Laptopia: Belgian Chocolate Village

© BCV
| Belgian Choclate Village.

Vooroordelen zijn goed voor een mens. Ze kunnen hem heel wat ellende besparen. Het vooroordeel dat past bij een chocolademuseum in Brussel luidt hetzelfde als het vooroordeel dat je zou moeten alarmeren bij het naderen van een pizzamuseum in Napels, een wodkamuseum in Moskou of een klompenmuseum in Volendam: “Wellicht een snel in elkaar gebokste, educatief schadelijke, zuiver commerciële en dus te mijden toeristenval, gevuld met zielloze replica’s met voorgekauwde evidenties als bijschrift.”

DONDERDAG 25 JANUARI, 11 UUR

Om maar te zeggen dat ik niet geloofde dat ik ooit chocolade zou kunnen maken van een bezoek aan het Belgian Chocolate Museum in dit Koekelbergse achterafstraatje.

Al intrigeerde de plek wel een beetje. Het gebouw met de brede bakstenen gevel, dat bijna de hele ilôt achter de kleine De Neckstraat inpalmt, herbergde met Victoria ooit een echte chocoladefabriek, en dat brengt toch de Sjakie in een mens naar boven.

En je hoeft niet eens een gouden wikkel in handen te hebben om binnen te geraken. Koop op een doordeweekse dag een ticket, en als je niet tussen een groep scholieren verzeilt, ben je net als Sjakie als enige uitverkoren voor een rondgang. Ik wil me dus eigenlijk al meteen verontschuldigen voor de beledigende vergelijking met het Volendamse klompenmuseum, en verklappen dat ik tevreden ben weergekeerd uit het Koekelbergse cacaoparadijs. En wel om twee redenen.

Ten eerste mogen wij de impact van het kleinere thema-museum dat maar net het gemeentelijke niveau ontstijgt nooit onderschatten of verloochenen. Ook al is er intussen internet, en teren musea de dag van vandaag graag op referentie-architectuur, avatars en andere digitale snufjes, ons wereldbeeld wordt nog in belangrijke mate gevormd door dit soort oorden met een voorspelbaar scenario, dat het onderwerp aan een breed publiek presenteert in keurig geïllustreerde hoofdstukjes van boon tot bonbon.

michael bellon

Aan de hand van kijkkasten, overstretchte koptelefoons, een keurig Nederlands sprekende audiogids, praktische modules met kinderkwisjes, en natuurlijk ook een filmpje, waarin een medewerker van Barry Callebaut met de ernst van het meesterchocolatiermetier het mes zet in een stoffige jutezak, waar de cacaobonen vervolgens fotogeniek uitstromen. Wat zouden schoolreisjes nog voorstellen zonder deze museale mensenmaat, waarin geschiedenis, productieproces, voedingswaarde, publiciteit en economische impact netjes worden behandeld. Met als toetje anekdotes over het verband tussen een praline vulling en een paardenkaak (ganache) of over de Japanners en hun valentijnsritueel. En natuurlijk een proevertje uit het kleine museumatelier, waar de praktijk leert dat fondant het best zijn glans behoudt als je hem smelt op 32 graden.

Ten tweede is er nood aan herwaardering van chocolade. Binnen tien jaar is het exact vijfhonderd jaar geleden dat het eerste handjevol cacaobonen in Europa arriveerde. Wat ooit Xocoatl heette, werd door Carl Linnaeus “Theobroma” gedoopt - geschenk van de goden. Maar in die vijfhonderd jaar zijn de zwarte goudstaven voortdurend aan inflatie onderhevig geweest. Ikzelf verstouw inmiddels zonder ommezien hele tabletten van het pure spul - dus zonder de suiker, de melk of de palmolie. Misschien helpt dit museum dan om de lat chocolade weer wat hoger te leggen. Daartoe inspireren de reclames van oude Melo Cakes, vroege Chocotoffs, en Milkachocolade die nog niet werd aangeprezen door een paarse koe, maar door een Sint-Bernardushond.

Maar ronduit innemend is het grafische werk dat vroeger te pas kwam bij de verpakking van een lat chocolade. Ik zag ware museumstukken Côte d’Or met fantastisch vormgegeven wikkels. Ik begrijp dat daar nog intacte exemplaren van bewaard zijn gebleven, want ze zijn te mooi om te openen. In de sector liggen volgens mij dus nog veel kansen voor retro-merchandising, die misschien duidelijk kan maken dat chocolade reepen, zoals ze nog voluit heetten in een iets ouder Nederlands, ooit echt iets te betekenen hadden.

De manier waarop Le Chat-tekenaar Philippe Geluck in een museumfilmpje spreekt over de Côte d’Or-fabriek aan het Zuidstation, en de manier waarop zijn moeder vroeger voorzichtig kleine latjes smolt om ze op een verse beboterde boterham te smeren, maken duidelijk wat door de overdaad allemaal verloren ging. Vandaar misschien ook die vreemde tendens om gekke dingen te sculpteren in chocolade - zoals de grote maquettes van het Jubelpark, het Atomium en de Basiliek waaraan het museum zich bezondigt. Ik overweeg veertig dagen zonder chocolade. Streep onder de reep tot Pasen.

Belgian Chocolate Village.
© BCV
| Belgian Chocolate Village.

Laptopia

Elke week scant Michaël Bellon met zijn laptop een plek in Brussel die tot de verbeelding spreekt, en geeft hij aan wat er eventueel nog aan kan verbeteren. 

De Ronde: Koekelberg

Een jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen, slaat BRUZZ zijn tenten op in de negentien gemeenten. Dit is de gemeente KOEKELBERG.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?