column

De 7 deugden van Brussel: hoop

20200526 jean-marie binst met kip
© Saskia Vanderstichele

Het vraagt twee minuten lef om te kiezen tussen wanhoop en hoop. Ook in tijden van lijden, als verspreiding van het coronavirus en zelfs deportatie driekwart eeuw terug. De enige vraag is of de stad, de politici en de medeburgers rondom ons eenzelfde keuze maken. Want enkel hoop geeft energie en toekomst.

Zeven columns over zeven deugden

Senior writer Jean-Marie Binst neemt afscheid met zeven columns over zeven deugden:

  • Voorzichtigheid
  • Naastenliefde
  • Zelfbeheersing
  • Rechtvaardigheid
  • Geloof
  • Sterkte
  • Hoop

Of het nu de traditionele Griekse of de goddelijke deugden zijn, hun verwevenheid met Brussel is als de parels die een kroon haar glans geven.

Waarom betert het zo traag? Brusselaar Herman Teirlinck schreef het al in zijn Brusselse kronieken (De Standaard) van 1907, over mensen in de hoofdstad: “'Ça pourrait toullemême une fois changei,' gaan ze mommelend. 'On tient le fou avec nous.' 'C'est les contribuables qui paient.' Die mensen hebben ongelijk. Als ze niet tevreden zijn, kunnen ze opkrabben.” Want Brussel geeft altijd weer een Ommegang, een foor, een reuzenrad vol volk, om blij naar uit te kijken, stelde de schrijver. Enkele jaren later duelleerden wanhoop en hoop alweer. Je zag dan dames met een fijne voile voor de mond en neus door de stad spoken. Zo zag ik onlangs op een oh zo herkenbaar postkaartje van de Lakense uitgeverij Plaizier: '1918, de Spaanse griep'.

Het waren harde tijden voor Brussel. Zo ook Wereldoorlog II. Al beslisten mijn ouders, pas dertigers met vijf kinderen toen, om een Joods gezin onderdak te bieden. Hoop op betere tijden moet je delen, aanmoedigen. Niet dobberen tussen hoop en vrees. En vooral in duistere tijden geen Sartre lezen, die proclameert: “We moeten zonder hoop leven.” Al wil ik bekennen dat de echt laatste keer dat Brussel vollenbak hoop uitstraalde in de wereld, van Expo 58 dateert. Het Atomium is het laatste symbool van vooruitgang en hoop geweest, zoiets moet dringend heruitgevonden. Brussel liet de atomiumstructuur 'renoveren', maar het was voor tijdelijkheid gebouwd. Iedere eeuw moet nieuw futurisme aanzwengelen.

Maar nee, de hoop krijgt vaak de wind van voren door te zwakke volksverkozenen. Een heraanleg van het Schumanplein, vol Europese symboliek, wordt met de handrem op georganiseerd. Het Brusselse topbureau Xaveer De Geyter Architects won de aanbesteding vorig decennium en dan weer niet. Het Gewest wou plots wat anders. Het geeft elk greintje waardigheid en hoop een deuk. Net als een grondige politiehervorming voor negentien gemeenten samen. Hoopt iedereen niet dat het einde van de lokale baronieën, met ruim duizend gemeenteraads­leden, schepenen en burgemeesters in Brussel, in zicht mag komen? Voor kerst 2019 zou Sint-Agatha-Berchem nog een kersvers Nederlands­talig gemeenteschooltje een afbouw- en sluitingsplan voorschotelen. Bevoegd minister Sven Gatz (Open VLD) moest hemel en aarde verzetten om geld en een overname te ronselen voor de redding. Of hoe het kleine grut zijn hoop op een lokale toekomst een trimester lang de kop zag ingedrukt.

Wat is dat toch, die angst voor verandering, voor morgen, voor blindelings vertrouwen in de toekomst? Pieter Bruegel de Oude, wiens kinderen in de Hoogstraat zijn opgevoed, tekende een prentenreeks over de zeven deugden. Een prent Spes (Hoop) vol scheepjes in de storm, mannen die een huis blussen, gevangenen en een zwangere vrouw in barre tijden. Figuren die hoop in zich dragen, terwijl ze midden in de miserie staan. Zo ook trotseert hoop de handel en wandel in het Brusselse straatbeeld. De transmigrant komt hier naar een beter leven smachten. De slechtvalken krijgen hun zoveelste broedsel in de kerktorens. De duivenmelkers in Neerpede gaan weer ringen, voor de eerste vlucht naar Barcelona. De naaktfietsers zullen de nazomer kleuren. Het dramatisch lage cijfer van spermadonoren (sinds 2005) hoopt op geloof in de toekomst.

Alles rondom de stedeling – voor wie niet over hondendrollen klaagt – glinstert van mogelijk­heden, vooruitzichten, potentieel, hoop. De stad zit vol bedrijven, middenstanders, instellingen, zorgcentra, vzw's en podia die vertrouwen willen schenken en krijgen. Hun slogans liegen er niet om, ze insinueren hoop op nieuwe kansen. De zetel van Delhaize in Hoog-Molenbeek beloofde 'Zoveel meer voor je geld'. Belgacom, nu Proximus, op de Albert II-laan deed dromen: 'Bereik meer'. Telenet 'Opent je wereld'. Heem­bekenaar Bert Anciaux, tweemaal cultuurminister bij leven, probeerde met 'Ceci n'est pas Bruxelles' te scoren. Brussels surrealisme doet hoopvol dromen. Kaaitheater slogant 'Mooi weer spelen' vanaf september. Tempels als De Munt, Flagey, Bozar strooien met muzikale hoop. En zelfs BRUZZ vindt 'You are the city', de sterkste promo om hoop te vereenzelvigen met de lezer, luisteraar en kijker van zijn media. Laat je laven aan die hoop, vanuit je stadsomgeving.

Tot slot, nog heel privé. Toen ik in de vroege ochtend na het plotse overlijden van mijn moeder in 2005, toenmalig Brusselaar en contratenor Andreas Scholl interviewde, kon ik maar één vraag bedenken. Hoe denk je mij met muziek te raken? Het troostende antwoord duurde een eeuwigheid. Wat wil je, hoop vraagt tijd. Geeft echter zuurstof, energie, leven. Zo ook Brussel, met de goddelijkste der zeven deugden. Met Ombra mai fu, Schaduw was er nooit, van Händel, gezongen door Scholl, komt het aardig in die richting.

De 7 deugden van Brussel

Senior writer Jean-Marie Binst gaat met pensioen in juni 2020 en blikt terug op Brussel en de Brusselaars, van wie de Zeven Deugden als parels aan een kroon schitteren.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?