interview

Kunstenaars in quarantaine 14: Saddie Choua

Saddie Choua© Jean-Pierre Stoop

De quarantainemaatregelen worden stilaan versoepeld, maar voor artiesten blijft de buitenwereld goeddeels op slot. Wij vroegen aan een resem Brusselse kunstenaars hoe zij de tijd een beetje (of genadeloos) wegklikken, -lezen, -luisteren en -leven. Aflevering 14: Saddie Choua.

“Aan de ene kant ben ik het als kunstenaar gewoon om alleen te zijn,” vertelt Saddie Choua via een Skype-verbinding vanuit haar Molenbeekse appartement. “Een groot deel van mijn praktijk wikkelt zich sowieso af in isolement. En omdat ik heel internationaal werk, zit ik ook vaak virtueel samen met mensen, dus dat is niet nieuw. Ik ben ook niet aan het relaxen. Ik behoor niet tot het soort mensen dat taart of brood gaat bakken. Da’s heel tof, hoor, maar ik heb er gewoon geen tijd voor. Ik ben nog altijd heel druk bezig. Het enige verschil dat wel in het oog springt, is dat ik vroeger voortdurend bezig was met deadlines. Ik werkte constant, ging met stress slapen en stond zo vroeg mogelijk op om iets af te werken en iemand van mijn lijstje wachtenden te kunnen schrappen. Door die drukte was ik chronisch te laat, met alles. (Lacht) Vandaag merk ik dat aan de andere kant van dat lijstje mensen beseffen dat het niet allemaal zo gemakkelijk is. Er gaan minder mails rond en er is meer respect en begrip. De druk is een klein beetje van de ketel.”

Al voelt Saddie Choua natuurlijk ook de negatieve impact van de coronapandemie en bijbehorende afzonderingsmaatregelen. “Eind december opende er een tentoonstelling in Laveronica Arte Contemporanea in Modica, Sicilië, een solo met alle afleveringen van The Chouas. Alle ondertitels had ik vertaald naar het Italiaans, ik ben zelf naar Sicilië gegaan met alle objecten voor de tentoonstelling, en ze is ook effectief geopend. Maar omdat Italië als eerste Europese land hard getroffen werd door het coronavirus, is die expo al heel snel gesloten, nog voor wij hier met quarantaines en lockdowns bezig waren.”

Saddie Choua op Floraphilia in Temporary Gallery, Keulen
© Saddie Choua
| Saddie Choua op Floraphilia in Temporary Gallery, Keulen

Het was het eerste dominosteentje dat viel. Een groepstentoonstelling in Mu.ZEE in Oostende sloot de deuren, nadien volgden de uit Warschau gereisde groepsexpo Floraphilia in Temporary Gallery in Keulen, die was geopend op zes maart, de inaugurele tentoonstelling … of bread, wine, cars, security and peace van het nieuwe curatorencollectief What, How & for Whom in de Kunsthalle Wien, die op acht maart, Internationale Vrouwendag, de deuren opende, en Today is the shortest day of the year but somehow hanging around with you all day makes it seem like the longest, die op 18 maart in White Box in Parijs had moeten starten. “Dat was heel raar,” vertelt Saddie Choua. “Ik had om een of andere reden nog geen tickets gekocht. Misschien vanuit de gedachte: ‘Goh, Parijs, daar raak ik wel.’ Ik heb ze niet meer hoeven te kopen. Gelukkig gaan al die tentoonstellingen wel weer open.”

Dan lag er nog een heel mooi project in het verschiet, vanuit de Vlaamse Gemeenschap: een residentie van vier maanden in New York, die normaal in augustus zou beginnen. “Daar hangt nu een groot vraagteken boven.” En ook twee filmprojecten kregen stokken in de wielen. “Voor Cosmos vzw uit Kuregem, dat lokale dienstencentra organiseert in Anderlecht en een nieuw gebouw krijgt, mocht ik een kunstwerk maken. Voor de inhuldiging van het gebouw maak ik ook een film met de mensen van de vzw. Die film voor en met ouderen, zorgbehoevenden en leerlingen van het Koninklijk Atheneum Anderlecht, werd natuurlijk meteen uitgesteld. Voor een film in opdracht van La Maison des Femmes in Molenbeek – een project over vrouwen in de openbare ruimte, die worden opgeleid tot gidsen – had ik dan weer al een aantal workshops gedaan. Die vrouwen leerden vooral te kijken en het woord te nemen voor een publiek, en zouden dan gidsen op straat in Molenbeek maar ook op tentoonstellingen. Ze hebben soms moeten leren kijken en tonen wat zij zien, omdat de publieke ruimte voor sommige vrouwen nogal beperkt is. Dat is in deze periode ook weggevallen, je kan vandaag niet zomaar weer de straat op en doen wat je wilt.”

DE ANGST VAN DE KUNSTENAAR
“In het begin denk je: ‘Ik trek dat wel recht.’ Als kunstenaar kom je vaak problemen tegen,” vertelt Saddie Choua. “Maar langzaamaan werd duidelijk dat dit weleens lang zou kunnen duren. En als alle lezingen, debatten en gastcolleges verdwijnen, dan heeft dat wel degelijk een impact. Dat zijn geen grote inkomsten, maar samen maken ze wel mijn loon uit, en ze zullen niet altijd vervangen worden. Al zijn er instellingen die, uit solidariteit, toch uitbetalen. En er zijn – een geluk bij een ongeluk – nog wat achterstallige betalingen die me nu voort kunnen helpen. In oktober ben ik ook begonnen met een doctoraat in de kunsten bij het RITCS, waarvoor ik een halftijds inkomen krijg, al komt dat bedrag niet boven het stempelgeld uit.”

En toch…. Toch is het iets anders dat in deze weken en maanden het zwaarste weegt: de onmogelijkheid om te delen. “Zonder menselijke connectie sta ik nergens, bestaat mijn werk niet,” vertelt Saddie Choua. “Je kan duizend films maken, duizend gedichten schrijven, en dan ben je misschien wel een kunstenaar, natuurlijk ben je dat, maar als je die films opbergt of die gedichten allemaal in je lade steekt, tja… Dan mogen ze nog zo goed zijn, als niemand ze ziet of leest, dan besta je niet. En je koopt er ook geen eten mee.”

Die menselijke verbinding vormt een noodzakelijke buffer voor Saddie Choua. De Molenbeekse Belgian Art Prize-laureate schrijft, filmt en verbeeldt messcherp. Op de grens tussen werkelijkheid en fictie ontrafelt ze de heersende beeldvorming en peutert ze taboeloos in seksisme, racisme, identiteit, feminisme en machtsrelaties. En daarbij zit ze zichzelf noodgedwongen op de huid, valt te zien in haar Am I the only one who is like me?, aflevering vijf van haar lopende project The Chouas. “Ik zit als kunstenaar vaak te wroeten in kwetsbare situaties, en ik vind dat ik daar nu wel heel hard aan herinnerd word. Een kunstenaar is vaak in afzondering bezig aan een kunstwerk, maar er is ook altijd een moment om te connecteren met anderen. Als ik begin aan een werk of iets in mijn hoofd heb, dan wil ik dat ook altijd afwerken. Ik ben geen dromer. Of liever: ik droom veel, maar ik wil die dromen ook verwezenlijken. Ik wil die expo zien, die film tonen, ik wil daar niet mee blijven zitten. Als iets af is, wil ik het ergens kunnen opbergen, van me afzetten, een plaats geven. Dat kan nu niet, en Skype biedt daar geen soelaas.”

Saddie Choua: Am I the only one who is like me?
© Saddie Choua
| Saddie Choua: Am I the only one who is like me?

“Net die bekroning van dat lange proces, dat ene unieke moment, dat menselijke aspect, valt weg. Dat gaat niet alleen over de uitwisseling met het grote publiek tijdens een toonmoment, een vertoning of de opening van een tentoonstelling. Neem nu iets kleins als de montage van een film. Ik doe veel zelf, maar meestal, aan het einde van het proces, monteer ik met een extra iemand erbij. Dat is heel fijn, niet alleen voor het extra paar ogen, maar gewoon om samen eens iets te eten of een pauze te nemen, om iemand bij jou aan tafel te hebben. In de vertraging van de wereld, is dat menselijke contact heel erg nodig. Al is het om samen een kop koffie te drinken en eens te kunnen zeggen dat het vandaag wat lastiger loopt… Winkels, bedrijven en kantoren starten weer op, maar wij zullen wat langer in die lockdown-sfeer blijven zitten. Dat menselijke zal langer op zich laten wachten.”

OPEN WONDEN
“Niet alleen professioneel, ook op menselijk en emotioneel vlak, eist dat zijn tol. Ik heb die verbinding nodig, als tegenwicht voor de pijn die door mijn werk stroomt.” Omdat het huidige isolement soms weergaloos spiegelt en oude pijnen doet opwellen. Saddie Choua: “Ik zie heel veel gelijkenissen tussen de afzondering die ik vandaag doormaak en de afzondering die een groot deel van mijn leven dooradert, ja. Ik moet echt voor mezelf zorgen om me daar niet in te laten gaan. Dat zorgproces begeleidt me al zo lang, helpt me om op een gezonde manier met die pijn om te gaan en eruit te leren, om de dingen voor een stuk te aanvaarden maar ook te bevechten en in mijn werk te gebruiken, op een manier die mijn persoonlijke situatie overstijgt.”

Het neemt niet weg dat het huidige isolement soms oorverdovend echoot. “Het doet me denken aan het isolement waar ik zelf als vrouw van Marokkaanse origine en alleenstaande moeder heel lang in heb gezeten. Neem nu het applaus voor het zorgpersoneel dat elke avondom 20.00 uur weerklinkt. Ik woon in Molenbeek, in een apppartementsgebouw met een heel mooie tuin en heel veel groen, en we hebben bijna allemaal een terras. Ik weet nog dat ik die eerste dagen heel voorzichtig ging kijken of er iets zou gebeuren. En iedereen was aan het klappen. Dat was heel mooi, heel ontroerend, met al die lichtjes in het donker. Maar toen het uur eind maart vooruit werd gezet, zag ik ook de mensen die applaudisseerden. En dat heeft heel veel pijn opnieuw naar boven gewoeld. Ineens zag ik weer die mensen die zich, toen ik hier in een enclave van witte middenklassers introk, uitspraken lieten ontvallen als: ‘Goh, laten ze nu ook al dat soort mensen toe.’”

Saddie Choua: Am I the only one who is like me?
© Saddie Choua
| Saddie Choua: Am I the only one who is like me?

“Ik heb me in die tijd heel vaak opgesloten. Het ging soms zo ver dat ik de post niet durfde te gaan halen als ik beneden een deur hoorde opengaan. Nog steeds moet ik moeite doen om naar buiten, naar onze gemeenschappelijke tuin, te gaan. Door dat trauma dat ik toen heb opgelopen. Ik heb daar heel lang heel hard van afgezien, en op die momenten klinken al die andere stemmen van al die andere vrouwen door. Al die vrouwen, alleenstaande moeders of mensen die ergens niet welkom zijn en die nu ook opgesloten zitten op hun appartement. Dat racisme, die herinneringen, die wonden die op andere manieren in je huiskamer binnendringen, woelen soms door mijn hoofd. Hoe die ervaringen en flashbacks emotioneel en mentaal op je kunnen inbeuken, daar staan we vaak niet bij stil. En er is eigenlijk niemand om je op zulke momenten bij te staan.”

TEMPELVROUWEN
“Om me dan niet te verliezen in een soort van zelfmedelijden of verdriet, in dat trauma dat altijd wel ergens op de loer zal liggen, probeer ik het onbehagen en de leegte in te vullen met schoonheid en radicaliteit. Ik verdiep me bijvoorbeeld in het feminisme, door veel te lezen, in boeken en online, en reading groups te volgen. We zitten nu allemaal thuis en mensen kunnen dat niet aan, want ze moeten én het huishouden doen én de kinderen onderwijzen én vergaderen én hun werk afmaken… Die confrontatie is positief, omdat mensen nu worden geconfronteerd met het feit dat dat niet vanzelfsprekend is. Feministen hebben lang geijverd om vrouwen die het huishouden doen, ook te betalen. Ik denk dat mensen er vandaag, nu ze verplicht worden om daar zelf, of samen, voor in te staan omdat hun poetsvrouw niet meer komt, op zijn minst over nadenken. Rond die situatie van de vrouw en het vrouwenlichaam, dat zich overbevraagd en onbetaald, als een soort van gemeengoed, in de strijd moet gooien, denk ik dan na.”

“Ik hecht vandaag erg aan het werk van vrouwen die al heel lang met die onderwerpen bezig zijn. Mijn lievelingsfilm is bijvoorbeeld Een Griekse tragedie van Nicole van Goethem. Een Oscar-winnende Belgische animatiefilm uit 1985 waarin het drie vrouwen zijn die als pilaren een Griekse tempel overeind houden, die gedoemd is uiteindelijk af te brokkelen en in te storten. Die vrouwen moeten het onafwendbare afhouden. Op het einde zeggen ze: ‘Foert, ik ben ervandoor’, en ze laten de tempel vallen. De oude wereld stort in, en je ziet ze een voor een zingend weggaan. Er zit een soort opluchting in die daad, de belofte van een nieuwe wereld. Zelf heb ik daar mijn twijfels bij in onze huidige crisis. Als we weer naar ons oude leven zullen kunnen terugkeren, gaan we heel snel heel veel vergeten zijn. Maar dat maakt dit moment ook interessant. We weten dat we snel vergeten, en we weten dus dat dit het moment is om aan een nieuwe wereld te bouwen. Daarom lees en kijk ik vandaag ook heel bewust. Om mezelf te beschermen, maar ook om mijn werk te voeden en te vertakken. Die kritische blik die wordt gevoed door in het leven te staan, probeer ik zo te behouden.”

Nicole Van Goethem: Een Griekse tragedie
Nicole Van Goethem: Een Griekse tragedie

“Die vertakkingen en parallellen vloeien bij uitstek samen in de kunst. Als Marokkaanse vrouw die in een mooi appartementsgebouw is ingetrokken en daar nu geïsoleerd zit, ervaar ik tegelijk de afzondering van de kunstenaar, van mij als kunstenaar. Ik word vaak opgesloten. In het huis van de kunsten zit ik in de kamer van de allochtone kunstenaar. En ik heb de sleutel niet.En dan nog… Ik heb vaak zin om afscheid te nemen van die rol, om te zeggen: ‘Ik ben Saddie Choua, in een vorig leven gekend als allochtone kunstenaar.’ Tegelijk ervaar ik het nog altijd als een plicht om die rol op te nemen. Maar het is niet gemakkelijk. De quarantaine speelt me echt parten, ik zit nu honderdduizend keer in mijn bubbel. Ik ken die allochtone kamer door en door, maar door het gebrek aan uitlaatkleppen die me toestaan om daarmee om te gaan, komen de muren op me af.”

KAMERPLANTEN
“Gek genoeg speelt die emotionele en mentale ervaring van de ruimte al even in mijn werk. De laatste tijd heb ik veel gewerkt rond A room of one’s own van Virginia Woolf. In Villa Empain (voor de tentoonstelling Over banden en ballingschap, ks) maakte ik de room of one’s own van Fatima Mernissi en in de Kunsthal Gent heb ik mijn kamer geïnstalleerd, die daar blijft. Wat ik daardoor wel moet missen, zijn mijn platenspelers. (Lacht) Ik verzamel al een hele tijd muziek, oude en nieuwe, van vrouwen, met de bedoeling er een werk mee te maken. Omdat ik nu geen muziek kan opleggen, ga ik af en toe online. Een paar weken geleden heb ik zo een bijvoorbeeld een bijzonder mooie podcast over de Algerijnse zangeres Cheikha Rimitti ontdekt.”

“In die kamers staan ook planten, en voor de expo in Keulen heb ik ook een werk rond planten gemaakt. Planten zijn een beetje een rode draad doorheen de lockdown. Tuincentra behoorden tot de eerste winkels die weer mochten opengaan. We nemen allemaal planten in huis, ze geven ons een goed gevoel, zuurstof, ze sieren de ruimte en hebben een kalmerend effect. Maar tegelijk lossen ze de oorzaak van onze problemen niet op. In die zin kan je die maatregel om de tuincentra weer te openen ook kritisch bekijken: planten als een manier om te depolitiseren. En ik probeer via mijn kunst net politiserend te werken. Ik laat me niet in slaap sussen, ik wil niet ontmijnen.”

Saddie Choua op Contour
© Saddie Choua
| Saddie Choua op Contour in Mechelen

“Daarom moet je ook leren luisteren naar planten, denk ik, en dat ben ik nu aan het doen. Ik probeer zoveel mogelijk te leren van planten, van hun veerkacht en intelligentie. Planten zijn gemeenschapswezens, ze leren van elkaar, ze hebben elkaar nodig om te kunnen bestaan. Dat is ook wat het virus ons geleerd heeft: we moeten nadenken over hoe wij het in toekomstige situaties beter kunnen doen. Die parallellen met planten ben ik nu aan het leggen. In de kunsten voel ik mij soms ook een decoratiestuk: ‘Er ontbreekt nog iets in mijn huis, dat zou mooi hangen aan die muur.’ Zoals die planten, terwijl het eigenlijk gaat om wat een kunstenaar te zeggen heeft. Wat vertelt die? Welke schoonheid krijg je aangereikt? Welke inzichten? Kunst kan veel. In die zin vind ik planten een heel mooie metafoor. Ik ben eraan verslingerd.”

“Zo ben ik nu ook een plantenboek aan het maken met recepten voor mensen die te maken hebben met racisme. Politiek is ook zorgen voor elkaar, en dat is iets wat nu voor een stuk wegvalt. Er wordt wel geremedieerd, met voedselpakketten en zo, maar er zijn heel veel mensen die bij niemand terechtkunnen. En er zijn klachten die simpelweg niet worden erkend. Een van die klachten is racisme: we erkennen dat niet als iets waar we ziek van kunnen worden. Mijn plantenboek probeert daar – als iets tussen fictie en non-fictie, tussen onderzoek en kunstwerk – wel op in te gaan.”

“We mogen dan wel allemaal getroffen zijn,” vertelt Saddie Choua, “we zitten niet allemaal in dezelfde ellende. In de ziekenhuizen, zeker in de Brusselse, zie je onder de verplegers en verpleegsters veel vrouwen en veel mensen van kleur. Ook onder de jonge mensen die sterven. Er is met andere woorden toch altijd een bepaalde groep die kwetsbaarder is en waar het virus zich sneller meester van kan maken. Al zien we dat weinig op tv.”

Saddie Choua: Am I the only one who is like me?
© Saddie Choua
| Saddie Choua: Am I the only one who is like me?

Die zichtbaarheid is van groot belang. “En dat zie je ook op andere vlakken. Neem nu die familiebubbels die worden opgetrokken. De vraag die dan in me opkomt, is: wat is een familie? Ik besef dat er mensen zijn die de regels niet naleven, en dat is niet oké, maar soms gaat de politie wel heel erg uit van traditionele patronen. Een man en een vrouw die hand in hand wandelen, worden nooit in vraag gesteld. Maar als je drie mannen samen op straat ziet, dat zijn misschien vluchtelingen die samenwonen in een vluchtelingentehuis. Of twee vrouwen die samen buiten zijn, vormen misschien een lesbisch koppel. En als ik nu met de dochter van mijn vriend ga wandelen, zijn wij dan een familie of niet? Wat doe je met studenten die samen op kot zitten? Of met een getrouwd koppel dat in Molenbeek samenwoont met broers, zussen en aanhang omdat het te duur is om apart te wonen? Dat vind ik ook mooi, want het verbeeldt de situatie waarin de wereld nu verkeert, in weerwil van die verwachtingspatronen, de rek van dat concept ‘familie’.”

GRUWELIJKE SCHOONHEID
Die vloeibaarheid van het concept familie, en van identiteit, schuilt ook in Saddie Choua. “Ik ben half-Marokkaans, wat betekent dat ik de ene keer Marokkaans ben en de andere keer niet. Ik kan heel vaak ontglippen uit situaties, omdat ik als het één dan wel het ander wordt beschouwd. Een boek dat ik nu aan het lezen ben en dat me op dat vlak heel erg aan mezelf deed denken, is Op aarde schitteren we even, het romandebuut van de Vietnamees-Amerikaanse schrijver Ocean Vuong. Het gaat over de zoon van een alleenstaande Vietnamese moeder, die samen met zijn moeder op een klein appartementje woont. Zij werkt in een nagelsalon, waar ze andere vrouwen mooi moet maken en zelf voortdurend geconfronteerd wordt met bijtende chemische producten. Hij worstelt met zichzelf en krijgt heel vaak klappen van zijn moeder. Het is gruwelijk, het doet pijn, maar het is zo ongelofelijk schoon geschreven. Laatst begon ik tijdens het lezen spontaan te wenen.”

Voelt die schoonheid die vanuit een donkerte wordt waargenomen echter? “Da’s een goeie vraag,” zegt Saddie Choua terwijl ze even nadenkt. “Wat alleszins waar is voor mijn werk is dat het een esthetische kritiek biedt op wat de mainstream omschrijft als schoonheid. Ik probeer een ander soort schoonheid naar voor te schuiven. Een schoonheid die niet gelijkgeschakeld is met een bepaalde herkauwde perfectie.”

“Ik heb daar vaak mee gestreden, hoor. Ik kon bepaalde films gewoon niet maken: films die mooi waren, netjes een begin, midden en einde hadden… Dat lukte mij nooit. Heiny Srour, een Libanese filmmaakster, zei ooit dat zij en haar collega’s geen films konden maken op basis van mooie scenario’s, omdat hun maatschappijen te sterk waren aangetast door gruwelijkheden, door pijn, door kolonisatie… Mijn leven is getekend door racisme. Vanuit die donkerte heb ik in het zien van die andere schoonheid altijd rust gevonden.”

“De architecte Lina Bo Bardi is ook zo’n bron van inspiratie, ik heb ooit haar huis bezocht in São Paulo in Brazilië. Mijn Virginia Woolf-kamer is geïnspireerd door haar werk. Dat zijn artistieke verbanden die ik leg, op basis van de schoonheid van wat ze maken. Lina Bo Bardi maakte ook tekeningen, van kamers, meubels, kasten, met daarop bloemen… Die kwetsbaarheid, dat leven van die kast en die zetel, die schoonheid is voor mij heel belangrijk.”

Lina Bo Bardi (1951)
Lina Bo Bardi (1951)

“Maar ik zie ook veel schoonheid in film. Als ik mij niet goed voel of als ik vastzit met mijn werk, kijk ik naar films. Heel vaak zijn dat dan films gemaakt door vrouwen. Die houden me op heel veel niveaus recht. Als vorm van ontspanning én als bron van ideeën. Weet je, ik ben altijd bang om tijd te verliezen, ik moet altijd iets aan het doen zijn – dat is echt iets wat ik moet afleren. Maar als ik een film kijk, heb ik niet dat gevoel. Het is mijn werk, natuurlijk, maar het ontspant me ook. Ik let er ook op dat ik voldoende afwisseling inbouw. Ik kijk dus zowel naar experimentele documentaires en revolutionaire films als naar films die gewoon mooi zijn. Al kan de schoonheid nooit op zichzelf staan. We mogen ons niet laten verleiden door schoonheid, want dan wordt ze depolitiserend. Dan slaan we aan het consumeren om het gevoel te krijgen dat de dingen weer in hun normale plooi zijn gevallen. We hebben schoonheid nodig in donkere tijden, maar het is wel belangrijk dat we wakker blijven.”

“Nu, als we het over die pure schoonheid hebben, dan moet ik toegeven dat ik ook wel mijn plekken heb waar ik graag wegdroom. Zo ben ik onlangs lid geworden van de Facebook-groep Griekenland en de Griekse eilanden. (Lacht) De schoonheid van de natuur, van die stranden. Ik ga ook regelmatig eens naar mijn kat kijken. Hoe ze opkrult, hoe ze naar de dingen kijkt. Ik laat me graag verrassen door die schoonheid van kleine dingen.”

HELENDE SISTERHOOD
Maar één principe blijft onwankelbaar overeind: Saddie Choua wordt niet in slaap gewiegd. Ja, we verkeren in een crisis, en de grootste hoop is gevestigd op het loslaten van alle maatregelen die ons dagelijkse bestaan belemmeren en onze vrijheid beteugelen. Maar een crisis is ook een bron waaruit een zeker besef kan opwellen, het moment bij uitstek om te herijken en de dingen die we nu misschien pas echt naar waarde schatten een plek te geven in het bestaan na de crisis. “Vaak zijn het crisissituaties die veranderingen in gang steken. Ik heb lang geleden eens een film gemaakt over de mijnramp in Marcinelle in 1956 – The combative widows uit 2007 –, waar de kracht van dat gruwelijke moment heel zichtbaar werd. Door die crisis zijn strijdpunten, dingen waar mensen allang voor vochten – betere werkomstandigheden, de rechten van de arbeiders en hun families –, op de agenda beland. Er zijn toen zoveel mensen gestorven in de mijn, mannen waarvan de vrouwen alleen achterbleven, dat er uiteindelijk een weduwenpensioen is gekomen. Door die ramp heeft Italië ook beslist om geen mensen meer naar België te sturen, ze vonden dat ze hun mensen hier niet gewoon konden laten sterven.”

Saddie Choua: Am I the only one who is like me?
© Saddie Choua
| Saddie Choua: Am I the only one who is like me?

“Het is altijd zo geweest dat er op zulke momenten van crisis een hefboom ontstaat en dat er beslissingen worden genomen. Wij willen nu snel uit die lockdown, maar hoe sneller dat gaat, hoe sneller we vergeten zijn wat we in deze periode zo graag anders wilden. Ikzelf bijvoorbeeld mis mijn vrienden meer dan ik dacht. En ik moet zeggen dat minder werken me ergens ook aanspreekt. En die eigen moestuin gaat binnen de kortste keren groenten opleveren. Maar laten we dat vasthouden. We moeten wakker blijven.”

“Nog iets wat vandaag aan de oppervlakte is gekomen, zijn al die films die online te zien zijn. Dat is toch ook een vorm van democratisering. Zelfs ik, iemand die professioneel met film bezig is, slaag er niet altijd in om al die films te zien. Nu vallen ze elke huiskamer binnen. Dat is helemaal niet hetzelfde, en je mist heel wat als je films die gemaakt werden voor het grote scherm op je laptop gaat bekijken, maar tegelijk is het wel ongelofelijk goed dat mensen, die sowieso niet in die zalen raken, om wat voor reden ook, er nu gebruik van kunnen maken.”

“In die films die nu online beschikbaar zijn, maar ook in films die me allang vergezellen, oude en nieuwe films van vrouwelijke makers, in de teksten die strijden voor de vrouw, in de levens van al die opgesloten gezellinnen, in die boeken van een gruwelijke schoonheid, zoek ik de sisterhood die ik vandaag noodgedwongen moet missen, de vriendinnen die ik nu niet nabij heb. Daar haal ik troost en vriendschap uit, daar puur ik heling uit. Ze halen mij uit de quarantaine binnen de quarantaine. Als stemmen die zeggen: ‘Komaan Saddie, het komt in orde. Tijd voor actie!’”


MEER ACTIE: SADDIE CHOUA TIPT

In een toespraak citeert de Amerikaanse tennisster Serena Williams het gedicht ‘Still I rise’ van Maya Angelou.

De digitale editie van Coraci, het festival contre le racisme in Lüneberg, streamt van 1 tot en met 14 juni The Berlin years van Audre Lorde.

“There is no shortage of ugliness in the world. If man closed his eyes to it, there would be even more.” Uit The house is black van Forough Farrokhzad.

Op de site Brain Pickings staat een stuk over Virgina Woolf en de verhouding tussen eenzaamheid en creativiteit.

Naar aanleiding van het Festival du Film de Femmes in Gaumont Rive Gauche, Parijs, spreken Delphine Seyrig, Marguerite Duras, Chantal Akerman en Liliane de Kermadec in 1975 over de plaats van vrouwen in de hedendaagse cinema.

+ Saddie Choua online: alle zes delen van Am I the only one who is like me?, aflevering vijf van The Chouas, zijn te bekijken op Vimeo. En De Cinema in Antwerpen streamt van 15 tot 21 juni Je crois qu'il y a une confusion chez vous. Vous croyez que moi je veux vous imiter, Saddie Choua’s film over de Marokkaanse feministe Fatima Mernissi.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?