column

De 7 deugden van Brussel: naastenliefde

© Saskia Vanderstichele
| Senior writer Jean-Marie Binst.

Brussel heeft zijn burgers lief, ongeacht hun identiteit, sociale status of origine. Is dat geen eerbare deugd? In de meeste religies die er nog worden beleefd heet dat naastenliefde.

Zeven columns over zeven deugden

Senior writer Jean-Marie Binst neemt afscheid met zeven columns over zeven deugden:

  • Voorzichtigheid
  • Naastenliefde
  • Zelfbeheersing
  • Rechtvaardigheid
  • Geloof
  • Sterkte
  • Hoop

Of het nu de traditionele Griekse of de goddelijke deugden zijn, hun verwevenheid met Brussel is als de parels die een kroon haar glans geven.

Buiten die godsdienstcontext heet dat verantwoordelijkheid nemen voor het welzijn van de medeburger. Het 'morele' dossier rond het verbod op onverdoofd slachten van schapen is in Brussel nog niet beslecht, maar een jongere generatie moslims wist zich al bedachtzaam aan te passen. Hun heil en soelaas vonden ze in hun geloofsovertuiging: genereus zijn voor de behoeftige medemens. Een letterlijke duit in het zakje van de armere medemens doen, werd de nieuwe norm als alternatief voor het te verdelen slachtlam. Medeleven valt ook in euro's te regelen.

Mooi in Brussel is de historische zorg voor de zwakkeren in de samenleving, die vanuit de lokale overheden via de uitbouw van OCMW's het meest opvalt. Een sociale kleinhandel, een extra crèche voor moeders met een minimuminkomen, een ontmoetingsplek in de vorm van een kaarterszaaltje, een gemeenschappelijke broodbakkersoven of wijkmoestuin: attent blijven voor de minstbedeelden is hier een gave. En al bewijst de uitzondering de regel, net die afwijking maakt dat iedereen alert blijft voor de grote dienstbaarheid die naastenliefde is.

Neem nu de affaire-Samusocial, mocht u die voor de verkiezingsmaanden gemist hebben. Het gaat om een burgemeester en oud-voorzitster van het OCMW, die de ziel van het werk van barmhartigheid van de instelling voor noodhulp aan daklozen, die ze mee bestuurden, niet begrepen. Alsof naastenliefde niet onvoorwaardelijk is, en geen geste die onbaatzuchtig uit het hart komt.

Ze snapten het niet, en vonden een mandaatsvergoeding om hun geestelijke bijdrage bij vzw Samusocial ruim evident. Schaars geld van de behoeftige daklozen afhouden, betekent dat zoveel als een gebrek aan empathie? Aan normbesef? Wat het ook was, ze kregen geen gelijk. Niet van de politiek, nog minder van de medeburgers.

Naastenliefde en medeleven zijn de amoretti die de Tragedies van Racine een gezicht geven. Medeleven tonen met wat iemand meemaakt hoort bij responsabiliseren.

Actief opkomen voor de andere, zelfs al kent men die niet. In die zorg voor de andere, is de Brusselaar goed. Een paternoster aan instellingen waakt over dat groot hart: nergens in een Europese stad wordt meer soep bedeeld dan in Brussel, van thuislozencentra Poverello en De Samaritanen tot de bedeling in trein- en metrostations of gratis in elke school van de Stad Brussel. Caritas onderstreept de waardigheid van iedere medemens.

Een dagje vrijwilligerswerk bij de Zusters van Moeder Teresa (de Missionarissen van Naastenliefde) in Sint-Gillis, gaf me ooit een dubbel geluksgevoel: een prachtige reportage over het naar binnen lepelen van middageten zonder mes en een reactie van drie thuislozen op straat, een uur na de afwas in het klooster: 'Meneer, bedankt, u was zeer vriendelijk tegen ons. Komt u morgen terug?'

De zorg voor de zwakkeren of zij die lijden onder wat de stad hen aandoet, heeft veel burgerinitiatieven een bestaansreden gegeven. Een samenleving zou zielloos zijn, mocht geen zorg geschonken worden aan anderen.

Die zichtbare dienstbaarheid onderstreept de waardigheid van de Brusselaar, continu. Geconfronteerd met de coronacrisis hebben velen zich aangesproken gevoeld om iets te doen voor de geïsoleerde stedeling: van muziek maken in een open venster tot boodschappen ronddragen en volop mondmaskers stikken voor wie er nood aan had. Alle werken van barmhartigheid – van zieken verzorgen tot doden waardig begraven – springen in de stad meer dan elders in het oog.

In de vertraging van het stadsleven leken ze plots op te vallen, en toch zijn ze altijd omnipresent geweest. Ook acties zoals van het burgercollectief 1030/0 in Schaarbeek, gevolgd in andere gemeenten, horen in het rijtje van onbaatzuchtigheid en liefde. Ze ijveren voor veiligheid op straat, minder verkeersagressie jegens fietsers en willen komaf maken met de dodelijke verkeersslachtoffers in het gewest.

De Brusselse samenleving is niet anoniem en zielloos, ze schenkt opvallend veel zorg aan de noden van medeburgers. Om die waardigheid te onderstrepen, luiden van alle kanten constant nieuwe oproepen. Plots duikt het Repair Café op, om andere stedelingen gratis te helpen bij herstelwerk aan computers, fietsen, lampen – elementaire zorg. Of de Give Box (2013), nabij Wiels in Vorst of in de Kerkstraat in Sint-Agatha-Berchem. Mensen deponeren er overbodig speelgoed, te klein geworden sandalen, romans, gordijnen … Wie iets meeneemt, laat iets in de plaats. Anonieme naastenliefde. En of de overheden er oog voor hebben? Het kan al eens lang duren, maar op een dag … Tot Brussel plots solidair kiest om nog meer verzuchtingen van zijn 'noodlijdende burgers' te ledigen: ja, het is tijd voor een gezondere, veiligere autoluwe stad, wordt plotsklaps beslist. Bruist daar geen liefde uit op?

De 7 deugden van Brussel

Senior writer Jean-Marie Binst gaat met pensioen in juni 2020 en blikt terug op Brussel en de Brusselaars, van wie de Zeven Deugden als parels aan een kroon schitteren.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?