Kris Cuppens komt terug van New York en vindt het contrast met Brussel toch wel erg groot. "Hebben wij dan een 9/11 nodig voor we met zijn allen schouder aan schouder gaan staan?" Onze columnist was maandag ook in Hofstade.

Op de rommelmarkt van de Place de Jeu de balle zocht ik vroeger decor en kostuums bij elkaar. 'Cest à qui?' roep je als de eigenaar niet te bespeuren valt, en je iets vindt wat je het hebben waard lijkt. Moet je eens proberen in het geval van Brussel. Niemand die antwoordt. Niemand die zich aangesproken voelt. Niemand die zich verantwoordelijk acht voor het boeltje. Of, in het beste geval, slechts ten dele.

Brussel: een postmodern wingewest. Met eurocraten die nauwelijks belasting betalen, en dus passanten blijven. Met inwijkelingen allerhande, dromend van de heimat, en die au fond schijt hebben aan de stad waar ze leven en werken. Met Vlaamse pendelaars die zich na gedane taak zo snel ze kunnen uit de voeten maken. En Walen die al evenzeer hun neus ophalen. Voor Vlamingen te Frans, te allochtoon. Voor Franstaligen niet Franstalig genoeg. Met een burgemeester verantwoordelijk voor een gebied zo groot als een voetbalveld. En daar rond de andere gemeentelijke satrapen. Met het gewest en de gemeenschappen die elkaar voor de voeten lopen. Met politiezones waar ze van Schengen nog nooit gehoord lijken te hebben. En wat d'echte Brusseleirs doa van painzen? Zwans zal ons hieruit niet kunnen redden.

Betrokken
Afgelopen week was ik in New York. In het MOMA (Museum of Modern Art) zag ik het strookje papier waar het I 'hartje' NY stond op gekribbeld. De rest is geschiedenis. Een verhaal van marketing? Niet alleen dat. Het NY-gevoel bestaat. Iedereen die er ooit is geweest kan er van getuigen. En iedereen die er van geproefd heeft, wil meer. Vraag in NY de weg, en je zal geholpen worden. Een New Yorker is fier op zijn stad. Niet alle problemen van de Big Apple zijn opgelost, maar er wordt aan gewerkt, met man en macht. Velen voelen zich verantwoordelijk. Iedereen voelt zich betrokken.

Nochtans stond NY er 25 jaar geleden, toen ik er aan het Lee Strasberg Theatre institute studeerde, allesbehalve goed voor. Het progressieve sociale vangnet had, hand in hand met een lakse en corrupte aanpak, een instroom van goudzoekers veroorzaakt die de stad op de rand van het bankroet brachten. Er was geen geld meer voor beleid, noch voor onderhoud van metro en weggennet. De verschillend boroughs plooiden op zichzelf terug. Door Harlem en de Bronx liep ik op weg naar een repetitie her en der, met een sportzak, waarin een baseballbat binnen handbereik. NY was een gevaarlijke stad. Er werd gemugged en gemoord. Crack sloopte ganse wijken. Aids hield lelijk huis. Overal bedelaars en daklozen. Men raakte rock bottom en wist dat het zo niet verder kon.

Verlichte despoten
Maar NY raakte er bovenop. Er werden controversiële maar doortastende beslissingen genomen, zoals de 'zero tolerance' regel die ook bij ons opschudding veroorzaakte. Er was het rookverbod. Maar ook het gescheiden ophalen van huisvuil. Dingen die ook bij ons hun ingang vonden. Maar hier zijn we nog ver van een coherente beleidsvoering. Laat staan dat verlichte despoten zoals Ed Koch en Rudy Guiliani hier een kans maken. Vooralsnog regeert de Zwans als ultieme politieke beleidsformule.

Hebben wij dan een '9/11' nodig voor we met zijn allen schouder aan schouder gaan staan? Kunnen wij niks inspirerender bedenken dan een verkapte Franse lelie als symbool? Hoe veel sex-appeal heeft de Brusselse Iris? Hoeveel appeal tout court? Is het Atomium dan iets om trots op te zijn? Of iets om u over te schamen? Of toch maar Manneken Pis. Wat is het Brusselgevoel dan? En is dat dan iets om van weg te lopen of te omarmen? En wie zijn onze NY Yankees? Wanneer kunnen wij gezamenlijk voor onze stad opkomen? Wanneer kunnen, zullen wij, met zijn allen ooit fier zijn op onze stad? Ik ben het vooralsnog niet en ik ben erg sceptisch over wat nog komen gaat.

Openluchtzwembad
De bevolkingsaangroei en het beleid à l'improviste dat er tegenover staat, belooft niet veel goeds. Het ergste moet nog komen. Dat ik het u zeg. Hou u vast. Ik was maandag in Hofstade. En het was geen fraai beeld. Het leek wel de Bronx aan de oevers van het Bloso-watersportcomplex in Zemst. Pascal Smet droomde over een buitenzwembad om de Brusselse jongeren kans te geven stoom af te laten op zomerse dagen. Brigitte Grouwels vindt dat geen prioriteit. We wachten liever tot de boel ontploft, en liefst op een ander. Begin jaren 1980 is men in NY het roer beginnen om te gooien. 30 jaar later is het een swingende stad. Waar wachten we nog op?

Kris Cuppens (48) is acteur en theatermaker en woont in Schaarbeek. Voor brusselnieuws.be schrijft hij een tweewekelijkse column.

Kris Cuppens

Kris Cuppens (48) is acteur en theatermaker en woont in Schaarbeek. Voor brusselnieuws.be schrijft hij een tweewekelijkse column.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Column , Kris Cuppens

Lees ook

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni