jaar op zitten. Op haar 24ste verlaat ze halsoverkop het ouderlijke huis na familiale moeilijkheden - waar ze liever niet over uitweidt. Op hetzelfde moment stopt ze met haar poetsjob. “Het ging niet goed met mij en mijn baas maakte daar niet één woord aan vuil, dus ben ik het afgetrapt.”

Blijven stappen

Wat volgt, zijn vijf hobbelige jaren. Sara slaapt in de winteropvang, krijgt een kamer aangeboden bij kennissen of brengt nachten op straat door in de sneeuw. “Ik herinner me nog hoe ik de hele dag bleef rondstappen, tot mijn benen verbrand waren van het schuren van mijn broek. Want zodra je stilstaat, is er altijd wel een onguur type dat iets van je wil. Als ik al eens ging zitten, was het ergens in een Quick of zo, liefst boven of achteraan, uit het zicht.”

behuizingsproject 3 BRUZZ ACTUA 1684
© Ivan Put
| Sara, ex-dakloze.

Uiteindelijk zou Sara een minikamertje vinden in het centrum, waar de hygiëne zacht gezegd niet optimaal is. “Er liepen zulke ratten door het plafond (houdt de handen 50 centimeter uit elkaar), maar de stemming onder de bewoners was wel opperbest.”

Als de politie het pand na een tijd ontruimt, volgt opnieuw een straatepisode en belandt Sara in de psychiatrische afdeling van een Brussels ziekenhuis. Want de jonge vrouw combineert verschillende problemen. Ze heeft niet alleen geen vast dak boven het hoofd, ze kampt met schizofrenie én heeft een ernstig rugprobleem.

Het is in het ziekenhuis dat Sara op de radar van de vzw Straatverplegers verschijnt. Ze krijgt een eerste woning aangeboden in het kader van een Housing Firstprogramma. Het principe van de formule is helder: dak- of thuislozen krijgen eerst een eigen woonst, waar ze vervolgens begeleiding op maat krijgen in hun nieuwe leven.

Confituur aan het plafond

De praktijk, blijkt na een tijdje, durft al eens complexer te zijn. Sara begint haar kleine woonst na verloop van tijd te delen met een gewelddadige vriend. “Ik vloog regelmatig door de kamer en aan het plafond kleefde confituur van potten waarmee gegooid werd,” herinnert ze zich. Als ze nog meer dakloze kennissen in huis haalt, wordt het leven er alleen maar tumultueuzer. “Een koppel probeerde me ook voortdurend te overtuigen om in een driehoeksrelatie te stappen,” zucht Sara.

behuizingsproject 2 BRUZZ ACTUA 1684
© Ivan Put

De vzw Straatverplegers overtuigt Sara uiteindelijk om te met een schone lei te starten in de flat waar ze vandaag woont. Na vier jaar in de eerste woning blijkt het een gouden zet. De problematische vrienden van weleer kennen haar adres vandaag niet meer, Sara neemt opnieuw contact op met haar zieke moeder en voelt zich ondertussen een stuk beter. “Weten dat je een eigen dak hebt, doet veel. Het geeft rust,” zegt de jonge vrouw.

Sara stelt het zo goed dat ze steeds minder begeleiding nodig heeft. Een bezoekje per week volstaat. “In het begin komen we verschillende keren per week langs,” legt straatverpleger Guillaume Vander Stricht uit, die het gesprek bijwoont. “We helpen met facturen, verwijzen de patiënten door als er schulden ontstaan of als ze specifieke medische zorgen nodig hebben. Als mensen zich wat isoleren, gaan we op zoek naar wat hen boeit of brengen we hen bijvoorbeeld in contact met het dagcentrum Hobo.”

Zorgend kind

Straatverplegers beschikt daarnaast nog over een vrijwilligersnetwerk van mensen die twee keer per maand langsgaan bij de voormalige daklozen. Niet als verpleger, maar om iets te ondernemen: een bioscoopbezoek, een wandeling of gewoon een goed gesprek met iemand die buiten het traditionele zorgkader valt.

In Sara's geval ging de vooruitgang snel. Zo snel dat ook de organisatie die haar opvolgt voor haar psychische problemen dat traject als afgerond beschouwt. Straatverplegers van hun kant blijven de jonge vrouw wél nog volgen. Maar de problematische patiënt van een jaar geleden onderging wel een gedaanteverwisseling. De meeste vrije tijd brengt Sara vandaag door bij haar ernstig zieke moeder. Van zorgenkind tot zorgend kind, een eigen dak en degelijke begeleiding kunnen wonderen verrichten.

* Sara is een schuilnaam

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?