interview

Galerie Xavier Hufkens breidt uit: 'Nieuwe kunstenaars moeten jong en goed zijn''

Xavier Hufkens groeide op in Hasselt, maar opende zijn eerste galerie al op zijn 22ste, in Brussel.© Saskia Vanderstichele

Xavier Hufkens bedacht voor de 35ste verjaardag van zijn galerie in de Elsense Sint-Jorisstraat een heel bijzonder cadeau: een opmerkelijke uitbreiding, getekend Robbrecht & Daem. “Ik doet dit voor mijn kunstenaars, maar ook om een nieuw avontuur aan te gaan voor mezelf.”

Ik zeg het niet vaak, maar nu ben ik fier,” zegt Hufkens, terwijl hij mij voorgaat op de smalle trappen van de nieuwe aanbouw, een minimalistische, betonnen constructie die naadloos aansluit op het negentiende-eeuwse herenhuis waarin galerie Xavier Hufkens al drie decennia is gevestigd.
Vooral over het licht is hij verrukt. Architect Paul Robbrecht, met wie Hufkens eerder ook samenwerkte, maakt – boven elkaar – vier tentoonstellingsruimtes waar het daglicht telkens op een andere manier naar binnen valt. Hufkens: “Dit biedt ongelofelijk veel mogelijkheden.”

Door de aanbouw wordt de exporuimte verdrievoudigd. Hebt u in tijden van toenemende digitalisering van de kunstmarkt nog zoveel extra fysieke ruimte nodig?
Xavier Hufkens: Het klopt dat door de coronacrisis de digitalisering van de kunstmarkt versneld werd. Ook wij hebben mooie digitale tentoonstellingen gemaakt, zo bijvoorbeeld met films van Tracey Emin. Iedereen kon naar de galerie blijven komen, vanuit zijn bed of zetel.
Maar uiteindelijk blijft kunst een fysieke ervaring en daarvoor is ruimte nodig. Kunst bekijken op een scherm is misschien oké als het om film gaat, maar als het beeldhouw- of schilderkunst betreft, moet je er fysiek voor staan. Ik wil niet via een scherm naar een Picasso kijken.

Over digitalisering gesproken: ook de non-fungible tokens of NFT's hebben de kunstmarkt door elkaar geschud. Doet u eraan mee?
Hufkens: Ik geloof er niet in. Het is geen kunst, het is een waardepapier, een eigendomsrecht op een digitaal ding, totaal oninteressant. Ik denk ook niet dat het een blijver wordt.

1802 Xavier Hufkens 2
© Saskia Vanderstichele
| De nieuwe aanbouw, een minimalistische, betonnen constructie die naadloos aansluit op het negentiende-eeuwse herenhuis waarin galerie Xavier Hufkens al drie decennia is gevestigd.

U wilde een bijzondere architectuur voor de nieuwbouw. Zijn het vandaag de privé-initiatieven die in Brussel zorgen voor architecturale hoogstandjes?
Hufkens: Het klopt dat er hier weinig grote overheidsarchitectuur is. Men zegt altijd dat er geen geld voor is, maar ik denk eerder dat men er niet serieus mee bezig is, er is weinig ambitie en ook een tendens om alles een beetje naar beneden te trekken, in plaats van de stad te verheffen.

Door corona waren er lang geen fysieke kunstbeurzen. Gaat u het hoge ritme van de wereldwijde beurzen weer oppakken of bent u daar tijdens de pandemie anders over gaan denken?
Hufkens: We deden altijd een tiental beurzen per jaar. Het is belangrijk om verzamelaars te ontmoeten en een nieuw publiek te ontdekken. Een Koreaanse of Californische verzamelaar stapt niet zomaar op het vliegtuig alleen voor mijn galerie.

Galeriehouder Xavier Hufkens

Tijdens de lockdown hebben we zeker de bedenking gemaakt dat het met dertig procent minder beurzen ook zou moeten lukken. Dat zou beter zijn voor het milieu en ook voor onszelf. Al die beurzen zijn slopend.
Maar voorlopig komt er van die intentie niet veel in huis. Ik kom net terug van de Frieze-beurs in New York, over drie weken is het Art Basel, in september zitten we in Seoul, in oktober in Parijs voor de nieuwe beurs Paris+, daarna in Shanghai en eind dit jaar is er Miami. We zijn dus weer constant op pad. Fear of Missing Out wellicht.

Is de kunstmarkt na de pandemie weer helemaal terug in bedrijf?
Hufkens: Corona zijn we stilaan aan het verteren. Nu is er, niet ver van hier, oorlog en daardoor economische onzekerheid. Dat is voor niemand gunstig, ook niet voor de kunsthandel. Maar ik ben al bezig van in 1987 en heb dus al wat crisissen meegemaakt.

Galeriehouder Xavier Hufkens
© Saskia Vanderstichele
| Xavier Hufkens: "Nieuwe kunstenaars moeten jong én goed zijn."

U hebt een fameus parcours afgelegd in 35 jaar. Hoe kwam u er destijds bij om een galerie te openen?
Hufkens: Ik ben opgegroeid in Hasselt. Mijn ouders waren geen verzamelaars, maar ze namen me wel af en toe mee naar een museum, wat ik fijn vond. Al vanaf mijn zestiende wilde ik kunsthandelaar worden in Brussel. Kunst was voor mij de enige manier om de wereld te begrijpen.

Ik opende mijn eerste galerie op mijn 22ste. Vijf jaar later ben ik verhuisd naar hier. Daarna heb ik nog twee vestigingen in de buurt geopend, in het Rivoligebouw en in de Van Eyckstraat.
Met de verbouwing en uitbreiding van de hoofdgalerie wilde ik een nieuw avontuur aangaan voor mezelf. Ik ben 57, er zijn mensen die op die leeftijd denken aan uitbollen. Ik voel me 25 en wil op het gaspedaal duwen.

Nooit gedacht aan uitbreiding in een andere stad of een ander land?
Hufkens: Neen. Sommige andere galerieën doen het wel, maar ik heb veel behoefte aan persoonlijk contact, met de bezoekers, met de kunstenaars, met mijn team. Als je tien galerieën hebt, verspreid over de wereld, ben je niet meer aanwezig op je eigen openingen. Bovendien hou ik heel erg van Brussel.

Galeriehouder Xavier Hufkens 2
© Saskia Vanderstichele
| Xavier Hufkens: "Uiteindelijk blijft kunst een fysieke ervaring en daarvoor is ruimte nodig. Ik wil niet via een scherm naar een Picasso kijken."

Hoe begin je als je 22 bent? Had u geld of een netwerk?
Hufkens: Openen was niet makkelijk. Je begint met niets. Ik huurde het achterhuis van een klein industrieel gebouw in Sint-Gillis. De eigenaar was mijnheer Verschueren, van de gelijknamige brasserie. Ik betaalde 12.000 Belgische frank, zo'n 300 euro, voor driehonderd vierkante meter. Mijn grootmoeder had me een beetje geld gegeven voor de huur.
Een netwerk had ik niet. Mijn eerste kunstenaar was de Britse beeldhouwer Antony Gormley, toen amper bekend, nu een grote ster. Ik werk nog steeds met hem, in november heeft hij zijn tiende tentoonstelling bij ons.

Hoe ziet u uw opdracht als galeriehouder? Wat is uw drijfveer?
Hufkens: Mijn drijfveer is goede kunst te tonen, kunstenaars te introduceren en hen de mogelijkheid bieden zich te ontwikkelen. Nicolas Party, nu een wereldster in New York, heb ik ontdekt hier in Brussel.
Ik vind het een voorrecht om deze artiesten te begeleiden, iemand als Walter Swennen bijvoorbeeld. Ik kende zijn kunst sinds 1987, maar het heeft jaren geduurd voor ik met hem kon samenwerken.

Het is niet eenvoudig om kunstenaars binnen te halen?
Hufkens: Soms wel, soms niet. De concurrentie is moordend.
Christopher Wool, die nu als eerste tentoonstelt in de vernieuwde galerie, heb ik voor het eerst gevraagd in 1996. Pas nu is hij daarop ingegaan. Het heeft me 26 jaar gekost om hem te overtuigen.

Christopher Wool in galerie Xavier Hufkens
© HV-studio/Courtesy Christopher Wool
| De pas geopende expo van Christopher Wool in galerie Xavier Hufkens.

U vertegenwoordigt vandaag hoofdzakelijk gevestigde kunstenaars en sterren als Tracey Emin, Daniel Buren en de inmiddels overleden Louise Bourgeois. Zitten er nog beginnende kunstenaars in uw stal?
Hufkens: Onze nieuwste aanwinst is een jonge kunstenares uit Mozambique, Cassi Namoda. Ik sta dus wel degelijk open voor nieuwe talenten.
Maar veel van mijn beginnende kunstenaars hebben zich in de loop der jaren ontwikkeld tot established. Je begint met jonge mensen en die worden ouder. Ik word ouder. Je hebt een zekere loyaliteit tegenover je kunstenaars.

De vorming van je groep kunstenaars is een heel traag proces. Ik ben 35 jaar bezig en heb zo'n veertig kunstenaars onder mijn hoede, dat zijn er maar weinig nieuwe per jaar.
Mijn bedoeling is om de groep uit te breiden, op termijn met een twintigtal artiesten. Daarom heb ik de galerie vergroot. Ik wil dat er jonge mensen tussen zitten. Maar ik ga geen jonge mensen kiezen omdat ze jong zijn, ze moeten jong én goed zijn.

En verkoopbaar?
Hufkens: Daar denk ik bij het kiezen nooit aan, nooit. Als je daarmee bezig bent, maak je foute keuzes. Je moet als galeriehouder innerlijk overtuigd zijn. En niet denken aan de reacties van het publiek. Ik ben er intussen op getraind om tegenwind te krijgen. Ik heb jarenlang tentoonstellingen gemaakt waarvan de mensen zeiden: 'Aaargh, dit is slecht.' Als je zelf overtuigd bent, zal de rest wel volgen.

Maar een galerie kan alleen maar voortbestaan als er verkocht wordt. Het is ook een commercie.
Hufkens: Natuurlijk, ik ben niet naïef. Een galerie heeft een dubbele functie: je kan hier vijf dagen per week gratis naar goede kunst komen kijken. Maar wie wil, kan ook iets kopen. En ik heb twee petjes: ik kies en begeleid kunstenaars en ik verkoop hun werk. Ik doe dat heel graag. Als je een kunstenaar de mogelijkheid geeft om verder te werken doordat je een van zijn werken geplaatst hebt, geeft dat enorm veel voldoening.

Waar zitten uw klanten?
Hufkens: Overal, in België en Europa, maar ook in Azië en Amerika.

Vindt u het belangrijk te weten waar de werken terechtkomen, wie ze koopt?
Hufkens: Ontzettend belangrijk. Ik probeer altijd te verkopen aan iemand met wie ik voeling heb. Ik moet de indruk hebben dat de persoon gaat houden van het werk en er zorg voor zal dragen, dat hij of zij het dus niet meteen gaat flippen (doorverkopen, red.).

Is verkopen aan een museum de ultieme erkenning voor een artiest?
Hufkens:Als je werk van een jonge kunstenaar kan verkopen aan een museum is dat inderdaad bijzonder. Of als je het door de kunstenaar laat schenken, want musea hebben niet altijd de middelen.

Heeft Brussel, of België, een typische verzamel­cultuur, anders dan de Franse of Engelse?
Hufkens: Absoluut, er wordt hier risicovol verzameld, men zoekt het vroege werk van jonge kunstenaars. Dat is fantastisch.

Er zijn in Brussel veel verzamelaars, kunstenaars en galerieën, er is een belangrijke kunstbeurs. Toch wordt Brussel als centrum voor hedendaagse kunst voorbijgestoken door steden als Parijs, Londen en Berlijn. Wat mist Brussel?
Hufkens: Brussel is relatief klein. Ik vind dat we het voor de maat van de stad ongelofelijk goed doen. Natuurlijk, alles kan beter. Het is goed dat Wiels er is en binnenkort komt Kanal, maar die instellingen moeten echt de middelen krijgen om optimaal te functioneren. En ja, een echt museum voor hedendaagse kunst met een eigen collectie zou zeker ook een stap vooruit zijn.

De vernieuwde galerie Xavier Hufkens in de Sint-Jorisstraat 6 in Elsene opende zopas, op 2 juni 2022, met een tentoonstelling van Christopher Wool.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?