interview

Bleri Lleshi: ‘Wie geen strijd voert, zal niets veranderen’

Bleri Lleshi: “Als middenveldorganisaties meer hun stem laten horen, dan kunnen ze het beleid onder druk zetten.”© Ivan Put

Filosoof en schrijver Bleri Lleshi balanceert in zijn nieuw boek 'Wat na corona' tussen boosheid en hoop. Kwaad is hij op de regeringen in dit land, omdat ze de coronacrisis niet goed hebben aangepakt. Hoopvol is hij, zeker in Brussel, over de burgers en burgerbewegingen. Want zij kunnen de echte verandering teweegbrengen.

Wie is Bleri Lleshi?

  • geboren in 1981
  • studeert politieke wetenschappen en filosofie (VUB)
  • tot 2018 Jongerenwerker bij onder andere Alba en Timeout Brussel
  • momenteel voltijds docent aan de University Colleges Leuven-Limburg (UCLL)
  • in 2014 in de lijst met meest invloedrijke allochtonen van Knack
  • schrijft onder meer ‘De neoliberale strafstaat’ en ‘Inaya. Brief aan mijn kind’

Het nieuwe boek van Bleri Lleshi Wat na corona? Brief aan Vlaanderen is een vlot geschreven, goed gedocumenteerd boek waarin Lleshi onder meer de Belgische gezondheidszorg onder de loep neemt en bekijkt wat de coronacrisis doet met de machtsverhoudingen tussen arbeid en kapitaal. Zijn analyse is, zonder enige verrassing, stevig links, met veel empathie voor wie het meest te lijden heeft in deze crisis.

Maar we willen het eerst over de stad hebben waar hij woont en over de groep waar hij het meest mee begaan is: de jongeren. Lleshi reed zelf een opvallend parcours. Als achttienjarige zonder kennis van het Nederlands kwam hij hier aan en behaalde twee universitaire diploma's aan een Vlaamse universiteit.

“Weet je, toen ik ben beginnen te studeren in België, was ik helemaal niet zo begaan met de stad,” zegt Lleshi. “Ik maakte plezier, ging veel uit. Op een bepaald moment heb ik de switch gemaakt. Toen heb ik de problemen gezien in de stad. Het onrecht. Daar was ik als adolescent, toen ik nog in Albanië woonde, ook gevoelig voor. Ik dacht toen ook: ik wil de wereld veranderen. Dat appel kwam terug toen ik afstudeerde. Ik wou iets betekenen. Ik had een grote onderscheiding in politieke wetenschappen en grootste onderscheiding in de filosofie. Maar toch ben ik jongerenwerker geworden.”

Wat wou u dan precies voor die jongeren betekenen?
BLERI LLESHI:
Ik zag de cijfers van de schooluitval, de kinderarmoede, de jongerenwerkloosheid. En ik zag hoe PS en Ecolo daar wel een verhaal rond hadden, maar dat alles bij het oude bleef. Ik ben dan één-op-éénbegeleiding gaan doen met jongeren die in aanraking waren geweest met het gerecht bijvoorbeeld. Daaruit heb ik veel geleerd.

Vandaag doceer ik filosofie aan studenten sociaal werk in Leuven. Ik probeer hen zoveel mogelijk warm te maken voor Brussel, voor de diversiteit in de grootstad. Voor veel van die studenten is dat onontgonnen terrein.

1717 Bleri Lleshi 7
© Ivan Put
| Bleri Lleshi: “Ik wil geen valse profeet zijn. Ik heb geen glazen bol.”

Veel jongeren in Brussel raken op het verkeerde pad. Wat loopt er mis?
Lleshi:
Ik heb altijd op twee sporen gewerkt. Er is de individuele verantwoordelijkheid. Ook wie uit een instelling komt, moet zijn eigen leven in handen nemen. Ik ben geen voorstander van een soort paternalisme: 'wij zullen het wel voor u fiksen'.

Anderzijds stoor ik mij aan het geldende discours dat de verantwoordelijkheid volledig bij de jongeren legt, of bij de ouders. 'Waar zijn de ouders?' hoor je dan. Wie de cijfers bekijkt, ziet natuurlijk dat dat niet klopt. De armoede, de slechte huisvesting, de schooluitval, de werkloosheid, die zijn structureel. Op beide sporen is nog heel veel werk.

Wil u daarin een rolmodel zijn? U bent zelf vanuit de Albanese bergen in België terechtgekomen en heeft het kunnen maken.
Lleshi:
Rolmodellen zijn nodig. Het is goed dat jongeren naar iemand kunnen opkijken. Ik heb zelf bijvoorbeeld jongeren de kans gegeven om via een blog de eerste stappen te zetten als journalist of schrijver. Aya Sabi is daar bijvoorbeeld uitgekomen, of Danira Boukhriss. Maar rolmodellen kunnen ook misbruikt worden. Als iemand zegt: 'Bleri heeft het gekund, dus jij moet het ook kunnen,' dan pas ik, want dat legt de verantwoordelijkheid weer helemaal bij de jongeren. Of we falen of slagen hangt grotendeels af van de omgevingsfactoren. Als ik bijvoorbeeld geen studiebeurs had gekregen, dan had ik nooit kunnen studeren.

U trekt intussen heel Vlaanderen rond met uw verhaal over het diverse Brussel. Dat gaat niet altijd zonder slag of stoot.
Lleshi:
Ik ga altijd in gesprek. Ik sprak enkele jaren geleden voor een honderdtal landbouwers. De racistische reacties waren onvoorstelbaar. Nadien kreeg ik van de organisatoren wel te horen dat de grote meerderheid de lezing zeer geapprecieerd had, zelfs al waren ze het niet altijd met mij eens. Om maar te zeggen: het gaat vaak over enkelingen. De grote meerderheid zwijgt. Het is een van de grote pro-blemen in Vlaanderen. Die zwijgende meerderheid is heel beïnvloedbaar. Dat verklaart ook waarom er zo massaal op rechtse partijen wordt gestemd in Vlaanderen.

Onlangs verscheen een academische studie van onderzoekster Léonie de Jonge met de vraag: waarom is extreemrechts zo groot in Vlaanderen en onbestaande in Wallonië? Het antwoord is simpel: het scheefgetrokken partijlandschap in Vlaanderen en de omgang van de media met extreemrechts. Het heeft niets met de aard van de Vlaming te maken. Racisme zit niet in het DNA van de Vlaming. Vlamingen laten het zich aanpraten.

1717 Bleri Lleshi 5
© Ivan Put
| Bleri Lleshi.

De coronacrisis zet de overheid weer helemaal in het middelpunt. Zowel voor de beheersing van de pandemie, als voor de organisatie van de gezondheidszorg. Is dit een momentum voor links?
Lleshi:
Alle politieke partijen, van SP.A tot Vlaams Belang, zeggen al dertig jaar dat de overheid afgeslankt moet worden. Op alle mogelijke manieren. Het is een fundament van de neoliberale overheid: zoveel mogelijk in handen leggen van de vrije markt. Ook de sociaaldemocratie zit op dat pad, zij het in mindere mate. Het verklaart waarom de coronacrisis zo hard toeslaat. Het is toch overduidelijk dat een sterke overheid beter gewapend is tegen dit soort crisissen.

Heeft België het alle verhoudingen in acht genomen dan niet goed gedaan?
Lleshi:
Neen. België kan niet trots zijn. Het is geen toeval dat de gezondheidswerkers hun pijlen richten op Sophie Wilmès en Maggie De Block. Er zijn miljarden bespaard in de gezondheidszorg.

Een ander voorbeeld. Virologen zeggen: maak mondmaskers in de supermarkt verplicht. Ik begrijp niet dat de overheid daar niet op ingaat. Of nog: de bejaardentehuizen. Virologen zeggen: schiet in actie. De overheid doet niets en daardoor zijn vijfduizend mensen gestorven in bejaardentehuizen. Het rapport van de Vlaamse Ombudsdienst spreek over gruwelijke toestanden tijdens de lockdown in rusthuizen.

Dat is wat me het meeste bijblijft bij deze crisis: hoe incompetent de politici zijn.

Is het incompetentie of is er druk van de vrije markt om de supermarkten, de horeca en de toeristische sector niet te veel in de weg te leggen …
Lleshi:
Beide. De overheid is veel meer bezig met de economische elite dan met de gezondheid van de mensen. En de sociaaldemocratie heeft de kans gemist om hier een punt van te maken. De SP.A applaudisseert voor een cheque van 300 euro voor het federale zorgpersoneel. Dat is toch beschamend. Zo los je geen problemen op.

Hoe moet het dan wél?
Lleshi:
Hoe kan je verandering mogelijk maken? Er is maar één sleutelwoord en dat is strijd. Wie geen strijd voert, zal niets veranderen. Die blijft de maatschappij voeden met valse illusies. Met strijd bedoel ik niet dat je op de barricaden moet gaan staan. Elke strijd, van klein tot groot, is belangrijk. Laagdrempelig, lokaal. De boodschap van de mensen aan de overheid moet zijn: dit is niet wat we willen. Neem bijvoorbeeld de 600 miljoen euro die de federale overheid eindelijk heeft vrijgemaakt voor de zorgverleners. Die is er gekomen dankzij de vele acties van zorgverleners.

1717 Bleri Lleshi 4
© Ivan Put
| Bleri Lleshi.

U hebt een zekere sympathie voor actiegroepen als Extinction Rebellion. Wat ze doen lijkt op burgerlijke ongehoorzaamheid, maar de beweging gaat ook soms echt de confrontatie aan.
Lleshi
: Wanneer je verandering wil, moet je op het niveau van het politieke komen. Politiek is conflict. Er zijn de laatste jaren tienduizenden jongeren op straat gekomen voor een beter klimaat. Ze waren volgzaam en beschaafd. Wat heeft dat veranderd? Als dat niet werkt, kan radicalisme een uitkomst bieden.

En heeft Extinction Rebellion geweld gebruikt? Ze hebben zich vastgeketend aan superdure auto's in het autosalon. Het geweld zat niet bij Extinction Rebellion, maar bij de politie. Dus ja, ze zijn radicaal, maar wat ze doen, is niet gewelddadig. Als we over geweld spreken, mogen we niet vergeten dat het meeste geweld vanuit de staat komt. Dat is altijd zo.

Hoe kijkt u dan naar de rellen na de Black Lives Matter-betoging? Zijn het gefrustreerde jongeren die plunderen wat ze anders nooit zullen kunnen bekomen?
Lleshi:
Dat soort rellen zijn niet politiek geïnspireerd. Het is vandalisme. Dat kan je niet verdedigen.

Maar het zijn wel misschien de jongeren die u aan het begin van uw carrière op het juiste pad wou krijgen.
Lleshi:
Ik heb met jongeren gesproken die ooit bij rellen betrokken waren. Ik zeg hen: laat je stem horen in plaats van de auto van je buur in brand te steken. Of probeer iets positiefs voor je wijk te betekenen. Wil je per se onrecht aanklagen? Trek dan naar een gebouw van de federale overheid en laat je ongenoegen horen bij de machthebbers.

Vindt u dat Brussel op de goeie weg is?
Lleshi:
De vele problemen waarmee Brussel kampt zijn nog lang niet opgelost. Dus kan de Brusselse politiek zeker een tandje bijsteken. Waar ik wel positief over ben, is de vitaliteit van de burgerbewegingen. Schaarbeek bijvoorbeeld. Wie had ooit gedacht dat er in de straten een snelheidslimiet zou komen van 30 kilometer per uur. Daar heeft de beweging 1030/0 voor geijverd. Het is dus een verandering die er vanuit de burgers zélf is gekomen. In het boek heb ik het ook over Clean Air Bxl, Filter Café Filtré en andere Brusselse voorbeelden waar we trots op mogen zijn.

We mogen wel niet op de lauweren rusten. We moeten scherp blijven en benadrukken dat de burgerbewegingen van vandaag hun effect niet missen. Zodat er zich hopelijk nog meer mensen bij zullen aansluiten. De boodschap in mijn boek is dubbel: wij hebben als burgers elk individueel een rol te spelen, maar we moeten ook deelnemen aan het politieke niveau. En neen, dan bedoel ik niet de partijpolitiek, maar het politieke.

Hebt u daar nog vertrouwen in?
Lleshi:
Neen. En ik sta hier niet alleen in. Ik merk het ook als ik door Vlaanderen reis om lezingen te geven. Ook Europese surveys zeggen dit: nog nooit is het vertrouwen in de politiek zo laag geweest. Ik heb wel heel veel vertrouwen in burgers, in hun expertise. Als middenveldorganisaties meer hun stem laten horen en meehelpen om de stem van de burgers bij de politici te brengen, dan kunnen ze het beleid onder druk zetten.

1717 Bleri Lleshi 2
© Ivan Put
| Bleri Lleshi.

Kan een nieuwe vorm van burgerdemocratie soelaas brengen?
Lleshi:
Kijk, we leven vandaag in een neoliberaal kapitalisme en dat blijkt een heel dynamisch systeem te zijn, dat je au sérieux moet nemen. In bepaalde linkse middens is het de bon ton om te zeggen dat het neoliberale kapitalisme op zijn laatste benen loopt. Daar word ik echt boos van. Dat is niet waar. Zo'n verandering gaat niet vanzelf.

Dus ja: het huidige democratische systeem zal er ooit anders uitzien. Je hoeft geen politiek filosoof te zijn om dat te zien. De vraag is in wat. Ik wil geen valse profeet zijn. Ik heb geen glazen bol. Maar ik kan wel zeggen waar ik naartoe wil. Het mag geen economie zijn waarbij de winsten naar een kleine elite gaan. De winsten moeten naar de mensen gaan. Ik zeg niet dat mensen niet rijker mogen worden. Maar het moet op een eerlijke manier gebeuren. Met meer herverdeling.

En ook: die economie zal duurzaam moeten zijn. In Scandinavië hebben ze dat begrepen en ook bondskanselier Angela Merkel zet in op een ecologische omslag.

De coronacrisis kost nu al handenvol geld. Hoe wil u die socialere en ecologische ommekeer financieren?
Lleshi:
Het geld is er. Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) zei enkele weken na de lockdown: de belastingbetaler zal opdraaien voor de crisis, íemand moet het betalen. Ik laat in mijn boek zien waarom het niet aan de tijdelijke werklozen is om de crisis te betalen, of aan de mensen die met moeite hun krediet kunnen aflossen.

Het zijn de rijke multinationals die met geld over de brug moeten komen. La Libre Belgique en De Tijd hebben berekend dat tussen 2016 en 2018, in drie jaar tijd 723 miljard euro van Belgische bedrijven is ondergebracht in belastingparadijzen. Nog een cijfer van De Tijd: in 2018 hebben de grote bedrijven voor 16,02 miljard euro aan fiscale cadeaus gekregen.

De farmasector krijgt 2,8 miljard euro om de medicijnen goedkoper te maken en nieuwe medicijnen te ontwikkelen, maar de geneesmiddelen worden duurder. En de sociale zekerheid moet er altijd maar meer geld insteken. En wat doet Jan Jambon midden in de besparingen? Hij geeft Janssen Pharmaceutica een subsidie van 8 miljoen euro om boringen te doen voor geothermie.

Vlamingen vrezen dat de bedrijven zullen vertrekken als we het hen wat te moeilijk maken. Ik hoop echt dat Vlamingen dat complex van zich kunnen afschudden, want dat is een mythe De Walen zijn hier minder gecomplexeerd over. Karel Anthonissen van de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) laat in zijn boek perfect zien hoe de overheid de ontdoken belastingen van bedrijven kan recupereren. Wat blijkt? Het enige wat ontbreekt is politieke wil.

1717 Bleri Lleshi boek
© EPO
| Bleri Lleshi, Wat na corona? Brief aan Vlaanderen. Met een voorwoord van Marc Van Ranst. Epo 136 p.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?